|
3.4.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
CE 84/559 |
(2004/C 84 E/0637)
SCHRIFTELIJKE VRAAG E-0259/04
van Giacomo Santini (PPE-DE) aan de Commissie
(3 februari 2004)
Betreft: Tolheffing op rijksweg 47 door de Valsugana
De autonome provincie Trento heeft haar voornemen kenbaar gemaakt om tol te heffen op rijksweg 47 door de Valsugana (Italië) op het gedeelte dat over haar eigen grondgebied loopt.
De tolheffingen zouden alleen gelden voor doorgaand verkeer, vooral voor het internationale vrachtvervoer.
Gezien de moeilijke wegverbindingen tussen de Veneto en de Brenner, en het bureaucratische en politieke oponthoud waardoor de aanleg van de A 31 door de Valdastico steeds weer wordt vertraagd, is het traject door de Valsugana de natuurlijke doorgangsweg voor alle bewoners van de Veneto en Friuli die de Brennerpas en dus Midden-Europa willen bereiken. Voorts zij andermaal gewezen op de recente richtsnoeren van de Europese Commissie inzake de tolheffing op wegverbindingen.
|
1. |
Is de Commissie op de hoogte van dit initiatief? |
|
2. |
Is zijn niet ook van mening dat deze maatregel een ernstige beperking vormt van het recht van vrij verkeer van goederen en personen? |
|
3. |
Is de Commissie niet van mening dat dit een ernstige schending kan inhouden van de criteria voor overheidssteun en de mededingingsregels? |
|
4. |
Acht de Commissie een dergelijk initiatief niet gevaarlijk vanwege de reacties die dit kan teweegbrengen bij de bestuurders van de andere zones waar rijksweg 47 en andere lange strategische verbindingswegen doorheen lopen? |
Antwoord van mevrouw de Palacio namens de Commissie
(11 maart 2004)
De Commissie is niet op de hoogte van de plannen omtrent de voorgenomen tolheffing in Valsugana in Italië, waar het geachte parlementslid naar verwijst.
Het specifieke communautaire wettelijke instrument voor de heffing van belasting, tolgelden en gebruiksrechten is Richtlijn 1999/62/EG (1). Deze richtlijn is gericht op zware vrachtvoertuigen van twaalf ton en meer. Er wordt uitdrukkelijk op gewezen dat lidstaten die tol heffen voor vrachtvoertuigen van minder dan twaalf ton en voor personenvoertuigen, waaronder touringcars, niet aan de bepalingen van Richtlijn 1999/62/EG hoeven te voldoen, aangezien dergelijke voertuigen buiten de werkingssfeer van de richtlijn vallen.
Of voertuigen die niet onder Richtlijn 1999/62/EG vallen, wel of niet onderhevig zijn aan tolheffing, is een kwestie van subsidiariteit. Hierbij kunnen lidstaten rekening houden met de lokale omstandigheden en zo op doeltreffender wijze besluiten nemen.
Tolheffing mag in ieder geval niet direct of indirect discriminerend zijn op grond van de nationaliteit van de vervoerder of de herkomst of bestemming van het voertuig. Wat betreft zware vrachtvoertuigen mag uitsluitend tol worden geheven op snelwegen en daarmee vergelijkbare wegen. Bovendien moeten lidstaten het recht van vrij verkeer op grond van het Verdrag respecteren: ze dienen zich met name te onthouden van maatregelen die de intracommunautaire handel belemmeren, zoals in het geval van een onredelijk hoge tolheffing op één bepaalde route die vooral voor vrachtvervoer van en naar andere lidstaten wordt gebruikt.
Om de transparantie van tolheffing te bevorderen en het beginsel van „de gebruiker betaalt” ten uitvoer te leggen heeft de Commissie in juli 2003 een voorstel gedaan voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 1999/62/EG betreffende het in rekening brengen van het gebruik van bepaalde infrastructuurvoorzieningen aan zware vrachtvoertuigen (2), geldend voor alle vrachtvoertuigen van meer dan 3,5 ton die gebruik maken van wegen van het trans-Europees netwerk (TEN). Dit voorstel omvat ook de mogelijkheid om de tolgelden in gevoelige gebieden te verhogen teneinde infrastructuurprojecten van groot Europees belang in hetzelfde gebied of op dezelfde route te kunnen financieren. Tolheffing voor andere voertuigen of andere wegen valt onder de subsidiariteit.
De Commissie zal contact opnemen met de Italiaanse autoriteiten om opheldering te vragen omtrent de punten die het geachte parlementslid aan de orde stelt.
(1) Richtlijn 1999/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 1999 betreffende het in rekening brengen van het gebruik van bepaalde infrastructuurvoorzieningen aan zware vrachtvoertuigen, PB L 187 van 20.7.1999.
(2) COM(2003)448 def, 2003/0175 (COD).