27.3.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

CE 78/917


(2004/C 78 E/0970)

SCHRIFTELIJKE VRAAG P-0029/04

van Heinz Kindermann (PSE) aan de Commissie

(9 januari 2004)

Betreft:   Sluiting van de diergeneeskundige controlepost aan de grensovergang Pomellen (Duitsland)

Volgens een ter fine van advies ingediend document van de Europese Commissie behoort de diergeneeskundige controlepost aan de grensovergang Pomellen (Duitsland) tot de controleposten die in het kader van de uitbreiding (dus in beginsel per 1 mei 2004) zullen worden geschrapt van de lijst van door de EU erkende diergeneeskundige controleposten. Vier maanden voor de uitbreiding zijn er echter nog steeds geen officiële gegevens van de Commissie over de toekomst van deze controleposten aan de grenzen met de kandidaat-landen. De exploitanten — in dit geval het district (Landkreis) Uecker-Randow — hebben op zo kort mogelijke termijn behoefte aan bindende informatie om een einde te maken aan de bestaande onzekerheid.

De EU heeft de 10 kandidaat-landen op diergeneeskundig en levensmiddelengebied (slachthuizen, zuivelbedrijven enz.) ruime overgangsregelingen toegekend, met als voorwaarde dat de producten die niet aan de EU-regelgeving voldoen, alleen in de betrokken kandidaat-lidstaat mogen worden afgezet en dus niet op de interne markt terecht mogen komen.

1.

Kan de Commissie op dit moment een harde uitspraak doen over de vraag wanneer de diergeneeskundige controlepost in Pomellen zijn EU-erkenning zal verliezen en daardoor niet meer verantwoordelijk is voor gezondheidsinspecties?

2.

Moeten in geval van sluiting de subsidies die de EU voor de bouw van de controlepost heeft toegekend, worden terugbetaald, ook als de sluiting het gevolg is van een besluit van de EU?

3.

Hoe wil de Commissie waarborgen dat producten die niet conform de EU-regels zijn, niet op de interne markt terecht komen? Is het denkbaar dat de gezondheidsinspecties aan de grenzen met de toekomstige lidstaten worden gehandhaafd, zolang de overgangsregelingen van kracht zijn?

4.

Acht de Commissie het noodzakelijk de diergeneeskundige controlepost bij het douanekantoor Pomellen open te houden, zodat in de toekomst partijen levensmiddelen en veevoeders voor invoer in de lidstaat Duitsland overeenkomstig de ontwerpverordening aan een officiële controle kunnen worden onderworpen?

Antwoord van de heer Byrne namens de Commissie

(1 maart 2004)

De Commissie heeft haar voornemens in verband met de grensinspectieposten in kandidaat-lidstaten bekendgemaakt in het overlegdocument dat onlangs op de website van directoraat-generaal Gezondheid en consumentenbescherming is geplaatst. Op grond van de bijlage bij het overlegdocument heeft de Commissie een ontwerp-beschikking opgesteld tot aanpassing van Beschikking 2001/881/EG (1) van de Commissie met betrekking tot toevoegingen aan en schrappingen van de lijst van grensinspectieposten, zulks met het oog op de toetreding van de Tsjechische Republiek, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije. Deze ontwerp-beschikking voegt enkele nieuwe grensinspectieposten in kandidaat-lidstaten toe en schrapt er andere in Duitsland, Italië en Oostenrijk. Pomellen is een van de posten die moeten worden geschrapt. Wanneer de beschikking is goedgekeurd, zal zij voor zowel de toevoegingen als de schrappingen op 1 mei 2004 in werking treden.

Bij Beschikking 94/83/EG (2) van de Commissie is aan de veterinaire grenscontrolepost in Pomellen financiële steun verleend, waar de sluiting van deze grenscontrolepost echter geen invloed op heeft.

De Commissie werkt aan twee maatregelen in verband met controles in de uitgebreide interne markt. De ene betreft het in de handel brengen van producten die op het ogenblik van de toetreding in voorraad zullen zijn en de andere heeft betrekking op producten afkomstig van bedrijven in de overgangsfase. De bedoeling ervan is dat producten uit dergelijke bedrijven in elk toetredingsland duidelijk worden geïdentificeerd en alleen mogen worden afgezet op de markt van het toetredingsland waarin het oorspronkelijke bedrijf zich bevindt.

De ontwerp-verordening over officiële controles van levensmiddelen en veevoeders is niet bedoeld om wijzigingen aan te brengen in het stelsel voor veterinaire controle van producten van dierlijke oorsprong die uit derde landen worden ingevoerd en overeenkomstig Richtlijn 97/78/EG (3) worden onderzocht.

Voorts acht de Commissie het overbodig om na de toetreding nog veterinaire controles aan de binnengrenzen van de EU te handhaven, aangezien dat in strijd zou zijn met het veterinaire acquis dat in Richtlijn 89/662/EEG (4) voor producten en in Richtlijn 90/425/EEG (5) voor levende dieren is vastgelegd.


(1)  Beschikking 2001/881/EG van de Commissie van 7 december 2001 tot vaststelling van een lijst van grensinspectieposten die zijn erkend voor de veterinaire controles van dieren en dierlijke producten uit derde landen, en tot bijwerking van de uitvoeringsbepalingen inzake de door deskundigen van de Commissie te verrichten controles, PB L 326 van 11.12.2001.

(2)  Beschikking 94/83/EG van de Commissie van 2 februari 1994 inzake financiële bijstand van de Gemeenschap met het oog op de verbetering van het stelsel voor veterinaire controle aan de buitengrenzen van de Gemeenschap in Duitsland, PB L 42 van 15.2.1994.

(3)  Richtlijn 97/78/EG van de Raad van 18 december 1997 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor producten die uit derde landen in de Gemeenschap worden binnengebracht, PB L 24 van 30.1.1998.

(4)  Richtlijn 89/662/EEG van de Raad van 11 december 1989 inzake veterinaire controles in het intracommunautaire handelsverkeer in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt, PB L 395 van 30.12.1989.

(5)  Richtlijn 90/425/EEG van de Raad van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zoötechnische controles in het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en producten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt, PB L 224 van 18.8.1990.