|
3.4.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
CE 84/749 |
(2004/C 84 E/0844)
SCHRIFTELIJKE VRAAG E-4068/03
van Mario Borghezio (NI) aan de Commissie
(14 januari 2004)
Betreft: Onterechte tolheffing voor de autosnelweg Turijn-Milaan
Wegens werkzaamheden aan de 123 km lange autosnelweg Turijn-Milaan moet het verkeer zich over een lengte van 100 km moeizaam een weg banen langs wegversmallingen en omleidingen tussen gevaarlijke betonnen geleidedrempels en absoluut zonder vluchtstrook, met groot gevaar voor de veiligheid van de weggebruikers.
Het grootste deel van het traject Turijn-Milaan verdient dan ook op dit moment beslist niet de naam „autosnelweg”. Is het volgens de Commissie niet onterecht dat het bedrijf dat de autoweg exploiteert tol heft en zelfs weigert om op zijn minst korting te geven aan de Italiaanse en Europese automobilisten?
Antwoord van mevrouw de Palacio namens de Commissie
(17 februari 2004)
Het is een feit dat autowegen soms tijdelijk te kampen hebben met werkzaamheden die het gebruik ervan beperken. Het is in geen van die gevallen, ook niet in het door geachte parlementslid genoemde geval, zo dat de autoweg ophoudt een autoweg te zijn die voldoet aan de bepalingen van Richtlijn 1999/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 1999 betreffende het in rekening brengen van het gebruik van bepaalde infrastructuurvoorzieningen aan zware vrachtvoertuigen (1). De richtlijn heeft geen betrekking op personenauto's. Het besluit om de door personenauto's te betalen tol te verlagen, zoals in de vraag wordt voorgesteld, is daarom een kwestie waarover de bedrijven die de autowegen exploiteren zelf beslissen, conform hun eigen commerciële beleid en in naleving van de nationale wettelijke eisen.