3.4.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

CE 84/141


(2004/C 84 E/0179)

SCHRIFTELIJKE VRAAG E-4061/03

van Alexandros Alavanos (GUE/NGL) aan de Commissie

(13 januari 2004)

Betreft:   Vliegtuiglawaai op de luchthaven Eleftherios Venizelos

Het lawaai van opstijgende en landende vliegtuigen op de internationale luchthaven Eleftherios Venizelos in Athene veroorzaakt ernstige overlast voor de vierhonderdduizend omwonenden.

Het stadsbestuur van de stad Vari, hierin gesteund door de Griekse Ombudsman, beschuldigt de bevoegde instanties (de burgerluchtvaartdienst en het luchthavenbestuur) er unaniem van dat ze toelaten dat de vliegtuigen, om zoveel mogelijk tijd en brandstof te besparen, over dichtbevolkte gebieden vliegen in plaats van 5 tot 10 kilometer verderop over de zee te vliegen, dit ondanks totaal andere aanbevelingen van bevoegde luchtvaartorganisaties, en dat de luchthaven de ganse nacht open is, waarbij vaak luidruchtige toestellen worden toegelaten, wat in strijd is met Richtlijn 2002/30/EG (1).

Kan de Commissie mededelen welke maatregelen zij kan nemen om:

1.

ervoor te zorgen dat wordt gekozen voor de geschikte basisprocedures voor het opstijgen en landen, dat de lawaaihinder afneemt en dat de vluchtroutes worden vastgelegd die de overlast van overvliegende vliegtuigen beperken;

2.

op basis van het beginsel „de vervuiler betaalt” de controletoren lawaaidetectiesystemen te doen gebruiken om een boete op te leggen aan maatschappijen die met luidruchtige toestellen de luchthaven aandoen;

3.

de nachtvluchten tot het strikt noodzakelijke te beperken, wat overigens voor veel grote luchthavens in Europa geldt?

Antwoord door mevrouw de Palacio namens de Commissie

(17 februari 2004)

Richtlijn 2002/30/EG (2) bevat geen bepaling waarmee een maximumdrempel wordt ingevoerd voor geluid afkomstig van overvliegende vliegtuigen.

De doelstelling van deze richtlijn is het vastleggen van de voorwaarden en procedures waaraan voldaan moet zijn vooraleer er operationele procedures voor lawaaibestrijding worden ingevoerd.

Het toepassingsgebied van de richtlijn is het vastleggen van regels voor de uitdienstneming van de meest lawaaiige vliegtuigen van hoofdstuk 3 van bijlage 16 van het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, evenals voor de invoering van gedeeltelijke exploitatiebeperkingen, die de exploitatie van civiele subsonische vliegtuigen over de betrokken periode aan banden leggen.

De richtlijn stelt weliswaar een referentiekader voor dat nageleefd moet worden bij de invoering van exploitatiebeperkingen, maar legt niet uitsluitend normen op voor het geluidsniveau dat van vliegtuigen afkomstig is.

De Commissie is van mening dat er bij de vastlegging van vliegroutes voor landen en opstijgen rekening gehouden moet worden met de plaatselijke situatie van elke luchthaven. Vanuit dit standpunt en gezien de grote diversiteit van de lokale situaties, is het meer voor de hand liggend dat besluiten op dit gebied op lokaal/nationaal niveau worden genomen.

Gezien het antwoord op de vorige vraag moet het daarom als de taak van de lokale/nationale instanties gezien worden om het optimale aantal en de plaats van de betrokken toestellen te bepalen door metingen van geluidsniveaus.

Zoals gezegd in de eerste alinea's van dit antwoord, beschikken de lidstaten met Richtlijn 2002/30/EG over het instrument dat nodig is voor de invoering, mochten zij daartoe beslissen, van een beperking van het aantal nachtvluchten, waarbij zij een minimum aan geharmoniseerde regels moeten naleven.

Aangezien de situatie inzake geluidsoverlast per luchthaven verschilt, moet rekening gehouden worden met het aantal mensen dat daadwerkelijk hinder ondervindt van het geluid en met het resultaat van een kosten-batenanalyse, om de economische en sociale gevolgen van een dergelijke maatregel te beoordelen.

Meer in het algemeen zal de Europese wetgeving in de toekomst geluidsproblemen rondom luchthavens aanpakken binnen een breder kader, conform de bepalingen van Richtlijn 2002/49/EG inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (3). Deze Richtlijn stelt dat bevoegde autoriteiten in lidstaten verplicht zijn om geluidskaarten rond belangrijke luchthavens op te stellen (4) (uiterlijk op 30 juni 2007), om het publiek te informeren over blootstelling aan geluid en de effecten daarvan, en om actieplannen uit te werken (uiterlijk op 18 juli 2008) om daar waar nodig het geluid te reduceren en daar waar de geluidssituatie goed is, de kwaliteit van het omgevingslawaai te handhaven.


(1)  PB L 85 van 28.3.2002, blz. 40.

(2)  Richtlijn 2002/30/EG van het Parlement en van de Raad van 26 maart 2002 betreffende de vaststelling van regels en procedures met betrekking tot de invoering van geluidgerelateerde exploitatiebeperkingen op luchthavens in de Gemeenschap.

(3)  Richtlijn 2002/49/EG van het Parlement en de Raad van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai van PB L 189 van 18.7.2002.

(4)  Civiele luchthavens waarop meer dan 50 000 vliegtuigbewegingen per jaar plaatsvinden — zowel opstijgen als landen zijn bewegingen — met uitzondering van oefenvluchten met lichte vliegtuigen.