|
27.3.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
CE 78/328 |
(2004/C 78 E/0346)
SCHRIFTELIJKE VRAAG E-3867/03
van Richard Corbett (PSE) aan de Commissie
(16 december 2003)
Betreft: Studie naar ervaringen met timesharing- en vakantieclubformules
Is de Commissie op de hoogte van de onlangs onder de titel „Paradise Lost” door het Britse Citizens' Advice Bureau uitgebrachte studie over de ervaringen met timesharing- en vakantieclubformules?
Is zij bereid de timesharingrichtlijn in die zin te herzien dat deze zich ook uitstrekt tot het lidmaatschap van vakantieclubs en tot timesharingformules voor schepen, dat de minimumtermijn van 36 maanden voor de sluiting van dergelijke contracten komt te vervallen, dat de minimale afkoelingsperiode wordt verlengd tot veertien dagen en dat alle bedrijven die actief zijn op de timesharingmarkt of de doorverkoop van timesharingcontracten worden verplicht zich te laten registreren in de lidstaten waar zij opereren?
Antwoord van de heer Byrne namens de Commissie
(15 januari 2004)
Het Britse Citizens' Advice Bureau heeft de Commissie een aantal exemplaren van de studie „Paradise Lost” toegezonden. De studie is gebaseerd op het verslag „The Problems of Products Resembling Timeshare in Europe; the experience of European Consumer Centres”, dat in november 2002 door de Europese Centra voor de consument is gepubliceerd.
De Commissie is ervan op de hoogte dat er, ondanks Richtlijn 94/47/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 1994 betreffende de bescherming van de verkrijger voor wat bepaalde aspecten betreft van overeenkomsten inzake de verkrijging van een recht van deeltijds gebruik van onroerende goederen (1) en de daaropvolgende omzetting van de richtlijn door de lidstaten, nog steeds klachten zijn. De klagers hebben hun klachten rechtstreeks naar de Commissie gezonden of via het Parlement, de Europese Centra voor de consument (2) of het Europees Buitengerechtelijk Netwerk (3).
In 1999 is een verslag van de Commissie (4) gepubliceerd waarin een aantal van deze problemen werd behandeld. In de conclusies werden mogelijke aanpassingen of wijzigingen van de richtlijn voorgesteld. Naar aanleiding van dit verslag heeft het Parlement (5) een resolutie aangenomen en is de Raad (6) met conclusies gekomen.
Het lid van de Commissie dat verantwoordelijk is voor gezondheid en consumentenbescherming heeft tijdens het debat in het Parlement in juli 2002 over de aanneming van de resolutie een brede strategie uiteengezet om de nog onopgeloste problemen in de timesharingsector aan te pakken.
Om de dringendste problemen op te lossen, zijn er contacten tot stand gebracht tussen vooraanstaande consumentenorganisaties en leden van de timesharingsector, met het doel zelfregulering doeltreffender te maken. De sector werkt momenteel aan de opstelling van een gedragscode die zal worden gebruikt om de standaarden te verhogen en de oneerlijke en ondoorzichtige praktijken aan te pakken die niet door de richtlijn worden gedekt. De onderhandelingen zijn op dit moment gaande, zodat de inzichten van consumenten bij de opstelling van deze code meegenomen worden.
Daarnaast heeft de Commissie gebruik gemaakt van de ervaring van de Europese Centra voor de consument, en samengewerkt met de onlangs opgerichte contactpunten van het Europees Buitengerechtelijk Netwerk en het International Consumer Protection Enforcement Network (7) (ICPEN) bij de behandeling van de nog onopgeloste problemen en bij het aanmoedigen van meer systematische samenwerking tussen de sector en de relevante contactpunten in de lidstaten.
Verder heeft de Commissie onlangs twee voorstellen voor wetgeving gericht op de bescherming van consumenten aangenomen.
Ten eerste is in juni 2003 een voorstel voor een kaderrichtlijn betreffende oneerlijke „business-to-consumer”-handelspraktijken (8) aangenomen. In dit voorstel zijn onder andere bepaalde oneerlijke handelspraktijken opgenomen waaraan kwaadwillende verkopers in de timesharingsector zich vaak schuldig maken (bijvoorbeeld dwang).
Ten tweede heeft de Commissie in juli 2003 een voorstel aangenomen voor een verordening betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming (9). Dit voorstel is erop gericht een doeltreffende en snelle samenwerking tot stand te brengen tussen de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming.
Tot slot is de Commissie, overeenkomstig de strategie voor consumentenbeleid 2002-2006, bezig de bestaande communautaire wetgeving inzake consumentenbescherming te herzien. Bij deze herziening wordt een aantal richtlijnen onder de loep genomen, waaronder Richtlijn 94/47/EG betreffende deeltijdgebruik van onroerende goederen. De Commissie is voornemens de strategie voor de herziening van het acquis inzake consumentenbescherming in het tweede kwartaal van 2004 te presenteren.
(2) De rol van het ECC-netwerk (de „euroloketten”) is de Europese consument doen begrijpen hoe hij de gemeenschappelijke markt in zijn voordeel kan gebruiken, en advies geven bij problemen.
(3) De rol van het EB-Net, een netwerk van contactpunten of „clearing houses”, is consumenten informatie verschaffen over de beschikbare vormen van alternatieve geschillenbeslechting en praktische hulp bieden bij het afwikkelen van een klacht langs deze weg.
(4) SEC(1999) 1795 def.
(5) Resolutie van het Europees Parlement over de follow-up van het communautaire beleid inzake de bescherming van de verkrijgers van een recht van deeltijdgebruik van onroerende goederen (verslag-Medina Ortega), aangenomen op 4 juli 2002 (PE 298 410).
(6) 2255e zitting van de Raad van 13.4.2000 (punt 9.2).
(7) Het International Consumer Protection Enforcement Network is een wereldwijd netwerk van nationale autoriteiten dat zich ten doel stelt de handhaving van wetgeving ter bescherming van consumenten (uitgezonderd productveiligheid en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen) te versterken en te verbeteren. Het netwerk komt bijeen om handhavingsvraagstukken te bespreken, informatie uit te wisselen en de internationale samenwerking tussen de betrokken landen te verbeteren. De Commissie heeft een subgroep „Europa” opgezet om de Europese samenwerking te verbeteren en de mondiale bijeenkomsten voor te bereiden.
(8) COM(2003) 356 def.
(9) COM(2003) 443 def.