|
3.4.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
CE 84/78 |
(2004/C 84 E/0083)
SCHRIFTELIJKE VRAAG E-3668/03
van María Sornosa Martínez (PSE) en María Valenciano Martínez-Orozco (PSE) aan de Commissie
(9 december 2003)
Betreft: Aantasting flora en fauna door uitbreiding van de haven van Altea
Verscheidene universiteiten, milieu- en burgerverenigingen alsmede ondergetekenden hebben de Commissie gewaarschuwd voor de ernstige gevolgen die de uitbreidingswerkzaamheden aan de haven van Campomanes in Altea zullen hebben voor met name de posidonia-velden en de dolfijnenpopulatie. De Europese Commissie, die zich rechtstreeks in verbinding heeft gesteld met de Spaanse autoriteiten teneinde deze zaak te onderzoeken, weet dat de Catalaanse regering van plan is de 40 hectare posidonia-velden die door de werkzaamheden worden bedreigd, over te brengen naar een andere locatie. Deze optie is echter door de meeste deskundigen van de hand gewezen als „onuitvoerbaar”, gezien de moeilijkheden van overplanting van posidonia en het feit dat de zich momenteel rond deze posidonia-velden bevindende dolfijnenpopulatie sterk van deze velden afhankelijk is.
In haar antwoord op schriftelijke vraag P-1450/03 (1) van 23 mei dit jaar kondigde de Commissie aan dat zij de zaak nog steeds in behandeling had en binnenkort een besluit zou nemen:
Kan de Commissie nader aangeven wat de conclusies zijn van haar onderzoek naar de milieuschade van de uitbreidingswerkzaamheden aan de haven van Altea?
Kan de Commissie aangeven welke besluiten tot nog toe zijn genomen in deze kwestie?
Zijn de deskundigen van de Commissie het eens met het universitaire standpunt, volgens welk de door de Catalaanse regering voorgestelde oplossing van verplaatsing van de posidonia-velden in de praktijk „onuitvoerbaar” is?
Antwoord van mevrouw Wallström namens de Commissie
(5 februari 2004)
Na analyse van de beschikbare informatie heeft de Commissie besloten dat de Spaanse autoriteiten de bepalingen van het communautaire milieurecht in het geval van het uitbreidingsproject voor de jachthaven van Altea correct hebben toegepast. De Commissie heeft namelijk geconstateerd dat voor het genoemde project een milieu-effectbeoordelingsprocedure is uitgevoerd. Uit de resultaten van deze beoordeling blijkt geen significant effect voor het gebied van communautair belang (GCB) dat zich in de nabijheid bevindt en dat door de Spaanse autoriteiten is voorgesteld in het kader van de totstandkoming van het Natura 2000-netwerk. Het project is overigens slechts van invloed op 1 % (tussen de 10 en 15 hectaren) van de prioritaire habitat van communautair belang (de posidonia-velden) die zich in dit gebied bevindt.
Voor zover het genoemde project geen significante gevolgen voor het gebied heeft, zijn compensatiemaatregelen volgens de communautaire wetgeving niet noodzakelijk. Hoewel de Commissie zich bewust is van de technische moeilijkheden waarmee de overplanting van de posidonia-velden gepaard gaat, kan zij zich dus niet uitspreken over de haalbaarheid van een dergelijke actie, of een oordeel vellen over de zin van andere maatregelen die door de Spaanse autoriteiten worden overwogen om de gevolgen van het project voor het milieu tot een minimum te beperken.
Zoals reeds is uiteengezet, hebben de Spaanse autoriteiten naar aanleiding van een milieu-effectbeoordeling, waarbij in het bijzonder rekening is gehouden met artikel 6, lid 3, van Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (2), vastgesteld dat het project geen significante gevolgen heeft voor het gebied. In de gegeven omstandigheden en uit hoofde van het genoemde artikel 6, lid 3, mogen de Spaanse autoriteiten het project dus goedkeuren zonder dat er compensatiemaatregelen hoeven te worden getroffen. Elke maatregel die later door de Spaanse autoriteiten wordt getroffen om het gebied te beschermen, zou buiten de toepassing van het communautaire recht vallen.
(1) PB C 78 E van 27.3.2004, blz. 716.