|
27.3.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
CE 78/839 |
(2004/C 78 E/0893)
SCHRIFTELIJKE VRAAG E-3640/03
van Herbert Bösch (PSE) en Johannes Swoboda (PSE) aan de Commissie
(9 december 2003)
Betreft: Opheffing van rechtstreekse grensoverschrijdende spoorwegverbindingen
Vanaf 14 december 2003 gelden in Oostenrijk, Zwitserland en Duitsland nieuwe spoorwegdienstregelingen. In de nieuwe dienstregeling komen de rechtstreekse nachttreinverbindingen Wenen/Brussel (EN 324 Donau-Walzer), Brussel/Wenen (EN 325 Donau-Walzer), Brussel/Chur (D 499) en Chur/Brussel (D 499) niet meer voor. Reeds midden december 2002 werd de rechtstreekse nachttreinverbinding Wenen/Amsterdam, Amsterdam/Wenen geschrapt. De opheffing van deze verbindingen geschiedde/geschiedt hoewel de treinen in het algemeen goed bezet waren/zijn en een belangrijke aanvoerlijn naar de toeristenplaatsen in Oostenrijk in de kerst-en zomervakantie vormen. Wat de treinen van en naar Brussel, resp. Amsterdam betreft, heeft de Österreichische Bundesbahn getracht ervoor te zorgen dat de betrokken spoorwegverbindingen gehandhaafd bleven, maar de spoorwegmaatschappijen in België, Duitsland en Nederland waren om verschillende redenen tegen instandhouding van deze lijnen. Met het oog op haar capaciteiten kan de ÖBB deze transeuropese verbindingen echter niet alleen exploiteren.
Kan de Commissie mededelen hoeveel directe treinen tussen de hoofdsteden van de lidstaten en de aan de EU grenzende derde landen in de afgelopen vijf jaar werden opgeheven?
Welke maatregelen neemt Commissie om het grensoverschrijdende personentreinverkeer te bevorderen, met name tegen de achtergrond van het EU-initiatief ter bevordering van transeuropese netwerken? Welke preventieve maatregelen neemt de Commissie om te voorkomen dat door de liberaliseringsmaatregelen op Europees niveau een verslechtering voor de consument optreedt? Kan de Commissie een overzicht geven waaruit blijkt in welke mate de diverse lidstaten in de afgelopen vijf jaar een beroep op de TEN-middelen hebben gedaan? Welke consequenties heeft de niet-verwezenlijking van spoorwegprojecten voor de treinpassagiers?
Kan het terzake bevoegde Commissielid mededelen hoe het grensoverschrijdende goederen- en personenvervoer over de weg en dat per trein zich in de EU sinds 1995 heeft ontwikkeld en kan zij een prognose geven hoe dit vervoer zich in de komende tien jaar verder zal ontwikkelen? Hoe heeft het transitovervoer door Oostenrijk zich sinds 1995 ontwikkeld en welke scenario's ziet de Commissie voor het Oostenrijkse transitovervoer in de komende tien jaar?
Waar moet volgens de Commissie in de komende jaren het zwaartepunt in het grensoverschrijdende goederen- en personenvervoer in de EU en met name in Oostenrijk worden gelegd — op de spoorwegen of op het wegvervoer? Welke gevolgen zal dit voor de bereikbaarheid van de afzonderlijke Europese regio's met het openbaar vervoer hebben? Welke stappen heeft de Commissie reeds genomen om haar doel te bereiken, en welke zullen nog volgen?
Antwoord van mevrouw de Palacio namens de Commissie
(6 februari 2004)
De Commissie wordt ingelicht over de opheffing van een groot aantal internationale treindiensten die door nationale spoorwegmaatschappijen gezamenlijk worden geëxploiteerd. Volgens de inlichtingen die bij de betrokken ondernemingen zijn ingewonnen, zouden deze diensten vaak zwaar verlieslatend zijn en geven de ondernemingen er de voorkeur aan ze uit een oogpunt van gezond financieel beheer te beëindigen, aangezien ze niet in aanmerking komen voor subsidies voor openbare dienstverlening.
De logheid van de samenwerkingsmechanismen en het ontbreken van commerciële belangen bij verschillende van de samenwerkende ondernemingen, dragen er ook toe bij dat deze diensten zich niet beter ontwikkelen.
De Commissie is van mening dat dit marktsegment er baat bij zou hebben als het zou worden geliberaliseerd teneinde een meer commerciële aanpak te bevorderen en de mogelijkheid te scheppen de volledige verantwoordelijkheid voor de dienst bij één onderneming te leggen.
De invoering van het eerste spoorwegpakket in 2003 heeft een nieuw juridisch kader gecreëerd dat dergelijke operaties in de vorm van internationale bedrijfsgroepen en later, wanneer deze diensten conform de wens van het Parlement volledig worden geliberaliseerd, door elke geïnteresseerde spoorwegmaatschappij, zou moeten vereenvoudigen. De oprichting in december 2003 van RailNetEurope, waarin alle infrastructuurbeheerders zijn verenigd, zal de ontwikkeling bevorderen van internationale lijnen die kunnen worden gebruikt door ondernemingen welke dergelijke diensten op een meer dynamische commerciële basis willen opzetten, hetgeen een absolute noodzaak zal zijn om het op te kunnen nemen tegen de sterke concurrentie van goedkope luchtvaartmaatschappijen en de autobuslijndiensten, die zich in Europa snel ontwikkelen.
De Commissie is zich terdege bewust van de uitdagingen waarvoor de spoorwegsector zich in de transportbranche gesteld ziet. Ze streeft ernaar om, middels het eerste en tweede spoorwegpakket, waar het Parlement goed mee bekend is, en middels het derde pakket, dat ze binnenkort hoopt aan te nemen, een compleet Europees regelgevingskader op te zetten dat tot doel heeft de sector nieuw leven in te blazen door hem in staat te stellen op Europees niveau betrouwbare en hoogwaardige diensten aan te bieden. Alleen dan kan de sector in de toekomst slagen, gezien de constante verbeteringen in de andere vervoerssectoren. De Commissie hoopt op krachtige steun van het Parlement in deze zaak van lange adem, die een grote cultuurwijziging in de spoorwegsector zal vereisen.
In antwoord op de vragen aangaande de verkeers- en investeringscijfers doet de Commissie de geachte parlementsleden en het secretariaat van het Parlement de gevraagde gegevens rechtstreeks toekomen.