|
27.3.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
CE 78/554 |
(2004/C 78 E/0589)
SCHRIFTELIJKE VRAAG E-3457/03
van Ilda Figueiredo (GUE/NGL) aan de Commissie
(20 november 2003)
Betreft: Hervorming van de olijfoliesector
In haar mededeling over de „totstandbrenging van een duurzaam landbouwmodel voor Europa via het hervormde GLB — de sectoren tabak, olijfolie, katoen en suiker” (1), verklaart de Commissie dat de olijfgaardbetaling eenvoudigheidshalve niet zal worden toegekend in het geval van steunaanvragen voor minder dan 50 EUR.
Aangezien deze zin tot diverse interpretatie heeft geleid, zou ik de Commissie er dankbaar voor zijn als zij mij zou willen uitleggen of dit betekent dat alle bezitters van olijfgaarden, die momenteel minder dan 50 EUR aan steun ontvangen, voortaan 50 EUR zullen ontvangen, of juist helemaal geen steun meer zullen ontvangen, hetgeen zeer onrechtvaardig zou zijn.
Antwoord van de heer Fischler namens de Commissie
(22 december 2003)
Nadat de Commissie haar mededeling over de „Totstandbrenging van een duurzaam landbouwmodel voor Europa via het hervormde GLB — de sectoren tabak, olijfolie, katoen en suiker” (2) had gepubliceerd, heeft zij op 18 november 2003 voorstellen aangenomen voor regelgeving betreffende de hervorming in de sectoren katoen, tabak, olijfolie en hop.
Het door het geachte parlementslid genoemde aspect van de voorstellen past in het streven naar vereenvoudiging van een regeling die wordt gekenmerkt door een zeer groot aantal begunstigden in de Gemeenschap (meer dan 2 100 000), van wie een groot deel kleine steunbedragen ontvangt. Die vereenvoudiging is echter zo ontworpen dat de belangen van de kleinste producenten niet worden geschaad.
De voorgestelde regeling bestaat daarom uit twee elementen: enerzijds zullen de olijventeeltbedrijven die kleiner zijn dan 0,3 „GIS-ha olijven” (oppervlakte-eenheid waarbij gebruik wordt gemaakt van gegevens uit het geografische informatiesysteem voor de olijventeelt), recht hebben op overheveling naar de bedrijfs-toeslag van het volledige gemiddelde steunbedrag dat zij in de referentieperiode hebben ontvangen, ongeacht de hoogte van dat bedrag, terwijl wordt voorgesteld om die overheveling voor de olijven-producenten met meer dan 0,3 GIS-ha olijven te beperken tot 60 % van de betrokken gemiddelde steun. Anderzijds zullen bij de nieuwe steun voor olijfgaarden, met het oog op een eenvoudiger beheer van de betrokken regeling, alleen aanvragen voor ten minste 50 EUR als ontvankelijk worden beschouwd zonder dat er welke beperking dan ook geldt ten aanzien van de grootte van de olijfgaard.
Per slot van rekening zullen de allerkleinste producenten met de voorgestelde regeling altijd ten minste het gemiddelde ontvangen van de bedragen die in de referentieperiode zijn toegekend. Degenen met een olijfgaard die door de lidstaat in milieu- of maatschappelijk opzicht waardevol wordt geacht, zullen daarnaast steun voor olijfgaarden kunnen ontvangen mits het bedrag daarvan ten minste 50 EUR is.
(1) COM(2003)554 def.
(2) COM(2003) 554 def.