|
8.4.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
CE 88/645 |
(2004/C 88 E/0662)
SCHRIFTELIJKE VRAAG E-3377/03
van Elisabeth Schroedter (Verts/ALE) en Inger Schörling (Verts/ALE) aan de Commissie
(14 november 2003)
Betreft: Olieboringen door Rusland in de Oostzee, nabij het Kursiu Nerija Nationaal Park (Curonian Spit) (olieveld D6)
De Russische oliemaatschappij Loekoil zal vóór eind 2003 beginnen met olieboringen in olieveld D 6. D 6 ligt slechts 22 km uit de Russische kust en 6 km van de Litouwse kust. Olie vervuiling zou het Kursiu Nerija Nationaal Park in Rusland en Litouwen in gevaar brengen en mogelijk ook de Finse en Zweedse kust. Het Kursiu Nerija Nationaal Park staat op de lijst van het Unesco-Werelderfgoed en zal na de toetreding van Litouwen deel uitmaken van Natura2000. Het gebied ontvangt nu al LIFE-financiering en staat bekend om zijn kwetsbare milieu. Toerisme, dat het moet hebben van schone stranden, is een belangrijke economische factor in het gebied. Een transparante, internationale milieueffectrapportage is nog niet uitgevoerd door de Russische autoriteiten. In het Tweede actieplan voor de Noordse dimensie dat medio oktober is goedgekeurd wordt aangedrongen op samenwerking met de Russische autoriteiten om te voldoen aan het Espoo-Verdrag en om grensoverschrijdende samenwerking op milieugebied te implementeren.
|
1. |
Is de Commissie van mening dat het project uit milieuoogpunt veilig is?
|
|
2. |
Gebruikt de Commissie alle beschikbare kanalen om deze eis kracht bij te zetten, zoals de Helcom en de CBSS, alsmede de verschillende fora voor samenwerking met Rusland in het kader van de PSO, bijvoorbeeld de subcommissie voor energie, milieu en nucleaire veiligheid? Hoe gaat de Commissie gebruik maken van de uitgelezen gelegenheid die het olieveld D 6 biedt om het tweede actieplan voor de Noordse dimensie te activeren? |
|
3. |
Is de Commissie zich ervan bewust dat een EBWO-lening aan Loekoil gebruikt is voor het D6-project zonder nadere voorwaarden ten aanzien van de naleving van de verdragen van Espoo en Helsinki die een internationale MER verplicht stellen? Wat heeft de Commissie ondernomen om de financiering van Loekoil op te schorten totdat voldaan is aan de internationale wetgeving? Is de Commissie zich ervan bewust dat de EU deze financiering zou kunnen tegenhouden als zij gebruik zou maken van haar meerderheid in de Raad van Bestuur van de EBWO? |
|
4. |
Is de EU van plan olie te importeren die geproduceerd wordt door het D6-platform? |
Antwoord van de heer Patten Namens de Commissie
(19 december 2003)
|
1. |
De Commissie deelt de zorgen van het geachte parlementslid over het Russische voornemen om naar olie te boren in het kwetsbare gebied bij het Kursiu Nerija Nationaal Park aan de Oostzee, zonder een milieu-effectrapportage (MER) uitgevoerd te hebben die aan hoge, internationale normen voldoet. De Commissie is van mening dat alleen een MER voldoende, gedetailleerde gegevens zou kunnen opleveren over de mogelijke gevolgen voor huidige en toekomstige lidstaten en milieuveiligheid. Daarom zal de Commissie haar inspanningen combineren met die van de huidige en toekomstige lidstaten en pogen de Russische Federatie ervan te overtuigen dat het voor de veiligheid van alle landen rond de Oostzee, waaronder Rusland, noodzakelijk is dat er een transparante MER wordt uitgevoerd die aan hoge, internationale normen voldoet, en dat alle betreffende voorzorgsmaatregelen om calamiteiten het hoofd te bieden, moeten worden genomen. Volgens een aanbeveling van deskundigen van het Unesco-Werelderfgoedcentrum in een verslag van 5 november 2003 aan zowel Russische als de Litouwse specialisten dient Rusland, voordat het begint met de boringen en de exploitatie van het olieveld bij het Kursiu Nerija Nationaal Park, de volgende noodzakelijke stappen te nemen: de uitvoering van een milieu-effectrapportage en een onderzoek naar de operationele risico's, alsmede de ontwikkeling van een bilateraal calamiteitenplan en een controlesysteem. De Commissie merkt ook op dat Rusland het Verdrag van Espoo van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) inzake grensoverschrijdende milieu-effecten nog niet heeft ondertekend. |
|
2. |
Dit onderwerp is besproken in het kader van de Helsinki-commissie (Helcom). Alle staten rond de Oostzee en de Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Commissie, hebben zich aangesloten bij de Conventie van Helsinki (1). Er zijn stappen ondernomen voor een doeltreffende uitwisseling van informatie en de delegatie van de Russische Federatie heeft gedetailleerde informatie over hun plannen voorgelegd die in juli 2003 gerouleerd heeft onder alle delegatievoorzitters van de Helcom. Bovendien zijn er voortdurende contacten binnen een gezamenlijke Russisch-Litouwse commissie. De Commissie zal erop aandringen dat het subcomité voor milieu, dat deel uitmaakt van de partnerschaps-en samenwerkingsovereenkomst tussen de Unie en Rusland, snel bijeenkomt om o.a. deze zaak verder te bespreken. Het Actieplan voor de noordelijke dimensie biedt een operationeel kader waarbinnen de strategische doelstellingen worden geformuleerd. Een van de prioritaire doelstellingen is te bereiken dat de internationale milieuconventies volledig worden nageleefd. Volgens het Actieplan dienen alle partners zich meer in te zetten voor de tenuitvoerlegging van de Verklaring van Kopenhagen van de Helcom, inzake maritieme veiligheid. Echter, aangezien de noordelijke dimensie in juridische zin een niet-bindend initiatief is, is het succes ervan afhankelijk van de actieve en bereidwillige inzet van alle betrokkenen. |
|
3. |
De lening van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBWO) aan Loekoil in 2000 was bedoeld als werkkapitaal voor de middellange termijn. Voor zover bij de Commissie bekend is, bestaat er geen verband tussen deze lening en het project D6/Kursiu Nerija Nationaal Park (een project dat een ander soort financiering voor de lange termijn vereist). Bovendien blijkt uit een verslag van de EBWO dat de in 2000 verstrekte lening toentertijd slechts een minimaal deel uitmaakte van de totale schuldenlast van Loekoil. De lening is momenteel in de aflossingsfase: USD 62,5 miljoen is tijdig afgelost en de gehele lening dient medio/eind 2004 te zijn afgelost. De EBWO heeft geen financieringsaanvragen voor degelijke, nieuwe projecten van Loekoil in behandeling en meer specifiek, geen financieringsaanvragen voor de ontwikkeling van olievelden. De Commissie blijft zich ervoor inzetten dat de EBWO de hoogste milieunormen hanteert voor zijn investeringsprojecten. In deze context is het van belang op te merken dat de EBWO in het verleden een positieve invloed heeft gehad op de milieupraktijken van de ondernemingen die door de bank gefinancierd werden, waaronder Loekoil. |
|
4. |
In de Unie kiezen alle raffinaderijen of inkoopmaatschappijen autonoom en onafhankelijk waar zij hun ruwe olie inkopen. |
(1) Relevante aanbevelingen van de Helcom in dit opzicht zijn met name Aanbeveling 18/2 (van 12 maart 1997) inzake offshore-activiteiten en Aanbeveling 19/17 (van 24 maart 1998) inzake maatregelen om vervuiling door offshore-installaties te bestrijden. Naar aanleiding van een verzoek van Litouwen is tijdens een recente bijeenkomst van de delegatiehoofden van de Helcom te Helsinki op 27 en 28 oktober 2003 overeengekomen dat deze aanbevelingen zullen worden herzien in samenwerking met de desbetreffende deskundigen van de OSPAR-commissie en de International Association of Oil and Gas Producers (OGP).