27.3.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

CE 78/806


(2004/C 78 E/0855)

SCHRIFTELIJKE VRAAG E-3365/03

van Mihail Papayannakis (GUE/NGL) aan de Commissie

(14 november 2003)

Betreft:   Herinrichting van de wijk Psirrí

Tot de werken die momenteel in Athene worden uitgevoerd voor het met elkaar verbinden van de archeologische vindplaatsen, waaraan medefinanciering met communautaire middelen wordt toegekend, behoort de herinrichting van de wijk Psirrí. Deze wijk vormt onderdeel van de oude stad en wordt gekenmerkt door lage bebouwing, smalle straatjes, het volkse karakter van zijn bewoners en traditionele economische activiteiten. Helaas dreigt de herinrichting steeds vaker te resulteren in verdringing van de oorspronkelijke bewoners en traditionele beroepen door ongecontroleerd oprukkende nachtelijke uitgaansgelegenheden, met alle overlast en vervuiling die dat met zich meebrengt. De buurtbewoners klagen steeds vaker bij de autoriteiten, maar tot nu toe helaas zonder resultaat, ondanks het feit dat het bestaan van illegale situaties en overtredingen in het algemeen wordt erkend.

Was de Commissie vóór de toekenning van enigerlei financiering aan de desbetreffende werken op de hoogte van de doelstellingen van deze herinrichting, heeft ze er haar goedkeuring aan gegeven en heeft ze toezicht gehouden op de uitvoering ervan? Hoe is het mogelijk dat met steun van communautaire financiële middelen werken worden uitgevoerd die leiden tot ontrafeling van het stedelijk en economisch weefsel in het centrum van de Griekse hoofdstad?

Antwoord van de heer Barnier namens de Commissie

(12 januari 2004)

De integratie van de archeologische sites van Athene is een van de prioriteiten van het derde communautair bestek ten behoeve van Griekenland en wordt tot stand gebracht via een reeks projecten. Deze projecten betreffen de renovatie van de sites en de daarmee samenhangende culturele activiteiten. Aangezien het niet gaat om projecten in de zin van hoofdstuk V („grote projecten”) van Verordening (EG) nr. 1260/1999 van de Raad van 21 juni 1999 houdende algemene bepalingen inzake de Structuurfondsen (1), zijn de nationale autoriteiten verantwoordelijk voor de selectie van de individuele projecten. De gedetailleerde planning en uitvoering is een taak van de beheersautoriteiten die zijn aangewezen voor de relevante programma's, namelijk het operationele programma „Cultuur” en het regionale operationele programma „Attica”.

Volgens de informatie waarover de Commissie momenteel beschikt, zouden commerciële activiteiten zoals beschreven in de vraag van het geachte parlementslid geen steun uit hoofde van de betrokken programma's hebben ontvangen.


(1)  PB L 161 van 26.6.1999.