3.4.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

CE 84/59


(2004/C 84 E/0066)

SCHRIFTELIJKE VRAAG E-3359/03

van Chris Davies (ELDR) aan de Commissie

(14 november 2003)

Betreft:   Bijvangsten in verband met garnalenvisserij

Na uitgebreid onderzoek is de Environmental Justice Foundation (Stichting rechtvaardigheid inzake het milieu) tot de slotsom gekomen dat de omvangrijke bijvangsten in verband met de garnalenvisserij op mondiale schaal achteruitgang van het milieu veroorzaken. Volgens de FAO komt een derde van de teruggegooide vangst voor rekening van de garnalenvisserij, hoewel deze slechts 2 % van de vis produceren. Ofschoon de garnalenvisserij in bijzondere mate niet-selectief is, beperkt het probleem van de bijvangsten zich niet tot dit soort visserij. Ieder jaar worden in verband met een grote verscheidenheid van vangstmethoden miljoenen tonnen vis gevangen als bijvangst, voor het grootste deel met treilers, kiewnetten en beuglijnen. Zonder sturing zullen deze vormen van visserij ongetwijfeld tot gevolg hebben dat de biodiversiteit in de zee en de productiviteit teruglopen en dat werkloosheid en armoede in kustgebieden toenemen. In 1994 heeft de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties verklaard dat bijvangsten en het teruggooien van vis in verband met visserijactiviteiten door de internationale gemeenschap met grote aandacht dienen te worden gevolgd, maar er zijn onvoldoende maatregelen genomen om tot een oplossing te komen voor deze overbevissing. Om het probleem van de bijvangsten op mondiaal niveau aan te pakken beveelt EJF aan een „internationaal actieprogramma inzake beperking van bijvangsten” vast te stellen onder auspiciën van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN. EJF zou gaarne zien dat de EU bij de eerstkomende gelegenheid die kans op succes biedt het voortouw neemt en aandringt op dit IABB. Dit voorstel zou, daar de EU onlangs haar gemeenschappelijk visserijbeleid zodanig heeft hervormd dat voorrang wordt gegeven aan behoud en duurzame exploitatie van visbestanden, aansluiten op de huidige Europese doelen. Een IABB zou de EU niet alleen helpen haar eigen niveau van bijvangsten aan te pakken (o.m. indien deze verband houden met de diepzeevloot), maar het zou eveneens het internationaal beleid vooruit helpen met betrekking tot beperking van door de visserij veroorzaakt afval.

1.

Via welke initiatieven wordt momenteel de beperking van bijvangsten (en niet uitsluitend de beperking van de hoeveelheden teruggegooide vis) in Europese wateren aangepakt, alsook de beperking van door de diepzeevloten in de wateren van derde landen als bijvangst gevangen hoeveelheden vis?

2.

Op welke wijze controleert de EU de omvang van de bijvangsten en de gevolgen van bijvangsten voor het ecosysteem in de zee?

3.

Is de EU bereid het voortouw te nemen en aan te dringen op een „internationaal actieprogramma inzake beperking van bijvangsten” van de FAO van de VN?

Antwoord van de heer Fischler namens de Commissie

(6 januari 2004)

De Commissie is zich bewust van het ernstige probleem dat door de omvangrijke bijvangsten in bepaalde takken van visserij wordt veroorzaakt, en van de daarmee gepaard gaande achteruitgang van de mariene biodiversiteit en de productiviteit. De Commissie deelt de bezorgdheid van het geachte parlementslid en is het met hem eens dat het probleem dringend op mondiaal niveau moet worden aangepakt.

Zoals het geachte parlementslid aangeeft, wordt in het nieuwe gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) voorrang gegeven aan de instandhouding en de duurzame exploitatie van visbestanden. In hoofdstuk II van Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (1) is in het kader van het hervormde gemeenschappelijk visserijbeleid voorzien in „specifieke maatregelen om de gevolgen van visserijactiviteiten voor mariene ecosystemen en niet-doelsoorten te beperken” en in „stimulansen, met inbegrip van economische stimulansen, vast te stellen om een selectievere visserij of een visserij met minder nadelige consequenties te bevorderen”.

Het gemeenschappelijk visserijbeleid omvat een aantal initiatieven om de bijvangsten door de eigen visserijvloot te beperken,

waaronder:

het actieplan inzake teruggooi (2). Met dit actieplan wordt het probleem van de teruggooi van vis door de communautaire visserijvloten in alle viswateren aangepakt. Het heeft tot doel de omvang van de teruggooiproblematiek duidelijk te maken, de biologische en economische gevolgen van het teruggooien te schetsen en aan te geven wat de mogelijkheden zijn voor het verminderen van de teruggegooide hoeveelheden door een vermindering van de visserij-inspanning en door de ontwikkeling van selectiever vistuig;

het bevorderen van selectieve vistechnieken door middel van de financiële stimulansen voor het gebruik van selectief vistuig die worden geboden door Verordening (EG) nr. 2792/1999 van de Raad tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen en voorwaarden voor de structurele acties van de Gemeenschap in de visserijsector (3), en het financieren van studies naar bijvangsten en mogelijke beperkende maatregelen.

Een voorbeeld op dit gebied is een specifiek driejarig onderzoeksproject dat in 2003 is begonnen, en dat wordt afgerond in het kader van het zesde kaderprogramma om het milieu ontziende soortselectieve vistuigen te ontwikkelen en om alternatieve tactieken te formuleren om de effecten voor de soorten waarop niet wordt gevist, te beperken. De potentiële communautaire bijdrage ligt tussen de 3 en 4 miljoen euro;

1.

de invoering van maatregelen ter controle van de visserij-inspanning om bij de gemengde visserij bijvangsten van ernstig uitgeputte visbestanden te verminderen (zoals bijvoorbeeld kabeljauw in de Noordzee en ten westen van Schotland).

Voor de diepzeevloten in de wateren van derde landen bevatten de visserijovereenkomsten soms maatregelen om de bijvangsten te verminderen, bijvoorbeeld door quota voor bijvangsten vast te stellen.

2.

Wat het toezicht betreft, is in de verordening betreffende de verzameling van gegevens (4) de verplichting opgenomen toezicht te houden op de teruggooi van specifieke bestanden; voor andere, minder belangrijke, bestanden moeten proefonderzoeken worden verricht. Ook is toezicht verplicht op de bijvangsten van beschermde soorten van de Habitatrichtlijn (5).

3.

De Commissie vindt de suggestie van de Environmental Justice Foundation (EJF) (Stichting voor rechtvaardigheid inzake het milieu) om te vragen om een „internationaal actieprogramma inzake de beperking van bijvangsten” van de Landbouw- en voedselorganisatie van de VN een zeer waardevol idee en is bereid dit steunen. Vanwege de hoge werkdruk in verband met het in punt 1 bedoelde eigen Actieplan inzake teruggooi van de Commissie, in het kader waarvan volgend jaar een aantal specifieke initiatieven zal worden genomen, heeft de Commissie echter geen mogelijkheid het voortouw te nemen bij het voorbereiden van andere initiatieven op internationaal niveau.


(1)  PB L 358 van 31.12.2002.

(2)  COM(2002)656 def.

(3)  PB L 337 van 30.12.1999.

(4)  Verordening (EG) nr. 1543/2000 van de Raad van 29 juni 2000 tot instelling van een communautair kader voor het verzamelen en beheren van gegevens die essentieel zijn voor het gemeenschappelijk visserijbeleid, PB L 176 van 15.7.2000.

(5)  Verordening (EEG) nr. 43/92 van de Commissie van of 9 januari 1992 tot vaststelling van de uiterste datum voor de indiening van de regioplannen door de lidstaten, PB L 5 van 10.1.1992.