27.3.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

CE 78/252


(2004/C 78 E/0253)

SCHRIFTELIJKE VRAAG E-3280/03

van Maurizio Turco (NI) aan de Commissie

(5 november 2003)

Betreft:   Ontbreken van specifieke controles op de hoeveelheden van de producten die door de lidstaten met exportrestituties worden uitgevoerd naar de Staat Vaticaanstad

Gezien de volgende feiten:

a)

Bij het aanvullend antwoord op schriftelijke vraag P-3202/02 (1) werden uittreksels gevoegd uit de database CATS (Clearance Audit Trail System) van de Europese Commissie, waarin van de lidstaten afkomstige gegevens zijn opgenomen betreffende de restituties bij de export van communautaire landbouwproducten naar derde landen.

b)

Uit een analyse van de databank CATS blijkt dat in de periode 1998-2001 is gerestitueerd:

321 711 242,39 EUR voor de export naar Vaticaanstad;

281 866 767,22 EUR voor de export naar Zwitserland;

35 414 204,76 EUR voor de export naar Andorra;

429 415,48 EUR voor de export naar Liechtenstein;

41,92 EUR voor de export naar San Maríno.

c)

In het aanvullend antwoord op de vragen E-1477/03-E-1480/03 (2) wordt het volgende verklaard:

Er worden geen specifieke controles verricht op de hoeveelheden rundvlees, rietsuiker en chemische zuivere sacharose in vaste vorm die door de lidstaten worden geëxporteerd naar Vaticaanstad. De omvang van deze export naar de staat in kwestie lijkt redelijk.

Ten aanzien van de producten die door de Gemeenschap onder de restitutieregeling worden geëxporteerd naar Vaticaanstad verzekeren de Vaticaanse autoriteiten dat deze uitsluitend bestemd zijn voor verbruik op het grondgebied van Vaticaanstad of in de instellingen en diensten van de Heilige Stoel.

Op de producten die onder de restitutieregeling naar Vaticaanstad worden geëxporteerd, zijn de volgende specifieke bepalingen van toepassing: de douaneovereenkomst tussen Italië en Vaticaanstad en de communautaire bepalingen die de exportrestituties regelen.

d)

Artikel 11 van het Verdrag van Lateranen, waarin de betrekkingen tussen de Staat Vaticaanstad en de Republiek Italië zijn geregeld, verzekert de centrale organen van de katholieke kerk van vrijstelling van „iedere inmenging van de zijde van de Italiaanse Staat”.

Kan de Commissie mededelen

om welke redenen geen specifieke controles worden verricht op de hoeveelheden rundvlees, rietsuiker en chemische zuivere sacharose in vaste vorm die door de lidstaten worden geëxporteerd naar Vaticaanstad;

of zij een lijst bezit van de instellingen en diensten van de Heilige Stoel buiten het Vaticaan waarvoor deze bestemd zijn;

of zij van mening is dat iedere overtreding van de communautaire bepalingen inzake exportrestituties moet worden beschouwd als zijnde ondergeschikt aan het niet-inmengingsbeginsel van artikel 11 van het Verdrag van Lateranen;

op basis van welke evaluaties de omvang van de export naar het Vaticaan haar redelijk lijkt?

Antwoord van de heer Fischler namens de Commissie

(16 december 2003)

De Commissie verwijst het geachte parlementslid naar haar antwoord op schriftelijke vraag P-3202/02 (3) en de daarbij gevoegde lijst met totale restitutiebedragen die voor verschillende bestemmingen, waaronder de Staat Vaticaanstad (VA), zijn betaald.

Het geachte parlementslid citeert verkeerd uit het hierboven bedoelde antwoord. Het bedrag voor de Staat Vaticaanstad is niet 321 711 242,39 EUR, maar 4 000 813,01 EUR.

De Commissie gaat er derhalve van uit dat de vragen niet langer relevant zijn.


(1)  PB C 137 E van 12.6.2003, blz. 172.

(2)  PB C 70 E van 20.3.2004, blz. 45.

(3)  PB C 137 E van 12.6.2003.