27.3.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

CE 78/234


(2004/C 78 E/0237)

SCHRIFTELIJKE VRAAG E-3174/03

van Charles Tannock (PPE-DE) aan de Commissie

(27 oktober 2003)

Betreft:   Europese filmindustrie

Welke maatregelen neemt de Europese Unie via het MEDΙΑ-programma om de kwaliteit van draaiboeken voor Europese films te verbeteren? Kan een scenarioschrijver die zijn werk door middel van het auteursrecht wenst te beschermen dit op Europees niveau doen en, zo ja, wordt deze vorm van auteursrecht in andere landen met inbegrip van de Verenigde Staten ten volle geëerbiedigd?

Is de Commissie, daar tal van films die nationale of EU-steun ontvangen (bijna) uitsluitend worden vertoond in filmhuizen, van mening dat gemakkelijker meer mensen naar deze films zouden gaan indien behalve ondertitels in de taal van het land waar de film werd vertoond ook Engelse ondertitels werden toegevoegd, d.w.z. dat een Duitse film die in Italië wordt vertoond voorzien is van Engelse en Italiaanse ondertitels?

Is de Commissie ten slotte van mening dat Europese films die anders een zekere mate van succes zouden hebben uit de markt worden gedrukt door het overwicht van de distributeurs uit Hollywood en, zo ja, welke maatregelen kunnen hier eventueel tegen worden genomen?

Antwoord van mevrouw Reding namens de Commissie

(19 december 2003)

Het geachte parlementslid vraagt wat de Unie via het MEDIA-programma doet om de kwaliteit van draaiboeken voor Europese films te verbeteren. Via de MEDIA-programma's heeft de Unie een reeks maatregelen ter ondersteuning van de Europese filmindustrie genomen die zich concentreren op een aantal sleutelactiviteiten zoals opleiding, ontwikkeling, distributie en promotie. Een van de gebieden waarop de opleidingsmaatregelen zich specifiek richten, is het schrijven van draaiboeken. Wat de internationale bescherming van het auteursrecht betreft, zijn alle partijen bij de Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst gebonden door de bepalingen van artikel 5, dat stelt: „Auteurs genieten voor werken waarvoor zij uit hoofde van deze conventie beschermd zijn, in de andere landen van de Unie dan het land van herkomst de rechten die hun respectieve wetgevingen thans of in de toekomst aan hun onderdanen verlenen, en de speciaal bij deze conventie verleende rechten”. De conventie geldt voor alle lidstaten en de andere landen, met inbegrip van de Verenigde Staten, die partij zijn bij de conventie.

De Commissie werkt op het ogenblik aan een voorstel voor een nieuwe generatie programma's voor de Europese audiovisuele sector. Ondertiteling is een van de onderwerpen die besproken worden als middel ter bevordering van de culturele verscheidenheid. Het gaat hierbij echter om het gebruik van ondertiteling in tegenstelling tot nasynchronisatie. Onder de huidige steunregeling kunnen aanvragen worden ingediend voor ondertiteling in het Engels. De Commissie denkt evenwel niet dat Engelse ondertitels een positief effect op de circulatie zullen hebben.

De Commissie maakt zich zorgen over de beperkte circulatie van niet-nationale Europese films buiten hun eigen grondgebied en heeft hiertoe een diverse regelingen in het leven geroepen om iets aan dit probleem te doen. Het MEDIA-programma verleent steun voor de distributie en uitzending van audiovisuele werken (fictie, documentaires, animatiefilms en interactieve programma's) en van Europese films in bioscopen, op video, op dvd en op televisie. Het verleent ook steun aan netwerken van bioscopen die een gemeenschappelijke strategie volgen voor de bevordering en marketing van Europese films.

Het MEDIA Plus-programma omvat steunregelingen voor bioscoopfilms (steunregelingen voor distributeurs — automatische en selectieve steun —, voor verkoopagenten en voor bioscoopexploitanten) en voor televisie, dvd en video.

Voor distributeurs: Het doel van de „automatische” steunregeling is de ruimere transnationale distributie van nieuwe niet-nationale Europese films aan te moedigen en te ondersteunen door de distributeurs op basis van hun potentieel om een publiek voor Europese films te creëren, steun te verlenen voor verdere investeringen in dergelijke films. Dit bevordert ook de totstandkoming van relaties tussen de productie- en distributiesector en verbetert aldus de concurrentiepositie van niet-nationale Europese films. De „selectieve” steunregeling is ook bedoeld om de oprichting en consolidatie te bevorderen van samenwerkingsnetwerken tussen Europese distributeurs, alsmede samenwerking tussen distributeurs, verkoopagenten en/of producenten.

Voor verkoopagenten: Het doel van de steunregeling is de ruimere transnationale distributie van nieuwe Europese films aan te moedigen en te ondersteunen door de verkoopagenten op basis van hun marktprestaties steun te verlenen voor verdere investeringen in nieuwe Europese films.

Voor bioscoopexploitanten: Het doel is de vorming van netwerken van Europese premièrebioscopen en de vertoning van niet-nationale Europese films door deze bioscopen te bevorderen.

Voor televisie: De steunregeling is bedoeld voor Europese ondernemingen waarvan de activiteiten bijdragen tot de promotie en circulatie van Europese televisieprogramma's die zijn geproduceerd door zelfstandige bedrijven binnen en buiten de Gemeenschap. Zij stimuleert de samenwerking tussen zenders enerzijds, en zelfstandige Europese distributeurs en producenten anderzijds. De steunregeling is bedoeld om zelfstandige productiebedrijven aan te moedigen werken (fictie, documentaires en animatiefilms) te produceren waaraan niet minimaal twee, maar bij voorkeur meer, zenders uit verscheidene lidstaten deelnemen en meewerken, behorend tot verschillende taalgebieden.

Voor dvd en video: De steunregeling is bedoeld voor Europese bedrijven waarvan de activiteiten bijdragen tot de versterking van de distributiesector voor Europese werken in voor particulier gebruik bestemde vorm. Zij moedigt de distributeurs aan te investeren in digitale technologie en de promotie van niet-nationale Europese werken op video en dvd.