|
27.3.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
CE 78/465 |
(2004/C 78 E/0490)
SCHRIFTELIJKE VRAAG E-3106/03
van María Bergaz Conesa (GUE/NGL) aan de Commissie
(22 oktober 2003)
Betreft: Wateroverhevelingsproject Júcar-Vinalopó
Het omvangrijke wateroverhevelingsproject Júcar-Vinalopó (totale kosten ruim 50 miljoen euro.) maakt deel uit van het nationaal waterprogramma dat in oktober 2002 werd gepresenteerd met het oog op communautaire financiering. Vanwege de technische kenmerken is het overhevelingsproject van de Júcar naar de Vinalopó nauw verweven met het overhevelingsproject van water van de Ebro, dat nog niet naar de Commissie is opgestuurd. Het Nationaal waterprogramma voorziet in het binnenlaten van 63 hm3 in het stuwmeer van Tous, om de overheveling van water van de Júcar naar de Vinalopó mogelijk te maken (analyse van het vooronderzoek naar de overhevelingen in het kader van het Nationaal waterplan, blz. 170).
Het project wordt gedetailleerd onderzocht op de gevolgen voor het milieu door de Commissie (DG Milieu) en de Europese Investeringsbank verricht momenteel onderzoek naar de financiële haalbaarheid. De resultaten van dit onderzoek zijn niet bekend gemaakt.
Volgens onafhankelijke deskundigen is het project noch economisch noch uit milieuoogpunt levensvatbaar en kleven er belangrijke technische tekortkomingen aan, zoals het ontbreken van een nauwkeurige, geactualiseerde en volledige milieueffectbeoordeling. De tekortkomingen van dit project zijn bij de Commissie en het Parlement aangekaart via diverse klachten van burgers, verzoekschriften en parlementaire vragen.
Desalniettemin gaat de Spaanse regering gewoon door met dit project en worden de werkzaamheden beetje bij beetje voortgezet, aldus verklaringen van de Spaanse minister voor Milieu. Deze voortvarendheid zou wel eens op gespannen voet kunnen komen te staan met een gedegen onderzoek naar de ingediende klachten en bezwaren.
Beschikt de Commissie over de inhoud en de conclusies van de studie van de EIB en zo ja, is zij bereid deze bekend te maken? Is de Commissie van mening dat dit project in belangrijke mate afhankelijk is van de overheveling van water uit de Ebro? Is de Commissie van plan de Spaanse autoriteiten te verzoeken om een geactualiseerde milieueffectbeoordeling en een kosten-batenanalyse, en voorts om naleving van de overige eisen die aan grote projecten worden gesteld uit hoofde van de structuurfondsverordening (verordening (EG) nr. 1260/1999 (1)), inzonderheid artikel 26? Kan de Commissie bevestigen of de verantwoordelijke commissaris met de minister is overeengekomen dat het verslag vóór het eind van dit jaar wordt gepubliceerd?
Antwoord van de heer Barnier namens de Commissie
(19 december 2003)
De Commissie heeft de Europese Investeringsbank (EIB) geraadpleegd in het kader van de samenwerkingsovereenkomst met de EIB en de wettelijke voorschriften, om een onafhankelijk advies over dit project te verkrijgen. De Commissie heeft de bank verzocht om een technisch verslag over de levensvatbaarheid van het wateroverhevelingsproject Júcar-Vinalopó. De EIB heeft op 1 augustus 2003 verslag uitgebracht. De bank concludeert dat het project onder specifieke voorwaarden op zichzelf levensvatbaar is, onafhankelijk van het wateroverhevelingsproject voor de Ebro.
De Spaanse autoriteiten hebben verklaard dat de optie in de voorlopige ontwerpwet inzake het nationaal waterprogramma om water van de Ebro naar de Júcar over te hevelen en van deze laatste naar de Vinalopó, uiteindelijk niet gekozen is in de versie van het document dat van 20 juni tot 2 augustus 2003 voor het publiek ter inzage gelegen heeft.
De Commissie is van mening dat de gegevens waarover zij beschikt, herzien en aangevuld met de gegevens uit het technische verslag van de EIB, in deze fase toereikend zijn om het project met succes te evalueren in het licht van de wettelijke eisen die de Structuurfondsen stellen, in het bijzonder de punten waarnaar verwezen wordt in Artikel 26 van Verordening (EG) nr. 1260/1999 (2).
Ter aanvulling van deze informatie wenst de Commissie nog aan te geven dat de voorwaarden die in het verslag van de EIB genoemd worden na bestudering zijn doorgegeven aan de Spaanse autoriteiten. Mocht tijdens het onderzoek van het dossier andere informatie nodig blijken te zijn, dan zal de Commissie deze opvragen bij de desbetreffende autoriteiten. De Spaanse autoriteiten hebben op 20 oktober 2003 formeel gereageerd op de geformuleerde voorwaarden. De Commissie beoordeelt het antwoord momenteel.
De Commissie is niet op de hoogte van een formele verplichting om het verslag openbaar te maken.
Dit complexe dossier wordt nog bestudeerd. De Commissie heeft in dit stadium nog geen definitief besluit genomen over het verzoek tot cofinanciering.
De Commissie wijst het geachte parlementslid ook op het antwoord van de Commissie op schriftelijke vraag nr. E-0419/03 (aanvullend antwoord) van mevrouw Gonzalez Alvarez (3).
(1) PB L 161 van 26.6.1999, blz. 1.
(2) Verordening (CE) nr. 1260/1999 van de Raad van 21 juni 1999 houdende algemene bepalingen inzake de structuurfondsen, PB L 161 van 26.6.1999.
(3) PB C 70 E van 20.3.2004, blz. 28.