|
20.3.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
CE 70/218 |
(2004/C 70 E/235)
SCHRIFTELIJKE VRAAG E-3105/03
van Marianne Eriksson (GUE/NGL), Piia-Noora Kauppi (PPE-DE) en Joke Swiebel (PSE) aan de Commissie
(22 oktober 2003)
Betreft: Financiering van EQUAL-projecten en discriminatie op grond van seksuele gerichtheid
Artikel 13 van het EG-Verdrag, artikel 21 van het Handvest van de grondrechten en artikel 1 van Richtlijn 2000/78/EG (1) tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep verbieden discriminatie op grond van seksuele gerichtheid. Op communautair niveau bestaat er een geïntegreerde strategie om discriminatie (vooral op grond van geslacht, ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid) en sociale uitsluiting te bestrijden. Meer bepaald voor wat betreft de arbeidsmarkt, maakt EQUAL deel uit van die strategie. De lidstaten moeten hun strategie met betrekking tot EQUAL kenbaar maken op basis van een thematische indeling binnen de vier pijlers van de Europese werkgelegenheidsstrategie. Binnen deze thema's moeten de lidstaten ervoor zorgen dat hun voorstellen vooral personen ten goede komen die het slachtoffer zijn van de belangrijkste vormen van discriminatie (op grond van geslacht, ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid) en ongelijkheid.
Ons werd meegedeeld dat onder het huidige EQUAL-programma slechts vier van de 1400 partnerschappen betrekking hebben op discriminatie op grond van seksuele gerichtheid. Kan de Commissie aangeven of deze informatie correct is?
Kan de Commissie ook aangeven of alle lidstaten discriminatie op grond van seksuele gerichtheid hebben opgenomen in hun oproepen tot het indienen van projectvoorstellen onder het huidige EQUAL-programma? Zo niet, kan de Commissie verduidelijken welke actie zij heeft ondernomen om het aantal partnerschappen dat zich toespitst op discriminatie op grond van seksuele gerichtheid, te doen toenemen?
Zal de Commissie ervoor zorgen dat discriminatie op grond van seksuele gerichtheid uitdrukkelijk wordt vermeld in het EQUAL-programma en in de oproepen tot het indienen van projectvoorstellen voor het volgende EQUAL-programma, zowel in de huidige lidstaten als in de toetredende landen, in de lente van 2004?
Antwoord van mevrouw Diamantopoulou namens de Commissie
(25 november 2003)
Het communautair initiatief Equal heeft tot doel nieuwe manieren te ontwikkelen, te testen en te mainstreamen om alle vormen van discriminatie en ongelijkheid in verband met de arbeidsmarkt te bestrijden. Equal is dan ook een experimentele tak van de Europese strategie ter bestrijding van discriminatie (met name op grond van geslacht, ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid).
Aangezien het subsidiariteitsbeginsel wordt toegepast, wordt het Equal-initiatief door de lidstaten ten uitvoer gelegd op basis van een programmadocument waarover de lidstaten en de Commissie overeenstemming hebben bereikt. Deze documenten beschrijven de algemene aanpak en prioriteiten van het programma en de fundamentele administratieve en financiële procedures voor de tenuitvoerlegging.
De Commissie houdt uitsluitend toezicht op de tenuitvoerlegging van Equal door de lidstaten op het niveau van de programma's en niet op het niveau van de ontwikkelingspartnerschappen. De lidstaten hebben er evenwel mee ingestemd om in een openbare gegevensbank informatie over de ontwikkelingspartnerschappen te verstrekken.
De lidstaten gingen er ook mee akkoord om openbare oproepen tot het indienen van voorstellen uit te schrijven op basis van de bepalingen van hun nationale Equal-programmadocument. Zoals uit punt 8 (2) van de Equal-mededeling blijkt, is er een duidelijk verband met het doel van het Equal-programma en de vermelding van alle gronden voor discriminatie. Verderop in dezelfde mededeling, in punt 14 (3), staat te lezen: „De lidstaten dragen er (…) zorg voor dat hun voorstellen in eerste instantie van nut zijn voor de mensen die te maken hebben met de belangrijkste vormen van discriminatie (op grond van geslacht, ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid) en ongelijkheid.” Dat betekent dat alle activiteiten die verband houden met één van de vermelde gronden voor discriminatie in alle lidstaten voor het Equal-programma in aanmerking komen.
Aangezien alle nationale Equal-programmadocumenten een strategie presenteren die gebaseerd is op een analyse van de situatie inzake alle vormen van discriminatie én op nationale beleidsprioriteiten, heeft de Commissie geen specifieke maatregelen genomen om de bestrijding van één van de specifieke gronden voor discriminatie te bevorderen.
Uit een doorlichting van de hierboven genoemde openbare gegevensbank blijkt dat veel meer dan vier ontwikkelingspartnerschappen activiteiten ontplooien die met discriminatie op grond van seksuele geaardheid verband houden. Geografische ontwikkelingspartnerschappen zijn soms gericht op alle discriminatiegronden in een specifiek geografisch gebied, terwijl bepaalde activiteiten in sommige ontwikkelingspartnerschappen op discriminatie op grond van seksuele geaardheid zijn toegespitst. Er zijn ook voorbeelden van ontwikkelingspartnerschappen waar dit het thema van één van de verschillende subprojecten is. In Groot-Brittannië bijvoorbeeld houdt een ontwikkelingspartnerschap zich bezig met HIV (human immunodeficiency virus) en uitsluiting. Het aspect discriminatie op grond van seksuele geaardheid is één dimensie van hun werk, maar niet hun hoofddoel.
Het is inderdaad zo dat slechts weinig ontwikkelingspartnerschappen vooral of hoofdzakelijk aandacht hebben voor discriminatie op grond van seksuele geaardheid.
Discriminatie op grond van seksuele geaardheid is opgenomen en vastgesteld in het Equal-programma, zoals in de Equal-mededeling vermeld. Deze beleidsinhoud is duidelijk en zal behouden blijven. Voorts zal de Commissie erop toezien dat in de geplande Equal-mededeling een duidelijke verwijzing wordt opgenomen naar het artikel 13 van het EG-Verdag, het artikel 21 van het Handvest van de grondrechten en de Richtlijn 2000/78/EG (4) die u in uw vraag vermeldt. Tijdens de lopende onderhandelingen met de nieuwe lidstaten zal de Commissie er ook voor zorgen dat Equal alle vermelde gronden voor discriminatie omvat.
Wat de oproepen tot het indienen van voorstellen betreft, moeten de lidstaten alle toepasselijke bepalingen van de Equal-mededeling naleven en alle vormen van discriminatie omvatten.
Om een beter inzicht te krijgen in de gevarieerde activiteiten en de veelbelovende resultaten van de eerste Equal-ronde, hebben de lidstaten contracten toegekend voor de evaluatie van Equal op nationaal niveau en heeft de Commissie een contract toegekend op het niveau van de Unie. De halftijdse resultaten van deze evaluaties zullen pas in december 2003 beschikbaar zijn. Indien uit deze evaluaties blijkt dat actie moet worden ondernomen om discriminatie op specifieke gronden te bestrijden, dan zal de Commissie tijdens de tweede Equal-ronde rekening houden met deze aanbevelingen.
(1) PB L 303 van 2.12.2000, blz. 16.
(2) „Op het niveau van de Gemeenschap is een integrale strategie ontwikkeld ter bestrijding van discriminatie (in het bijzonder discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid) en sociale uitsluiting. Equal, dat op de arbeidsmarkt gericht is, zal deel gaan uitmaken van deze strategie” (PB C 127 van 5.5.2000, blz. 2).
(3) Punt 14. Equal-mededeling (PB C 127 van 5.5.2000, blz. 2) „De lidstaten leggen hun strategie voor Equal vast aan de hand van de thematische terreinen die onder de vier pijlers van de Europese werkgelegenheidsstrategie vallen. De lidstaten dragen er in het kader van deze terreinen zorg voor dat hun voorstellen in eerste instantie van nut zijn voor de mensen die te maken hebben met de belangrijkste vormen van discriminatie (op grond van geslacht, ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid) en ongelijkheid. Ieder thematisch terrein moet voor al deze groepen volledig openstaan.”.
(4) Richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep.