|
20.3.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
CE 70/208 |
(2004/C 70 E/224)
SCHRIFTELIJKE VRAAG E-3065/03
van Alexandros Alavanos (GUE/NGL) aan de Commissie
(17 oktober 2003)
Betreft: Discriminatie van vrouwen
In artikel 6 van de arbeidsovereenkomst van 44 nieuwe landbouwdeskundigen van de ELGA (Griekse landbouwverzekeringen), waarop door het Ministerie van Landbouw toezicht wordt uitgeoefend, staat: „Indien een zwangere werknemer vanwege de aard van de werkzaamheden die zij uitoefent haar werk niet kan verrichten, wordt haar arbeidsovereenkomst ontbonden. Na haar zwangerschapsverlof en indien er vacatures bij de dienst zijn, kan zij opnieuw worden aangeworven”. Dit artikel van de arbeidsovereenkomst staat lijnrecht op het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen, het Handvest van de Grondrechten, de communautaire wetgeving, bijv. richtlijn 76/207/EEG (1) en richtlijn 86/613/EEG (2), alsook op de jurisprudentie van het Europees Hof van Justitie.
Acht de Commissie een dergelijke formulering in een arbeidsovereenkomst aanvaardbaar? Welke maatregelen gaat de Commissie nemen teneinde te bewerkstelligen dat deze arbeidsovereenkomst niet meer wordt gebruikt?
Antwoord van mevrouw Diamantopoulou namens de Commissie
(4 december 2003)
Het geachte parlementslid wil van de Commissie weten of zij een bepaling in een arbeidsovereenkomst aanvaardbaar acht die stelt dat „indien een zwangere werknemer vanwege de aard van de werkzaamheden die zij uitoefent haar werk niet kan verrichten, haar arbeidsovereenkomst wordt ontbonden. Na haar zwangerschapsverlof en indien er vacatures bij de dienst zijn, kan zij opnieuw worden aangeworven”.
Op grond van Richtlijn 92/85/EEG van de Raad van 19 oktober 1992 inzake de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid op het werk van werkneemsters tijdens de zwangerschap, na de bevalling en tijdens de lactatie (3) zijn werkgevers verplicht een risico-evaluatie uit te voeren voor werkzaamheden die een risico kunnen inhouden voor werkneemsters tijdens de zwangerschap, na de bevalling of tijdens de lactatie. Mocht de evaluatie een risico voor de veiligheid of de gezondheid aan het licht brengen, dan moet dat risico worden geëlimineerd, moet de werkneemster een andere arbeidsplaats krijgen of moet zij van arbeid worden vrijgesteld. Tijdens dit verlof worden de aan de arbeidsovereenkomst verbonden rechten, met inbegrip van het behoud van een bezoldiging en/of het genot van een adequate uitkering, gewaarborgd. Op grond van Richtlijn 92/85/EEG is het ook verboden werkneemsters tijdens de zwangerschap, na de bevalling of tijdens de lactatie te ontslaan gedurende de periode vanaf het begin van hun zwangerschap tot het einde van het zwangerschapsverlof, behalve in uitzonderingsgevallen die geen verband houden met de zwangerschap, de bevalling of de lactatie. Daarnaast verbiedt Richtlijn 76/207/EEG van de Raad van 9 februari 1976 betreffende de tenuitvoerlegging van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de toegang tot het arbeidsproces, de beroepsopleiding en de promotiekansen en ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden discriminatie op grond van geslacht. Volgens vaste rechtspraak van het Europese Hof van Justitie staat discriminatie op grond van zwangerschap gelijk aan rechtstreekse discriminatie op grond van geslacht.
De door het geachte parlementslid bedoelde bepaling in de arbeidsovereenkomst lijkt dus in strijd met Richtlijn 92/85/EEG. Zij is mogelijk ook in strijd met Richtlijn 76/207/EEG. Aangezien de Griekse Organisatie van Landbouwverzekeringen ELGA onder het Ministerie van Landbouw ressorteert, zal de Commissie contact opnemen met de Griekse autoriteiten om nadere informatie hierover in te winnen en zal zij het geachte parlementslid op de hoogte brengen zodra zij deze informatie heeft ontvangen.
(1) PB L 39 van 14.2.1976, blz. 40.
(2) PB L 359 van 19.12.1986, blz. 56.