|
13.3.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
CE 65/256 |
(2004/C 65 E/271)
SCHRIFTELIJKE VRAAG P-3009/03
van Arlene McCarthy (PSE) aan de Commissie
(8 oktober 2003)
Betreft: Vuurwerk
In heel Europa raken duizenden mensen gewond, worden eigendommen vernield, doorstaan dieren doodsangsten en wordt er geld verspild aan hulpdiensten die in actie moeten komen om het hoofd te bieden aan gevaren die geheel en al te voorkomen zijn.
Er bestaat geen duidelijke communautaire wetgeving betreffende het veilige gebruik van vuurwerk. Het valt expliciet niet onder richtlijn 93/15/EEG (1) van 5 april 1993 betreffende de harmonisatie van de bepalingen inzake het in handel brengen van en de controle op explosieven voor civiel gebruik. De Commissie kon er niet van worden overtuigd dat een communautaire richtlijn betreffende het in de handel brengen en het gebruik van vuurwerk wat betreft de preventie van ongevallen een meer doeltreffende oplossing zou zijn dan plaatselijke voorschriften.
|
1. |
De Commissie stelde in antwoord op schriftelijke vraag P-4053/97 (2) dat het aantal ongelukken en de ernst ervan afhangen van plaatselijke gewoonten in verband met het gebruik van vuurwerk in het openbaar. Is de Commissie, gezien de verschillen die er tussen de lidstaten bestaan met betrekking tot het in handel brengen en het gebruik van vuurwerk, ook van mening dat een specifieke communautaire richtlijn doeltreffender zou zijn, zowel ter bescherming van de volksgezondheid als ter verzekering van gelijke concurrentievoorwaarden met betrekking tot het in de handel brengen en het gebruik van vuurwerk? |
|
2. |
Is de Commissie niet van mening dat de beperking van de vuurwerkverkoop tot verkooppunten met vergunning de verschillen tussen de lidstaten zou verminderen? |
|
3. |
Bepaalde soorten vuurwerk zijn gevaarlijker dan andere. Vuurwerk dat op de markt wordt gebracht in de Gemeenschap is onderworpen aan richtlijn 92/59/EEG (3) van de Raad van 29 juni 1992 inzake algemene productveiligheid. Niet alle lidstaten zijn het eens over het bereik van deze richtlijn. Zou het niet meer aangewezen zijn om de normen voor productveiligheid te verduidelijken door middel van specifieke wetgeving voor vuurwerk? |
|
4. |
Net als alle andere producten die goedgekeurd zijn voor legaal gebruik in een lidstaat, mag vuurwerk in beginsel vrij binnen de Gemeenschap circuleren (art. 28 (ex art. 30) van het EG-Verdrag). Op grond van artikel 30 (ex art. 36) van het EG-Verdrag kan grensoverschrijdend transport van vuurwerk verboden worden uit hoofde van openbaar beleid of ter bescherming van de openbare veiligheid. Is de Commissie het ermee eens dat het gemakkelijker is een product illegaal in te voeren in een EU-lidstaat met strengere productcontrole als het eenmaal legaal ingevoerd is in een lidstaat met mindere strenge beperkingen, dan te proberen het verboden product rechtstreeks in te voeren vanuit een derde land? Is het daarom niet gepaster de wetgeving betreffende legaal vuurwerk in de EU te harmoniseren? |
|
5. |
Wat doet de Commissie om de invoer van illegaal vuurwerk in de lidstaten van de EU tegen te houden? |
Antwoord van de heer Liikanen namens de Commissie
(31 oktober 2003)
Momenteel wordt een communautair wetgevingsvoorstel over geharmoniseerde regels voor de goedkeuring en categorisering van vuurwerk opgesteld ter behandeling door de Commissie. Deze regels moeten de gebruikers een hoog beschermingsniveau bieden en garanderen dat in de Unie alleen goedgekeurd vuurwerk in de handel wordt gebracht. Het voorstel bevat essentiële veiligheidsvoorschriften waaraan vuurwerk moet voldoen. Op basis hiervan kan het Europees Comité voor Normalisatie (CEN) geharmoniseerde veiligheidsnormen voor vuurwerk ontwikkelen.
De Commissie is niet van mening dat communautaire maatregelen moeten worden genomen om de verkoop van vuurwerk te beperken tot verkooppunten die hiervoor een vergunning hebben. Volgens het wetgevingsvoorstel zal vuurwerk echter in categorieën worden verdeeld, waarbij bepaalde categorieën aan professionele gebruikers zijn voorbehouden. Deze maatregelen zijn evenredig met het nagestreefde doel, namelijk de gebruikers een hoog beschermingsniveau bieden.
In de Unie bestaan er grote verschillen wat het gebruik van vuurwerk betreft, met name met betrekking tot de perioden van het jaar waarin de vraag naar vuurwerk het grootst is en de kenmerken van het vuurwerk (visuele en geluidseffecten). In de geplande maatregelen is dan ook bepaald dat de lidstaten de nodige voorzieningen moeten treffen om het gebruik van in de Unie goedgekeurd vuurwerk op deze lokale gewoonten af te stemmen.
In afwachting van deze maatregelen zijn de bepalingen van het EG-Verdrag en de beginselen van de interne markt van toepassing, alsook nationale maatregelen die tot beperkingen van de intracommunautaire handel in deze goederen kunnen leiden en die overeenkomstig de artikelen 28 tot en met 30 van het EG-Verdrag zijn beoordeeld.
De controle op illegaal in de Unie ingevoerd vuurwerk valt onder de bevoegdheid van de lidstaten. De goedkeuring van geharmoniseerde communautaire wetgeving inzake vuurwerk zou tot gevolg hebben dat voor ingevoerd vuurwerk dezelfde regels gelden als voor uit de Unie afkomstig vuurwerk.
(1) PB L 121 van 15.5.1993, blz. 20.
(2) PB C 187 van 16.6.1998, blz. 116.
(3) PB L 228 van 11.8.1992, blz. 24.