|
13.3.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
CE 65/247 |
(2004/C 65 E/263)
SCHRIFTELIJKE VRAAG E-2923/03
van Marianne Thyssen (PPE-DE) aan de Commissie
(2 oktober 2003)
Betreft: Het octrooistelsel en het midden- en kleinbedrijf (MKB)
Naar aanleiding van de discussie in het Europees Parlement over het voorstel voor een richtlijn betreffende de octrooieerbaarheid van in computers geïmplementeerde uitvindingen zijn vele opmerkingen gehoord waaruit blijkt dat de toepassing van de octrooiwetgeving in het algemeen geen eenvoudige zaak is voor het MKB. Nochtans heeft ook het innoverende MKB octrooibescherming nodig.
Kan de Commissie meedelen of zij weet heeft van bestaande mechanismen in de lidstaten die het MKB op hun octrooipad financieel of juridisch-administratief begeleiden? Vindt de Commissie het niet noodzakelijk, zowel bij de aanvraag als bij de verdediging van octrooi-aanspraken achteraf, de procedures minder duur en meer doeltreffend te maken? Acht de Commissie het niet wenselijk — met de komst van het gemeenschapsoctrooi in het vooruitzicht — om een dergelijk mechanisme op het niveau van de Europese Unie in het leven te roepen?
Antwoord van de heer Bolkestein namens de Commissie
(17 november 2003)
De octrooimogelijkheden van het midden- en kleinbedrijf (MKB) worden als een belangrijke uitdaging gezien. De invoering van het Gemeenschapsoctrooi, dat in alle lidstaten geldig zou zijn, zou kleinere ondernemingen een groot voordeel opleveren: zij hoeven hun octrooi maar één keer voor de hele Unie af te dwingen in plaats van vijftien keer, namelijk in elke lidstaat afzonderlijk. Dat zou de toegang tot de Europese interne markt voor kleine ondernemingen en particulieren met innoverende producten sterk vereenvoudigen.
Over de steun voor het midden- en kleinbedrijf in de afzonderlijke lidstaten zijn onlangs twee studies verricht in opdracht van het directoraat-generaal Interne markt van de Commissie.
In de eerste studie werd de rol van de nationale octrooibureaus bij de bevordering van innovatie onderzocht. Uit die studie is gebleken dat de lidstaten via hun nationale octrooibureaus een aantal diensten aanbieden die bedoeld zijn om de kennis over en de toegankelijkheid van het octrooisysteem te verbeteren. Het verslag bevat een overzicht van de beschikbare diensten en een aantal aanbevelingen voor toekomstige activiteiten.
De tweede studie gaat over de mogelijke invoering van een rechtsbijstandsverzekering voor octrooigeschillen. Momenteel bestaan in geen lidstaat specifieke materieelrechtelijke bepalingen over een rechtsbijstandsverzekering voor octrooigeschillen, hoewel men zich privé enigszins kan indekken en in een aantal landen al over de mogelijkheid van wetgeving hierover is gesproken. Eén van de conclusies van de studie was dat de invoering van een rechtsbijstandsverzekering op EU-niveau werkelijke voordelen kan opleveren, met name voor ondernemingen met beperkte financiële middelen, maar dat een aantal problemen naar voren was gebracht, die verder werk vereisten. In het licht van deze bevindingen is de Commissie van plan een nadere, grondigere studie uit te voeren. Zodra die klaar is, zal de Commissie beslissen of er maatregelen moeten worden genomen en zo ja, welke.
De verslagen van beide studies zijn beschikbaar op de website van DG Interne markt op het volgende adres: [http://europa.eu.int/comm/internal_market/en/indprop/patent/index.htm].
Een andere studie („Enforcing small firm's patent rights”) is in opdracht van het directoraat-generaal Ondernemingen van de Commissie uitgevoerd en weerspiegelt de bezorgdheid van de Europese Unie erover dat het MKB minder dan het zou kunnen van octrooien gebruik maakt. Een enquête bij 4 000 kleine en middelgrote ondernemingen met octrooien en prototypes heeft aangetoond dat in twee op drie gevallen was geprobeerd om hun door octrooi beschermde uitvindingen te kopiëren. In de studie werd ook nagegaan hoe moeilijk de ondernemingen het vinden om hun rechten uit te oefenen en wat hun mening is over de verschillende mogelijkheden die worden geboden om die moeilijkheden te overwinnen.
Het verslag van deze studie is beschikbaar op [http://www.cordis.lu/innovation-policy/studies/im_study3.htm].
In het Verslag over de uitvoering van het Europees Handvest voor kleine bedrijven van 2003 (1) werden twee initiatieven genoemd die in de lidstaten werden genomen om het MKB in de octrooiprocedure bij te staan. Er zijn er nog meer, maar dit zijn twee nuttige en innoverende voorbeelden. Het eerste initiatief is een Ierse website voor on-lineverwerking van aanvragen van octrooien en handelsmerken als een voorbeeld van innoverende on-linediensten. Het tweede is het Duitse programma „Kennis creëert markten” („Wissen schafft Märkte”), dat universiteiten informeert over octrooien en de overdracht van onderzoeksresultaten.
Het Europees Handvest voor kleine bedrijven wil het MKB trouwens onder meer steunen door de versterking van de programma's ter bevordering van de verspreiding van technologie onder kleine bedrijven en van de mogelijkheden van kleine bedrijven om technologieën te onderkennen, te selecteren en aan te passen.
Wat communautaire mechanismen voor steun aan het MKB betreft, werd in 1998 de Intellectual Property Rights (IPR)-helpdesk opgestart. Dit proefproject van de Commissie wordt door DG Ondernemingen gefinancierd in het raam van het communautair kaderprogramma voor onderzoek. Potentiële en huidige deelnemers aan door de Gemeenschap gefinancierde onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten kunnen er terecht met hun vragen over intellectuele-eigendomsrechten.
Sinds 1 januari 2002 helpt deze IPR-Helpdesk [http://www.cordis.lu/ipr-helpdesk/en/home.html] zijn doelgroep, waartoe ook het MKB behoort, bij problemen inzake intellectuele-eigendomsrechten. De klemtoon ligt op de communautaire verspreidings- en beschermingsregels en vragen betreffende de intellectuele eigendom in Europese technologische en onderzoeksprojecten.
Bovendien kunnen deelnemers aan door de Gemeenschap gefinancierde onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten, en met name kleine en middelgrote ondernemingen, in het raam van het zesde communautair kaderprogramma voor onderzoek een financiële bijdrage van de Gemeenschap krijgen voor hun kosten tijdens de looptijd van het project in verband met het octrooieren van uitvindingen die uit het project voortvloeien.
Enkele acties in het kader van het actieplan van de Commissie om meer in onderzoek te investeren (2) zijn gericht op het opstellen van Europese richtsnoeren, die met name betrekking hebben op IPR-regelingen bij samenwerkingen tussen universiteiten en het bedrijfsleven, en op het bevorderen van activiteiten om ondernemingen in heel Europa bewust te maken van en te informeren over IPR. Beide elementen zijn voor het MKB van groot belang.
Tot slot staat in de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek en ontwikkeling (3) dat rechtstreeks uit onderzoek en ontwikkeling voortvloeiende exploitatiekosten (zoals voor de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten) van kleine en middelgrote ondernemingen die nationale steun ontvangen, krachtens bovengenoemde regeling subsidiabel zijn en dat de toegekende steun — onder bepaalde voorwaarden — verenigbaar is met de gemeenschappelijke markt.
(1) COM(2003)21 def.
(2) COM(2003)226 def.