27.3.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

CE 78/146


(2004/C 78 E/0151)

SCHRIFTELIJKE VRAAG P-2647/03

van Bart Staes (Verts/ALE) aan de Commissie

(28 augustus 2003)

Betreft:   Gebruik van op synthethische wijze nagemaakte pro-hormonen bij het vetmesten van dieren

In de Vlaamse pers verschenen berichten dat de gerechtelijke diensten in België een nieuw product op het spoor zijn dat bijdraagt aan het vetmesten van vee. Het product bevordert de aanmaak van testosteron. Het zou gaan om een op synthetische wijze nagemaakt natuurlijk pro-hormoon. Deze stof zet de hersenen aan tot het aanmaken van natuurlijke eigen lichaamshormonen, in dit geval testosteron. In België zijn deze hormonen verboden. Volgens de berichtgeving bevat dit hormoon o.a. dehydroepiandrosterone (DHEA), dat schadelijk is voor de lever en waarschijnlijk nog andere bijwerkingen kent.

Is de Commissie op de hoogte van deze techniek?

Zo ja, welke stappen heeft zij in dit dossier reeds ondernomen?

Zo neen, zal zij zoals vermeld in artikel 29, lid 1 a) van verordening (EG) nr. 178/2002 (1) de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid verzoeken een wetenschappelijk advies over deze aangelegenheid uit te brengen?

Antwoord van de heer Byrne namens de Commissie

(18 september 2003)

De Commissie weet dat zogenoemde pro-hormonen kunnen worden gebruikt om de natuurlijke productie van androgene en oestrogene hormonen bij vee te stimuleren teneinde de groei te bevorderen. DHEA is zo een stof. Deze stof valt onder Richtlijn 96/22/EG van 29 april 1996 betreffende het verbod op het gebruik, in de veehouderij, van bepaalde stoffen met hormonale werking en van bepaalde stoffen met thyreosta-tische werking, alsmede van bèta-agonisten (2).

Het is de verantwoordelijkheid van de lidstaten om na te gaan of deze wetgeving wordt nageleefd door Richtlijn 96/23/EG van de Raad van 29 april 1996 inzake controlemaatregelen ten aanzien van bepaalde stoffen en residuen daarvan in levende dieren en in producten daarvan (2) toe te passen en de nodige maatregelen te treffen.

Met de steun van de Commissie verzamelt het communautair referentielaboratorium voor hormonen de beschikbare technische informatie en organiseert het in oktober 2003 een workshop waarop dit onderwerp met de lidstaten zal worden besproken.

Het Wetenschappelijk Comité voor veterinaire maatregelen in verband met de volksgezondheid (WCVMV) heeft de gevaren voor de menselijke gezondheid van hormoonresiduen in met groeibevorderende hormonen behandeld rundsvlees en producten daarvan geëvalueerd in 1999, in 2000 en nogmaals in 2002. De verslagen daarvan vindt u op (http://europa.eu.int/comm/food/index_nl.html). De Commissie is momenteel bijgevolg niet van plan de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid om een wetenschappelijk advies over deze aangelegenheid te vragen overeenkomstig artikel 29, lid 1, onder a), van Verordening (EEG) 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenhe-den (3).


(1)  PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1.

(2)  PB L 125 van 23.5.1996.

(3)  PB L 31 van 1.2.2002.