8.4.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

CE 88/425


(2004/C 88 E/0431)

SCHRIFTELIJKE VRAAG P-2646/03

van Elizabeth Lynne (ELDR) aan de Commissie

(28 augustus 2003)

Betreft:   Douaneindeling van stoma-apparatuur

Is het juist dat de Europese Commissie voorstelt om stoma-apparatuur in te delen onder GN-code 3926 (artikelen van kunststof) in plaats van onder code 9021 (voor het verhelpen of verlichten van gebreken of van kwalen dienende apparatuur)?

Beseft de Commissie dat dit er in de praktijk toe zal leiden dat stoma-apparatuur duurder zal worden als gevolg van de invoerrechten, die op het nultarief zouden liggen wanneer de producten zouden worden ingedeeld onder code 9021?

Beseft de Commissie dat, wanneer de voorgestelde indeling binnen de Werelddouaneorganisatie wordt toegepast, het in Oost-Europa en ontwikkelingslanden voor stomapatiënten uiterst moeilijk en kostbaar zal worden om dergelijke producten te verkrijgen, omdat de invoerrechten in die landen omhoog zullen gaan?

Met welke organisaties heeft de Europese Commissie overlegd, voordat zij heeft besloten om de nieuwe indeling voor te stellen?

Is het de Commissie bekend dat stoma-apparatuur de functie van het verwijderde gedeelte van de darm of de urinewegen overneemt?

Kunnen dergelijke producten niet worden beschouwd als „voor het verhelpen of verlichten van gebreken of van kwalen dienende apparatuur, die door de patiënt in de hand wordt gehouden of op andere wijze wordt gedragen, dan wel wordt ingeplant” (GN-code 9021)?

Wat is de Commissie hoe dan ook van plan te ondernemen teneinde te verzekeren dat mensen met een handicap (stomapatiënten) in de EU en ontwikkelingslanden geen nadelige gevolgen van deze douaneindeling ondervinden?

Antwoord van de heer Bolkestein namens de Commissie

(23 september 2003)

Neen. De Commissie stelt geen nieuwe indeling van stoma-apparatuur voor. De Commissie heeft maatregelen genomen om duidelijkheid te verschaffen over de indeling van twee belangrijke componenten van stoma-apparatuur die afzonderlijk worden aangeboden, namelijk de huidplak en de opvangzak. In dit verband heeft de Commissie in 1999, bij Beschikking 2000/41/EG (1), een aantal beschikkingen van de lidstaten — zogenaamde bindende tariefinlichtingen (BTI's) — waarbij bepaalde componenten van stoma-apparatuur ten onrechte onder de GN-codes 9018 90 85 en 9021 90 90 werden ingedeeld, ingetrokken. Bovendien heeft de Commissie in 2002 een Toelichting bij de gecombineerde nomenclatuur (2) gepubliceerd waarin de uitdrukking „voor het verhelpen of verlichten van gebreken of van kwalen” werd verduidelijkt en ten gevolge waarvan de huidplak en de opvangzak niet onder post 9021 van het Geharmoniseerd Systeem (GS), worden ingedeeld, maar volgens het materiaal waaruit ze zijn samengesteld.

Ja. De Commissie is zich bewust van de economische gevolgen van de toepassing van de juiste productindeling. Besluiten over de indeling van producten worden evenwel niet genomen op grond van de economische gevolgen van deze indeling, maar om te waarborgen dat de gecombineerde nomenclatuur in de Unie correct en eenvormig wordt toegepast.

Bij de vaststelling van het toe te te passen recht is, volgens de Algemene Regels voor de Interpretatie van de Gecombineerde Nomenclatuur (3), de juiste bewoording van de post in de nomenclatuur van het Gemeenschappelijk Douanetarief van de Gemeenschap (GDT) bepalend. Deze algemene regels zijn opgenomen in de „Inleidende Bepalingen” van het tarief. Er wordt op gewezen dat de hoogte van de rechten het resultaat is van tariefonderhandelingen op basis van de nomenclatuur van het GS in de Wereldhandelsorganisatie/Algemene Overeenkomst betreffende Handel en Tarieven (WTO/GATT).

Ja. De Commissie is zich ervan bewust dat sommige partijen bij het GS-Verdrag, zoals de Verenigde Staten en Noorwegen, de twee belangrijkste componenten van stoma-apparatuur, namelijk de huidplak en de opvangzak, indien deze van kunststof zijn, onder GS-post 3926 indelen.

Met geen enkele. De Commissie neemt maatregelen in verband met een indeling om er voor te zorgen dat het Gemeenschappelijk Douanetarief in de Unie uniform wordt toegepast overeenkomstig artikel 23 van de geconsolideerde versie van het EG-Verdrag. Bij het vaststellen van dergelijke maatregelen past de Commissie de regels voor de interpretatie van de nomenclatuur toe op het betrokken product, aan de hand van de beschikbare documentatie, waaronder de resultaten van laboratoriumproeven.

De in te delen goederen zijn de huidplak en de opvangzak. Het geachte parlementslid vindt het antwoord in de Toelichtingen op de Gecombineerde Nomenclatuur waarnaar hierboven werd verwezen.

Op internationaal vlak is de Commissie voornemens twee soorten actie te ondernemen.

Op de eerste plaats door voor te stellen om de huidplak van hoofdstuk 39 naar hoofdstuk 30 over te brengen. Het overbrengen van producten van de ene naar de andere GS-post kan evenwel niet alle economische problemen die het gevolg zijn van de productindeling oplossen.

Op de tweede plaats zal deze kwestie aan de orde worden gesteld bij de herziening van de douanerechten op alle producten in het kader van de volgende ronde van multilaterale onderhandelingen over de markttoegang van industrieproducten teneinde rekening te houden met de eisen van de Europese industrie.


(1)  Beschikking 2000/41/EG van de Commissie van 29 december 1999 betreffende de geldigheid van bepaalde bindende tariefinlichtingen, PB L 13 van 19.1.2000.

(2)  PB C 256 van 23.10.2002.

(3)  De tarieven van het GDT voor 2003 werden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie — PB L 290 van 28.10.2002.