20.3.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

CE 70/117


(2004/C 70 E/120)

SCHRIFTELIJKE VRAAG P-2600/03

van Maurizio Turco (NI) aan de Commissie

(6 augustus 2003)

Betreft:   Werkzaamheden van de adviesgroep op hoog niveau „Interculturele dialoog in het Middellandse-Zeegebied” en van de groep „Culturele en spirituele dimensie van Europa”

Onder verwijzing naar het antwoord van de heer Prodi namens de Commissie op vraag P-2200/03 (1) kan ik stellen dat ik volledig instem met de constatering dat het vraagstuk van de religieuze waarden voor elke burger zowel een zeer gevoelig als persoonlijk onderwerp is en derhalve ben ik van mening dat dit ook zo moet blijven en geen institutionele en vooral geen constitutionele kwestie mag worden. Het was geenszins mijn bedoeling de activiteiten en het persoonlijke gedachtegoed van voorzitter Prodi te censureren, maar alleen om ervan verzekerd te zijn dat het hierbij ging om een persoonlijke mening en niet om het standpunt van de Commissie.

De adviesgroep op hoog niveau „Interculturele dialoog in het Middellandse-Zeegebied” wordt georganiseerd door het kabinet van Romano Prodi en de groep beleidsadviseurs (GOPA)„en” de resultaten van deze bijeenkomsten zullen in de herfst van 2003 samen met een politieke verklaring worden gepubliceerd in de vorm van een verslag, dat — naar men hoopt — zal worden bestudeerd aan scholen en universiteiten.„De groep” Culturele en spirituele dimensie van Europa „is bijeengeroepen door Romano Prodi” en de resultaten „zullen worden opgenomen in een rapport dat eind 2003 zal uitkomen”.

De leden van genoemde groepen krijgen geen vergoeding, maar de Commissie betaalt de kosten die voortvloeien uit hun deelneming aan de bijeenkomsten.

Kan de Commissie antwoord geven op de volgende vragen:

Hoeveel hebben de organisatie en het houden van de bijeenkomsten van de groep adviseurs op hoog niveau „Interculturele dialoog in het Middellandse-Zeegebied” tot dusverre gekost? Hoeveel denkt men nog uit te geven voor eventuele latere vergaderingen en voor de publicatie en distributie van het verslag? Op welke begrotingslijn worden deze kosten geboekt?

Hoeveel hebben de organisatie en het houden van de bijeenkomsten van de groep „Culturele en spirituele dimensie van Europa” tot dusverre gekost? Hoeveel denkt men nog uit te geven voor eventuele latere vergaderingen en voor de publicatie en distributie van het rapport? Op welke begrotingslijn worden deze kosten geboekt?

Zullen het verslag en het rapport de persoonlijke mening van de adviseurs van voorzitter Prodi weergeven of een politiek standpunt van de Commissie?

Antwoord van de heer Prodi namens de Commissie

(30 oktober 2003)

In haar antwoord op vraag P-2200/03 (2) verstrekte de Commissie informatie over beide groepen van deskundigen die respectievelijk werken rond de interculturele dialoog in het Middellandse-Zeegebied en de culturele en spirituele dimensie van Europa. Op de vraag over de kosten van de werkzaamheden van deze groepen kan de Commissie het volgende antwoorden:

Voor de adviesgroep op hoog niveau „Interculturele dialoog in het Middellandse-Zeegebied” is tot nu toe 75 000 EUR uitgegeven; nog eens 25 000 EUR zal worden uitgegeven totdat de werkgroep zijn activiteiten heeft afgerond. In deze cijfers zijn de kosten voor de publicatie en de verspreiding van de resultaten opgenomen. Het gaat hier voornamelijk om administratieve kredieten van de Commissie. Verwacht wordt dat de adviesgroep tegen december 2003 zijn werkzaamheden zal beëindigen.

Voor de reflectiegroep „Culturele en spirituele dimensie van Europa” is tot nu toe 110 000 EUR uitgegeven; nog eens ongeveer 50 000 EUR zal worden uitgegeven totdat de werkgroep zijn activiteiten, inclusief een eventuele publicatie van zijn verslag, heeft afgerond. De kredieten komen uit de begroting voor onderzoek, waarin is voorzien in financieringsmogelijkheden voor bijeenkomsten van deskundigen ter ondersteuning van activiteiten op het vlak van de sociale en geesteswetenschappen.

Naast de eigen bijeenkomsten heeft de reflectiegroep ook een aantal openbare debatten georganiseerd waarop bekende intellectuelen en journalisten aanwezig waren en die veel aandacht in de pers en andere media hebben gekregen. Rond maart 2004 zal het eindverslag worden gepubliceerd.

Zoals wordt aangegeven op de websites waarnaar het geachte parlementslid in een eerder antwoord (P-2200/03) werd verwezen, beogen beide groepen met hun publicaties bij te dragen tot het ontwerpen en ontwikkelen van beleid en geven ze niet het standpunt van de Commissie weer.


(1)  Zie blz. 79.

(2)  Zie blz. 79.