13.3.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

CE 65/166


(2004/C 65 E/181)

SCHRIFTELIJKE VRAAG E-2510/03

van Roberto Bigliardo (UEN) aan de Commissie

(29 juli 2003)

Betreft:   Huur van het „City Center”-gebouw

Het bureau van de Commissie voor de infrastructuur in Brussel zou binnenkort het „City Center”'-gebouw in de buurt van het Noordstation huren, tegen het negatieve advies van de Unit hygiëne en veiligheid van de instelling in.

Tegen de achtergrond van het feit dat de Brusselse vastgoedlobby de Commissie al jaren lang probeert ertoe over te halen een derde ontwikkelingszone voor de Europese instellingen te creëren in het noorderkwartier, wilde ik de Commissie de volgende vragen stellen:

1.

Is het huren van het „City Center” de voorbode van de overplaatsing van een groot aantal personeelsleden naar de noorderwijk?

2.

Zo ja, hoe rechtvaardigt de Commissie de overplaatsing van ambtenaren naar een wijk met ernstige problemen op het vlak van de leefbaarheid en de veiligheid?

3.

Kan de Commissie in ieder geval meedelen wat zij van plan is om er alsnog voor te zorgen dat het „City Center” toch niet wordt gehuurd?

Antwoord van de heer Kinnock namens de Commissie

(3 november 2003)

Het „City Center” is als mogelijke locatie voor personeelsleden van de Commissie in overweging genomen omdat de administratieve diensten van het Parlement de Commissie hebben verzocht het „Montoyer 75”-gebouw (MO 75) te mogen gebruiken. De Commissie heeft dit verzoek ingewilligd en heeft OIB gevraagd een nieuw gebouw te zoeken voor de ambtenaren van het Directoraat-generaal Onderzoek en Technologische Ontwikkeling (DG RTD), die momenteel in MO 75 zijn gehuisvest.

Het Parlement voerde zelf al enige tijd onderhandelingen over de huur van het City Center voor eigen gebruik, mocht een ruil met de Commissie niet mogelijk blijken. OIB heeft deze onderhandelingen overgenomen omdat de Commissie geen andere mogelijkheid restte om MO 75 tegen de door het Parlement gevraagde datum te kunnen vrijmaken. Na grondig onderzoek bleek dat het City Center ongeschikt was en ging OIB op zoek naar betere alternatieven in of dicht bij de Europese wijk. Ondanks enkele complicaties zijn de besprekingen over een meer geschikt gebouw op gang gekomen. De diensten van de Commissie hebben de promotoren van het City Center meegedeeld dat zij dit gebouw niet zullen huren.

Er zij op gewezen dat het Comité voor arbeidsveiligheid en -hygiëne van de Commissie in Brussel noch een negatief, noch een positief advies over de geschiktheid van het City Center heeft uitgebracht en dat de Eenheid hygiëne en veiligheid op de arbeidsplaats een aantal voorwaarden heeft gesteld aan een eventuele ingebruikname van dit gebouw. Strikt genomen is het dus niet correct te stellen dat een eventuele huur van het City Center in strijd was geweest met het advies van de gezondheids- en veiligheidsdeskundigen van de Unie.