27.3.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

CE 78/113


(2004/C 78 E/0114)

SCHRIFTELIJKE VRAAG E-2436/03

van Ilda Figueiredo (GUE/NGL) aan de Commissie

(22 juli 2003)

Betreft:   Steun aan vissers die op biologische gronden niet mogen uitvaren

In Zuid-Portugal wordt de korvisserij ieder jaar wegens biologische redenen 45 dagen lang verboden. Ook dit jaar is dit weer gebeurd zonder dat de vissers op enigerlei wijze schadeloos zijn gesteld, hetgeen gezien hun lage inkomen hoogst onrechtvaardig is.

De vakbond van Zuid-Portugese vissers heeft er niet alleen op aangedrongen om over deze periode een compensatiebedrag uit te keren, maar ook om de periode van 45 dagen tot 30 dagen terug te brengen.

De Portugese regering beweert echter dat het op grond van de communautaire wetgeving niet mogelijk is een dergelijke vergoeding uit te betalen, of de verbodsperiode van 45 dagen tot 30 dagen terug te brengen. Er zijn namelijk biologische redenen in het spel en wanneer deze niet in acht worden genomen kan de omvang van de visbestanden in de nabije toekomst in gevaar komen.

Maar hoewel het belangrijk is de visbestanden te beschermen en de huidige visserijinspanningen in stand te houden, is het toch onrechtvaardig de vissers voor deze instandhouding op te laten draaien.

Kan de Commissie mededelen welke maatregelen zij overweegt te treffen om de betrokken vissers schadeloos te stellen?

Antwoord van de heer Fischler namens de Commissie

(26 september 2003)

De vergoedingen die aan vissers en eigenaars van vaartuigen worden toegekend voor de tijdelijke stillegging van hun activiteiten vinden hun rechtsgrond in artikel 16 van Verordening (EG) nr. 2792/1999 van de Raad van 17 december 1999 (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2369/2002 van de Raad van 20 december 2002 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen en voorwaarden voor de structurele acties van de Gemeenschap in de visserijsector (2).

De lidstaten kunnen steun toekennen, met communautaire medefinanciering, in geval van een niet te voorziene gebeurtenis, in het bijzonder als gevolg van biologische oorzaken. De vergoeding wordt toegekend voor ten hoogste drie opeenvolgende maanden of voor zes maanden tijdens de hele periode 2000-2006. De beheersinstantie verstrekt de Commissie vooraf het wetenschappelijke bewijs van de gebeurtenis. Per lidstaat en voor de gehele periode mag de financiële bijstand van het Financieringsinstrument voor de Oriëntatie van de Visserij (FIOV) niet hoger zijn dan het hoogste van de volgende twee bedragen: 1 miljoen euro of 4 % van de financiële bijstand van de Gemeenschap die in de betrokken lidstaat aan de sector is toegekend. Overschrijding van deze maxima is evenwel toegestaan wanneer door de Raad een herstel- of beheersplan voor de visbestanden wordt vastgesteld of de Commissie tot noodmaatregelen besluit.

De tijdelijke stillegging van de korvisserij wegens biologische redenen in Zuid-Portugal dient in dit regelgevend kader te worden geplaatst. Het is aan de Portugese autoriteiten die voor het beheer van deze sector verantwoordelijk zijn, te onderzoeken of de in de verordening bepaalde voorwaarden worden vervuld en zich vervolgens, als dat het geval is, tot de Commissie te wenden alvorens de noodzakelijk geachte maatregelen te nemen en de hoogte van de toe te kennen financiële compensaties vast te stellen. Ook de vaststelling en de bepaling van de duur van de acties valt in eerste instantie onder de bevoegdheid van de Portugese autoriteiten. Bovendien kunnen de nationale overheden in het kader van artikel 9 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (2) voor de instandhouding van visbestanden en mariene ecosystemen binnen de zone van 12 zeemijl niet-discriminerende maatregelen nemen die ten minste even strikt zijn als de bestaande communautaire regelgeving.


(1)  PB L 337 van 30.12.1999.

(2)  PB L 358 van 31.12.2002.