|
20.3.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
CE 70/67 |
(2004/C 70 E/070)
SCHRIFTELIJKE VRAAG E-1930/03
van Lennart Sacrédeus (PPE-DE) aan de Commissie
(13 juni 2003)
Betreft: Volksverhuizingen in de olierijke gebieden van Sudan
De bloedige burgeroorlog in Sudan heeft twee miljoen slachtoffers geëist. Vier miljoen mensen zijn huis en haard ontvlucht. De European Coalition on Oil in Sudan, de ECOS, een netwerk van 70 Europese organisaties op overwegend christelijke en kerkelijke grondslag, wijst erop dat tienduizenden Sudanezen zijn gedwongen te vluchten uit Reweng County in het westelijke Boven-Nijlgebied als gevolg van conflicten rondom de oliewinning en met medeweten van oliemaatschappijen. Een groot deel van de inkomsten die de olie in Sudan oplevert, wordt voor militaire doeleinden uitgegeven. Slechts 2 % van de begroting van Sudan gaat naar de gezondheidszorg, terwijl 48 % wordt besteed aan het militaire apparaat en de politie, bijvoorbeeld aan de aankoop van Russische jachtvliegtuigen van het type Mig 29, Mi 24-aanvalshelicopters en Τ 72-tanks.
Welke maatregelen neemt de Europese Unie via de Commissie om invloed op de Sudanese regering en de oliemaatschappijen uit te oefenen opdat er een einde komt aan deze bewuste volksverhuizing uit de olierijke delen van het land? Wat doet de EU om landen ertoe te bewegen af te zien van de verkoop van geavanceerd technologisch oorlogsmaterieel aan de strijdende partijen in Sudan?
Antwoord van de heer Nielson Namens de Commissie
(17 juli 2003)
De Unie heeft zich altijd bekommerd om de situatie van intern ontheemden in de diverse gebieden waar burgeroorlogen plaatsvinden, en dan met name de gebieden waar olie wordt gewonnen. Deze kwestie werd in december 2002 in Khartoem ter sprake gebracht tijdens de politieke dialoog tussen de Unie en Sudan.
De ondertekening door de partijen van de twee memoranda van overeenstemming in het kader van de vredesonderhandelingen van de Intergouvernementele Autoriteit voor Ontwikkeling (IGAD), die betrekking hebben op beëindiging van de vijandelijkheden en bescherming van burgers vormen een belangrijke stap voorwaarts. Volgens informatie van de Commissie keren de interne ontheemden terug naar hun gebieden van herkomst.
De Commissie heeft geen bevoegdheden met betrekking tot het gedrag van oliemaatschappijen, met name maatschappijen die actief zijn in het zuiden van Sudan, aangezien deze buiten de Unie gevestigd zijn (China, Maleisië, India, enz). De enige Europese maatschappij ter plaatse, Lundin, heeft de afgelopen 18 maanden haar activiteiten gestaakt.
Wat betreft de wapenhandel past de Unie de Resolutie van de Verenigde Naties die de handel van wapens aan Sudan verbiedt, volledig toe. De Commissie is er echter van op de hoogte dat beide partijen wapens kopen in landen buiten de Unie.