13.3.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

CE 65/98


(2004/C 65 E/111)

SCHRIFTELIJKE VRAAG E-1877/03

van Christopher Huhne (ELDR) aan de Commissie

(6 juni 2003)

Betreft:   Prospectusdelegatie

Kan de Commissie beoordelen welk percentage van de in het afgelopen kalenderjaar in de lidstaten goedgekeurde prospectussen rechtstreeks werd goedgekeurd door een bevoegde autoriteit en welk percentage werd goedgekeurd door autoriteiten als beurzen of bemiddelaars aan wie deze taak was gedelegeerd? Kan de Commissie in beide gevallen een schatting geven van het aantal klachten dat er wegens onvolledigheid of onnauwkeurigheid van het prospectus werd ingediend?

Antwoord van de heer Bolkestein namens de Commissie

(30 juni 2003)

De Commissie heeft niet getracht een schatting te maken van het aantal prospectussen dat rechtstreeks door een bevoegde autoriteit werd goedgekeurd en evenmin van het aantal dat werd goedgekeurd door autoriteiten zoals beurzen of intermediairs aan wie deze taak werd gedelegeerd. Momenteel is deze kwestie voor de meeste lidstaten overigens niet relevant. Voor zover de Commissie weet, bestaat er enkel in Oostenrijk specifieke regelgeving op dit vlak (accountants en banken hebben van de beurs de volmacht gekregen om prospectussen te onderzoeken).

De Commissie heeft echter wel zorgvuldig de aard onderzocht van de verschillende bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de controle en de goedkeuring van prospectussen in de lidstaten. In Denemarken, Duitsland, Griekenland, Ierland, Luxemburg, Oostenrijk en Zweden zijn het de beurzen die de prospectussen controleren. Prospectussen voor de uitgifte van niet-beursgenoteerde effecten worden over het algemeen wel onderzocht door een andere bevoegde autoriteit, meestal een openbare instantie.

In Nederland worden de prospectussen niet langer gecontroleerd door Euronext NV maar door de Autoriteit Financiële Markten. Ierland is van plan dat voorbeeld te volgen.

De Commissie heeft geen schatting gemaakt van het aantal klachten per bevoegde entiteit wegens onvolledigheid of onnauwkeurigheid van het prospectus. Ten eerste denkt zij niet dat op basis van het aantal door de bevoegde autoriteiten ontvangen klachten wegens ontbrekende of verkeerde informatie in de prospectussen nuttige conclusies kunnen worden getrokken. Ten tweede is ze van mening dat de kwaliteit van het onderzoek niet noodzakelijkerwijze wordt bepaald door de aard van de entiteit die de controle uitvoert.