SCHRIFTELIJKE VRAAG E-1567/03 van Erik Meijer (GUE/NGL) aan de Commissie. De epidemie van vogelpest in Nederland en België en de mogelijkheid van vaccinatie als alternatief voor het preventief massaal ruimen van gezonde dieren.
Publicatieblad Nr. 011 E van 15/01/2004 blz. 0197 - 0199
SCHRIFTELIJKE VRAAG E-1567/03 van Erik Meijer (GUE/NGL) aan de Commissie (8 mei 2003) Betreft: De epidemie van vogelpest in Nederland en België en de mogelijkheid van vaccinatie als alternatief voor het preventief massaal ruimen van gezonde dieren 1. Herinnert de Commissie zich de grote problemen bij eerder massaal optredende dierenziektes, die zijn bestreden door preventief in de omgeving van de besmettingshaarden gezonde runderen en varkens massaal te ruimen, waarna de discussie ontstond over betere oplossingen in de toekomst? 2. Heeft de Commissie er kennis van genomen dat ook bij de huidige epidemie van vogelpest of kippengriep in de Nederlandse provincies Gelderland, Noord-Brabant en Limburg en de aangrenzende Belgische provincies Antwerpen en Limburg opnieuw de oplossing wordt gezocht in het preventief ruimen van enorme aantallen dieren? 3. Heeft de Commissie een standpunt over de keuze tussen het ruimen vanuit de besmettingshaard in de richting waarin de besmetting zich verspreidt of het ruimen vanuit de bedreigde omgeving naar de besmettingshaard toe, waarover de controverses inzake de wijze van bestrijding tot nu toe gingen? Beveelt de Commissie de lidstaten een eenduidige werkwijze aan? 4. Heeft de Commissie kennis genomen van de blokkade-actie op 24 april 2003 van de dierenrechtenorganisatie GAIA bij de Belgische minister van Volksgezondheid, die werd gemotiveerd met de stelling dat ook voor de bestrijding van vogelpest vaccinatie een serieus alternatief is, en dat daarvoor een middel beschikbaar is? 5. Wat verhindert tot nu toe dat ter bestrijding van vogelpest wordt gevaccineerd in plaats van geruimd? Komt dit voort uit een poging tot kostenbesparing door de betrokken ondernemers of bedreigt vaccinatie de exportmogelijkheden van kippenvlees? 6. Wat onderneemt de Commissie om toekomstige uitbraken van vogelpest te helpen voorkomen door middel van bevordering van preventieve vaccinatie of een verplichting daartoe? Antwoord van de heer Byrne namens de Commissie (26 juni 2003) Richtlijn 92/40/EEG van de Raad van 19 mei 1992 heeft communautaire maatregelen ingevoerd die moeten worden toegepast in geval van een uitbraak van vogelpest bij pluimvee(1). De bestrijding is gebaseerd op het onmiddellijk melden van verdachte gevallen, snelle diagnoses en het afmaken en vernietigen van alle pluimvee op besmette bedrijven. Verder worden stringente bioveiligheids-maatregelen en vrijwaringsmaatregelen voorgeschreven. De richtlijn bepaalt ook dat de bevoegde autoriteit de voornoemde maatregelen kan uitbreiden tot andere bedrijven, wanneer in verband met de ligging daarvan, de plaatselijke situatie of de contacten met het bedrijf waar de aanwezigheid van de ziekte is bevestigd, mogelijke besmetting moet worden gevreesd. Deze maatregel is op grote schaal toegepast in Nederland en in België. Onder bepaalde omstandigheden kan vaccinatie tegen vogelpest worden gebruikt ter aanvulling van de bestrijdingsmaatregelen. Een besluit over de noodvaccinatie rond een uitbraak kan door de betrokken lidstaat worden genomen, op voorwaarde dat de fundamentele belangen van de Gemeenschap niet in gevaar worden gebracht. De Nederlandse noch de Belgische autoriteiten hebben tot nu toe een dergelijk verzoek bij de Commissie ingediend, behalve voor de vaccinatie van bedreigde vogels in dierentuinen. De Commissie heeft deze vaccinatie toegestaan bij Beschikking 2003/291/EG van 25 april 2003(2). Het verslag over de vaccinatie tegen vogelpest, dat op 27 juni 2000 is goedgekeurd door het Wetenschappelijk Comité voor de gezondheid en het welzijn van dieren (referentie Sanco/B3/AH/R17/2000), beveelt aan dat de vaccinatie tegen de subtypes H5 en H7 normaliter niet wordt toegestaan. Het mogelijk gebruik van noodvaccinatie tegen virussen van deze subtypes, als aangegeven in de richtlijn, moet mogelijk blijven. Een besmetting van gevaccineerd pluimvee blijft echter mogelijk. De toediening van het vaccin is zeer arbeidsintensief, vergt veel tijd en biedt pas een bescherming na verscheidene vaccinaties. Bovendien moet ook rekening worden gehouden met het relatieve korte productieve leven van pluimvee. Gezien de zeer besmettelijke aard en de snelle verspreiding van het huidige virustype lijkt het niet plausibel dat noodvaccinatie de acute verspreiding van de ziekte op tijd kan voorkomen. De Commissie heeft tot 12 mei 2003 acht vergaderingen van het Wetenschappelijk Comité voor de gezondheid en het welzijn van dieren georganiseerd en vijftien beschikkingen goedgekeurd tot vaststelling van aanvullende bestrijdings- en vrijwaringsmaatregelen na unanieme steun van het Permanent Comité (met uitzondering van twee onthoudingen door een lidstaat). Hoewel de Commissie zich bewust is van de controverse die het massale doden van pluimvee in de maatschappij oproept, is er tot nu toe geen deugdelijk alternatief beschikbaar. De Commissie heeft met het oog op de verbetering van het toekomstige beleid in het kader van het Vijfde OTO-programma van de EG het onderzoekprogramma Pathogenese en verbeterde diagnose en bestrijding van vogelpestbesmettingen (projectreferentie: QLK2-CT-2002-01454) goedgekeurd. Het programma zal in 2005 worden afgesloten en beoogt onder meer de bestudering van de ontwikkeling en de toepassing van merkervaccins om de overdracht van de besmetting te beperken, met name voor gebruik daarvan in gebieden met een dichte pluimveepopulatie. De Commissie is voornemens de epidemie te evalueren en Richtlijn 92/40/EEG zal zo nodig worden gewijzigd. Een fundamentele verandering van de bestrijdingsstrategie, gericht op de zo snel mogelijke uitroeiing van vogelpest, is thans echter geen deugdelijke optie. (1) PB L 167 van 22.6.1992. (2) 2003/291/EG: Beschikking van de Commissie van 25 april 2003 houdende vaststelling van voorschriften voor de preventie van aviaire influenza bij gevoelige vogels in dierentuinen in België en Nederland, PB L 105 van 26.4.2003.