92003E0377

SCHRIFTELIJKE VRAAG E-0377/03 van José Ribeiro e Castro (UEN) aan de Commissie. Sluiting van schoenenfabriek Clarks in Portugal. Communautaire subsidies.

Publicatieblad Nr. 192 E van 14/08/2003 blz. 0178 - 0179


SCHRIFTELIJKE VRAAG E-0377/03

van José Ribeiro e Castro (UEN) aan de Commissie

(13 februari 2003)

Betreft: Sluiting van schoenenfabriek Clarks in Portugal. Communautaire subsidies

In de Portugese pers is de laatste tijd veel aandacht besteed aan de onlangs aangekondigde sluiting van een schoenenfabriek van de Engelse multinational C & J Clark, in Castelo de Paiva, in het noorden van Portugal. Door deze sluiting, die niemand had zien aankomen, komen ongeveer 600 werknemers op straat te staan, hetgeen een enorme slag betekent voor de gezinnen die in dit gebied dat in het kader van de structuurfondsen onder doelstelling 1 valt wonen en werken.

Het bewuste bedrijf heeft voor de vestiging (1988) en inbedrijfsname van zijn fabriek in Castelo de Paiva aanzienlijke nationale en communautaire steun ontvangen en volgens de plannen zou de fabriek tot tenminste 2007 operationeel blijven.

Naar verluidt zou C & J Clark de slechte gewoonte hebben zich regelmatig aan dergelijk financieel opportunisme schuldig te maken en zou het concern reeds diverse malen communautaire middelen hebben ontvangen voor de in bedrijfsname van diverse fabrieken in verschillende landen van de Europese Unie. Veel van deze fabrieken werden echter naderhand gesloten, met alle ernstige sociale en economische gevolgen voor de betrokken landen en regio's vandien.

Kan de Commissie in het licht van het voorafgaande mededelen hoeveel communautaire directe of indirecte financiële steun het concern Clarks of C & J Clark sinds 1985 voor zijn schoenfabrieken in de diverse landen van de Europese Unie (of daarvoor de EG) heeft ontvangen en op welke data dit is gebeurd? Om welke fabrieken gaat het hier in concreto? Weet de Commissie of deze (financieel ondersteunde) fabrieken nog steeds in bedrijf zijn of zeker nog tot, laten we zeggen, 2010 in bedrijf zullen blijven? Hoeveel fabrieken werden er gesloten, van hoeveel fabrieken is de sluiting aangekondigd en van welke fabrieken staat de toekomst op het spel?

Gecombineerd Antwoordvan mevrouw Diamantopoulou namens de Commissieop de schritftelijke vragen E-0374/03, E-0375/03, E-0377/03 en E-0378/03

(28 maart 2003)

In de communautaire bestekken voor de periode 2000-2006 zijn voor de Structuurfondsen de volgende regels vastgesteld:

- ten eerste heeft de Commissie in de richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen (1998) bepaald dat de begunstigden investeringen of arbeidsplaatsen die zij met de steun tot

stand hebben gebracht, gedurende ten minste vijf jaar in de regio in kwestie moeten behouden. De Commissie is van oordeel dat de periode van ten minste vijf jaar gedurende dewelke de investering behouden moet blijven, ingaat wanneer de investering waarvoor steun is verleend, is afgerond, dat wil zeggen wanneer de investering in het bedrijf wordt gebruikt(1).

- ten tweede wordt in de verordening houdende algemene bepalingen inzake de Structuurfondsen bepaald dat de bijdrage van de fondsen aan een productieve activiteit slechts wordt gehandhaafd mits deze activiteit binnen vijf jaar na het besluit over de bijdrage niet naar een andere plaats wordt overgebracht(2).

- ten derde moet om een groot project (d.w.z. meer dan 50 miljoen euro) te laten medefinancieren in het kader van een EFRO-programma een uitdrukkelijke aanvraag worden ingediend bij de Commissie en moeten de lidstaten een vragenlijst invullen, waarin onder meer wordt gevraagd naar het risico van delokalisatie. De Commissie houdt daarmee rekening wanneer zij beslist welk percentage EFRO-medefinanciering wordt toegekend (in doelstelling 1-regio's kan dit oplopen tot 35 %).

Wat de communautaire bestekken voor de periode 1994-1999 betreft, geldt de vijf-jaarregel pas sinds 1998. Wel is sinds 1993 Verordening (EEG) nr. 2082/93(3) van toepassing; in artikel 24 wordt bepaald dat de bijstand wordt verminderd of ingetrokken indien deze door de stand van de uitvoering van de actie niet gerechtvaardigd blijkt. De Commissie moet dit in het kader van het partnerschap met de lidstaat controleren.

Bij een eventueel illegaal gebruik van steun is het in ieder geval in de eerste plaats aan de lidstaat om, op grond van de overeenkomst die bij de toekenning van de steun met het bedrijf is gesloten, een rechtsvordering in te stellen. Indien het begunstigde bedrijf de communautaire regels inzake staatssteun niet heeft nageleefd, is het immers in de eerste plaats aan de lidstaat om deze staatssteun te doen terugbetalen aan de autoriteiten die deze hebben toegekend. Indien de steun door de Structuurfondsen is medegefinancierd, moet de lidstaat de desbetreffende medefinanciering terugstorten in de communautaire begroting.

(1) Richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen, http://europa.eu.int/eur-lex/pri/nl/oj/dat/1998/c_074/c_07419980310nl00090031.pdf. Deze richtsnoeren zijn van toepassing vanaf de datum van de publicatie ervan in het Publicatieblad (PB C 74 van 10.3.1998). 4.10. De steunmaatregelen ten behoeve van de initiële investering moeten door de wijze van uitkering of door de voorwaarden welke aan de toekenning ervan zijn verbonden, worden onderworpen aan de verplichting dat de betrokken investering gedurende een periode van minimaal vijf jaar behouden blijft.

(2) Verordening (EG) nr. 1260/1999 houdende algemene bepalingen inzake de Structuurfondsen, artikel 30, lid 4, onder b), PB L 161 van 26.6.1999, http://europa.eu.int/eur-lex/pri/nl/oj/dat/1999/l_161/l_16119990626nl00010042.pdf. 4. De lidstaten zien erop toe dat de bijdrage van de fondsen slechts wordt gehandhaafd indien de verrichting waarop zij betrekking heeft binnen vijf jaar na het besluit van de bevoegde nationale autoriteit of de beheersautoriteit over de bijdrage van de fondsen, geen belangrijke verandering ondergaat: a) die strijdig is (), en b) die voortvloeit hetzij uit een wijziging in de aard van de eigendom van een infrastructuurvoorziening, hetzij uit de beëindiging of de overbrenging naar een andere plaats van een productieve activiteit.

(3) Verordening (EEG) nr. 2082/93 van de Raad van 20 juli 1993 houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 4253/88 tot vaststelling van toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot de coördinatie van de bijstandsverlening uit de onderscheiden Structuurfondsen enerzijds en van die bijstandsverlening met die van de Europese Investeringsbank en de andere bestaande financieringsinstrumenten anderzijds, PB L 193 van 31.7.1993.