SCHRIFTELIJKE VRAAG E-0331/03 van Joan Vallvé (ELDR) aan de Commissie. Een Europees agentschap voor de eilanden.
Publicatieblad Nr. 222 E van 18/09/2003 blz. 0185 - 0186
SCHRIFTELIJKE VRAAG E-0331/03 van Joan Vallvé (ELDR) aan de Commissie (10 februari 2003) Betreft: Een Europees agentschap voor de eilanden In schriftelijke vraag E-2303/01(1) van 31 juli 2001 werd de Commissie geconfronteerd met de problematiek van bedrijven in eilandregio's die niet ultraperifeer zijn: omdat zij aan de rand van het continent liggen hebben zij te lijden onder een zwakke concurrentiepositie vanwege de vervoerskosten die veel hoger liggen dan waar ook op het vaste land van Europa omdat zij geen aansluiting hebben op het railvervoer, op autosnelwegen en op het overige landvervoer. Dit is een reële handicap nu de gemeenschappelijke EU-markt een vrijhandelszone is geworden. De Europese agentschappen vergemakkelijken o.a. het functioneren van de Europese interne markt door regulering en door dienstverlening aan de industrie enz. Oprichting van een Europees agentschap voor de eilanden is een noodzakelijk en adequaat instrument om iets te doen tegen het gebrek aan toegang tot de vrijhandelszone waar eilandregio's die niet ultraperifeer zijn, onder gebukt gaan. Tevens zou een Europees agentschap voor de eilanden kunnen inspelen op technische behoeften van eilanden. N.B.: meer dan 14 miljoen Europeanen wonen op eilanden. Op vragen over wat de Commissie ervan vond dat bepaalde Europese regio's moeilijkheden ondervinden om op gelijke voet toegang te hebben tot een fundamenteel principe van de EU als de vrije markt en vrije mededinging en of de Commissie akkoord ging met het oprichten van een Europees agentschap voor de eilanden luidde het antwoord dat de Commissie een onderzoek heeft ingesteld naar de positie van eilanden in de EU, in het kader waarvan gedacht werd aan oprichting van een databank voor eilandregio's en een objectieve diagnose van de situatie, o.a. een vergelijkend onderzoek en een evaluatie van de problemen in verband met insulariteit en de specifieke noden van eilanden. Dit wetenschappelijk onderzoek zal evenwel geen uitspraken doen over de vraag of het al dan niet wenselijk is om een Europees agentschap voor de eilanden op te richten: want dit was een premature kwestie. Het onderzoek zal een jaar in beslag nemen. Mijn vraag is of de Commissie dit onderzoek heeft afgerond en, zo ja, of er een dialoog gaande is over deze kwestie. Staat de Commissie achter de oprichting van een Europees agentschap voor de eilanden? Acht de Commissie het mogelijk dat dit agentschap op de Balearen wordt gevestigd? (1) PB C 81 E van 4.4.2002, blz. 148. Antwoord van de heer Barnier namens de Commissie (10 maart 2003) Zoals het geachte parlementslid reeds opmerkt, heeft de Commissie een onderzoek ingesteld naar de positie van eilanden binnen de Europese Unie. De Commissie is momenteel doende de geconsolideerde eindverslagen van het onderzoek te bestuderen, die de contractant haar op 31 januari 2003 heeft doen toekomen. De oprichting van een Europees agentschap voor de eilanden is in het onderzoek, dat wetenschappelijk van aard was, niet aan de orde gekomen. Na bestudering van de verslagen zal de Commissie de onderzoekresultaten openbaar maken. Zij hoopt hiermee een brede discussie op gang te brengen, waarbij ook de door het geachte parlementslid opgeworpen kwesties aan de orde zouden kunnen worden gesteld. De Commissie neemt nota van de suggesties van het geachte parlementslid. Zij heeft vooralsnog echter geen plannen voor de oprichting van een Europees agentschap voor de eilanden.