92002E3890

SCHRIFTELIJKE VRAAG E-3890/02 van Robert Goebbels (PSE) aan de Commissie. Uitvoering van het Sapard-programma in 2001.

Publicatieblad Nr. 222 E van 18/09/2003 blz. 0121 - 0122


SCHRIFTELIJKE VRAAG E-3890/02

van Robert Goebbels (PSE) aan de Commissie

(13 januari 2003)

Betreft: Uitvoering van het Sapard-programma in 2001

Om de kandidaat-lidstaten op hun toetreding voor te bereiden heeft de Europese Unie verschillende voorbereidende programma's ingesteld, en meer in het bijzonder het Sapard-programma, dat bedoeld is om de landbouwstructuren van de toekomstige lidstaten beter aan te passen. Voor het Sapard-programma zijn er in 2000 en 2001 telkens 520 miljoen euro uitgetrokken. Volgens het verslag-Böge lag de uitvoeringsgraad van het programma na twee jaar op niet meer dan 6,48 %, en volgens de voorzitter van het Rekenhof zijn er van de 520 miljoen voor 2001 maar 9,2 % gebruikt, waarvan niet meer dan 1 miljoen euro daadwerkelijk in de kandidaat-lidstaten aangeland is.

Vandaar mijn vragen:

1. Kan de Commissie uitleggen hoe het komt dat er van de ongeveer 60 miljoen euro die uitgegeven zijn in 2001, maar 1 miljoen daadwerkelijk in de kandidaat-lidstaten terecht gekomen is?

2. Welke tussenpersonen en andere raadgevende instanties hebben het verschil in hun zak gestoken? Kan de Commissie een lijst van die tussenpersonen en raadgevers bezorgen?

Antwoord van de heer Fischler namens de Commissie

(10 februari 2003)

De in 2001 door de Commissie verrichte betalingen in het kader van het Sapard-programma bedragen 30 491 677 EUR. Voor verdere details verwijzen wij naar Afdeling 7 en de relevante bijlagen van het Sapard-jaarverslag 2001. Het betaalde bedrag bestond voor het grootste deel uit aan de begunstigde landen betaalde voorschotten. Dankzij deze voorschotten beschikken deze landen over contant geld dat alleen mag worden gebruikt voor de betaling van de communautaire bijdrage aan de eindbegunstigden.

Overeenkomstig de financiële uitvoeringsbepalingen van de meerjarenovereenkomst die met elke kandidaat-lidstaat is gesloten, worden verdere betalingen verricht op basis van de door die kandidaat-lidstaat gedane uitgaven. Deze vergoedingen mogen alleen worden betaald wanneer het begunstigde land subsidiabele uitgaven heeft gedaan en bij de Commissie een aanvraag tot vergoeding van die uitgaven heeft ingediend. Dit is op zijn beurt weer afhankelijk van de aanvragen tot vergoeding die door de eindbegunstigde in de kandidaat-lidstaat bij het Sapard-orgaan zijn ingediend. Afhankelijk van het type project, kan het zijn dat dit pas vele maanden na goedkeuring van het project gebeurt, zoals dat ook in de lidstaten het geval is.

Zoals vermeld in het Jaarverslag 2001 van de Rekenkamer, heeft de Commissie voor twee landen, te weten Bulgarije en Estland, betalingen verricht als vergoeding voor uitgaven die in dat jaar door de eindbegunstigden zijn gedaan. Deze betalingen bedroegen ongeveer 1 000 000 EUR. De reden hiervoor is dat alleen deze twee landen lang genoeg met het Sapard-instrument hadden gewerkt om de Commissie de mogelijkheid te geven de gedane uitgaven op rechtmatige wijze tte vergoeden. Er zij erop gewezen dat de door de Commissie verrichte betalingen als vergoeding voor gedane uitgaven eind 2002 bijna tien keer zoveel bedroegen.

Het bedrag dat de Commissie in ieder land aan de uitvoeringsorganen heeft betaald, maar dat nog niet is uitbetaald aan de eindbegunstigden, blijft in elk land op de Sapard-rekening staan (een onder de verantwoordelijkheid van het begunstigde land bij een financiële instelling of bij het ministerie van Financiën geopende rentedragende rekening, in euro).

Derhalve kan er niets van het voorschot van 30,5 miljoen euro zijn gebruikt voor tussenpersonen en raadgevers.