SCHRIFTELIJKE VRAAG E-3816/02 van Isidoro Sánchez García (ELDR) aan de Commissie. Afschaffing internationale telefoontarieven tussen de EU-lidstaten.
Publicatieblad Nr. 222 E van 18/09/2003 blz. 0112 - 0113
SCHRIFTELIJKE VRAAG E-3816/02 van Isidoro Sánchez García (ELDR) aan de Commissie (9 januari 2003) Betreft: Afschaffing internationale telefoontarieven tussen de EU-lidstaten De Europese Unie maakt een periode door van ingrijpende veranderingen, met aan de einder een Intergouvernementele Conferentie in 2004 waarop de hervorming van de Verdragen en de aanpassingen aan de uitbreiding hun beslag moeten krijgen. Sinds de Top van Laken lijkt alle EU-beleid volledig in het teken te staan van het streven naar een grotere saamhorigheid binnen de EU. In deze strategie, die ik volledig onderschrijf, zou het logisch zijn maatregelen te nemen die zijn gericht op versterking van de idee van een Europees burgerschap. In dit verband, en in het belang van de consument, verdient het aanbeveling de kwestie van de internationale telefoontarieven tussen de lidstaten nogmaals aan de orde te stellen, aangezien er geen enkel zinnig argument is aan te voeren voor handhaving hiervan in een interne markt, die als een van haar grondbeginselen het vrije verkeer van personen, diensten en kapitaal heeft. Acht de Commissie handhaving voor onbepaalde duur van de internationale telefoontarieven tussen de EU-lidstaten verenigbaar met de interne markt? Kan de Commissie aangeven wat afschaffing van deze tarieven in de weg staat en langs welke weg deze doelstelling zou kunnen worden verwezenlijkt? Antwoord van de heer Liikanen namens de Commissie (24 februari 2003) De liberalisering van de telecommunicatiemarkt werd van bij het begin als een cruciaal element voor de totstandbrenging van de interne markt beschouwd. Sinds 1 januari 1998 is de telecommunicatiemarkt geliberaliseerd in het grootste deel van de Unie, waarbij mededinging wordt gecombineerd met een hoger harmonisatieniveau om de door de interne markt geboden kansen maximaal te kunnen benutten. Het bestaande regelgevingskader was in de eerste plaats ontworpen om de overgang van een monopoliesituatie naar een situatie van mededinging te sturen en was daarom vooral afgestemd op de totstandbrenging van een concurrerende markt en de rechten van nieuwe toetreders tot de markt. Dit proces heeft, wat de internationale telefoontarieven betreft, geleid tot een vermindering van de door de traditionele exploitanten gehanteerde tarieven met 40 % in de periode 1998-2002. Voorts blijkt uit gegevens die zijn opgenomen in het laatste verslag van de Commissie over de tenuitvoerlegging van het pakket telecommunicatieregelgeving(1) dat het aantal exploitanten dat gebruikt maakt van carrierkeuze en -voorkeuze voor internationale gesprekken respectievelijk 412 en 272 bedraagt. Overeenkomstig dit tenuitvoerleggingsverslag hanteren alternatieve exploitanten zelfs tarieven die tot 65 % lager liggen dan die van de gevestigde maatschappijen. Het nieuwe regelgevingskader heeft tot doel meer concurrentie te brengen in de sector en zo voor de consument betere tarieven en een hogere kwaliteit te waarborgen. Krachtens de nieuwe verordening kunnen de nationale regelgevende autoriteiten de markten analyseren en beoordelen en beschikken zij over de bevoegdheid passende regelgeving op te legen op gebieden waarop de markt onvoldoende concurrerend is. Alleen in afwezigheid van daadwerkelijke concurrentie zullen er wettelijke verplichtingen komen. Verplichtingen uit hoofde van de bestaande wetgeving moeten worden ingetrokken tenzij wordt aangetoond dat de markt onvoldoende concurrerend is. Meer concreet is het verschil tussen lokale en interlokale gesprekken in sommige lidstaten al vervaagd. Bovendien belet de huidige regelgeving de exploitanten geenszins om één enkel tarief aan te bieden voor gesprekken naar andere lidstaten, op voorwaarde dat daarbij niet wordt geraakt aan de vrije mededinging. Er zijn echter economische redenen waarom internationale en nationale tarieven van elkaar verschillen, met name verschillen in de onderliggende kosten en problemen in verband met tariefonevenwichten. Zelfs in geïntegreerde economieën als de Amerikaanse hanteren telefoonmaatschappijen verschillende tarieven naargelang van de plaats waar het gesprek wordt aangevraagd en de Staat van de persoon die gebeld wordt. Dit lijkt geen effect te hebben op het burgerschapsgevoel, terwijl het er toch voor zorgt dat de telefoonmaatschappijen niet verplicht zijn om permanent verlies te lijden. Afrondend kan worden gesteld dat het wettelijk kader voor de ontwikkeling van een echte interne markt voor telefoongesprekken tussen lidstaten reeds bestaat en dat de effecten daarvan zich geleidelijk ten volle zullen doen gevoelen via de mechanismen van het hierboven bedoelde nieuwe regelgevingskader voor de telecommunicatiemarkten. (1) COM(2002) 695 def.