92002E3784

SCHRIFTELIJKE VRAAG P-3784/02 van Diana Wallis (ELDR) aan de Commissie. Inbreukprocedures.

Publicatieblad Nr. 280 E van 21/11/2003 blz. 0028 - 0029


SCHRIFTELIJKE VRAAG P-3784/02

van Diana Wallis (ELDR) aan de Commissie

(17 december 2002)

Betreft: Inbreukprocedures

Op 13 november 2002 besloot de Europese Commissie tot intrekking van haar bij het Hof van Justitie ingediende verzoek om Frankrijk een boete per dag op te leggen wegens niet-uitvoering van het arrest van het Hof (C-1/00) van 13 december 2001, waarbij Frankrijk veroordeeld werd tot opheffing van het embargo op Brits rundvlees.

Tegen de achtergrond van deze en andere zaken heeft de Commissie meegedeeld dat zij haar aanpak bij de toepassing van artikel 228 van het EG-Verdrag opnieuw zal bezien.

Is de Commissie niet ook van mening dat de huidige, haar ter beschikking staande mogelijkheden om naleving van EU-wetgeving door een lidstaat af te dwingen, ontoereikend zijn om op de lidstaten een afschrikkend effect te hebben, en derhalve op de een of andere wijze verbeterd dienen te worden?

Is de Commissie voornemens in dit verband met voorstellen terzake te komen, gezien de toenemende gevallen van niet-uitvoering, blijkens het recente overzicht over de interne markt?

Is de Commissie niet ook van mening dat de betaling van de forfaitaire som of dagelijkse dwangsom (artikel 228, lid 2) door lidstaten die de gerechtelijke weg volgen, kan worden vermeden, en dat hiermee een verkeerd signaal wordt uitgezonden naar de Europese burger?

Antwoord van de heer Prodi namens de Commissie

(31 januari 2003)

Het feit dat de Commissie besloten heeft de toepassingsvoorwaarden van artikel 228 van het EG-Verdrag opnieuw te bekijken naar aanleiding van het door het geachte parlementslid genoemde geval mag niet worden beschouwd als een constatering van de ontoereikendheid van de middelen maar illustreert eerder de wil om de door het EG-Verdrag geboden meest passende wegen te vinden om te zorgen voor de uitvoering van de arresten van het Hof van Justitie.

Onlangs nog heeft de Commissie naar aanleiding van de tenuitvoerlegging van het Witboek over governance op het gebied van de verbetering van de controle op de toepassing van het Gemeenschapsrecht(1) de prioriteit onderstreept dat zij voornemens is toe te kennen aan de vervolging van de inbreuken uit hoofde van artikel 228. Naar aanleiding van de bijdrage van de Commissie aan de werkzaamheden van de Conventie(2) heeft zij eveneens de mogelijkheid voorgesteld om de mechanismen te versterken waarover zij beschikt voor de uitvoering van haar algemene taak om toe te zien op de goede toepassing van het recht van de Unie.

(1) COM(2002) 725 def.

(2) COM(2002) 728 def.