SCHRIFTELIJKE VRAAG E-3569/02 van Jonas Sjöstedt (GUE/NGL) aan de Raad. Toestand van onveilige kernreactoren in kandidaat-lidstaten.
Publicatieblad Nr. 222 E van 18/09/2003 blz. 0087 - 0088
SCHRIFTELIJKE VRAAG E-3569/02 van Jonas Sjöstedt (GUE/NGL) aan de Raad (12 december 2002) Betreft: Toestand van onveilige kernreactoren in kandidaat-lidstaten De werkgroep veiligheid kernreactoren van de Raad is bezig met de opstelling van een evaluatie van de veiligheid van kernreactoren in de kandidaat-lidstaten. Nog in de zomer van 2001 heeft deze werkgroep een lijst gepubliceerd van een aantal veiligheidsproblemen in bijvoorbeeld de kerncentrales Temelin in Tsjechië en Paks in Hongarije. Volgens critici van de kerncentrales in de kandidaat-lidstaten is er op het gebied van de vergroting van de veiligheid niet veel gebeurd, afgezien van het feit dat uit de hoofdsteden van de kandidaat-lidstaten een groot aantal documenten naar Brussel is gestuurd. Concrete verbeteringen van de veiligheid heeft daarentegen echter niet plaatsgevonden en de veiligheid van de kerncentrales is niet aangetoond. Kan de Raad mededelen hoe de vergroting van de nucleaire veiligheid in Temelin en Paks, en voorts in de kandidaat-lidstaten in het algemeen, wordt aangepakt? Antwoord (13 mei 2003) De Raad wijst erop dat de Groep nucleaire veiligheid in mei 2001 een eerste verslag heeft opgesteld met een aantal aanbevelingen voor de kandidaat-lidstaten op het gebied van de veiligheid. In juni 2002 heeft de groep een tweede verslag opgesteld, waarbij zij is uitgegaan van de antwoorden die zij van deze landen ontvangen had en van hun toezeggingen om passende maatregelen te nemen. Het geachte parlementslid zal vaststellen dat het tweede verslag veel minder aanbevelingen bevat; dat geldt zowel voor alle kandidaat-lidstaten in het algemeen als voor de twee landen waarnaar hij in zijn vraag verwijst, namelijk Tsjechië en Hongarije. Al deze landen hebben alle aanbevelingen die de groep in haar eerste verslag geformuleerd had, aanvaard en bestudeerd, en hebben beloofd zich te beijveren om de resterende problemen en onopgeloste vraagstukken op te lossen. Het onderzoek dat tot deze twee verslagen geleid heeft, heeft geen afbreuk gedaan aan de bevoegdheden van de nationale autoriteiten van de kandidaat-lidstaten. Het ging niet om een controle in het kader van een normale goedkeuringsprocedure, maar om een evaluatie, zoals deskundigen die gewoonlijk verrichten. Voor nadere informatie verwijst de Raad het geachte parlementslid naar de periodieke evaluatieverslagen van de Commissie, waarin rekening is gehouden met bovengenoemde verslagen en met de uitvoering van de veiligheidsaanbevelingen door de kandidaat-lidstaten.