92002E3546

SCHRIFTELIJKE VRAAG E-3546/02 van Michel-Ange Scarbonchi (GUE/NGL) aan de Raad. Oprichting van een Europees corps van kustwachters.

Publicatieblad Nr. 155 E van 03/07/2003 blz. 0165 - 0166


SCHRIFTELIJKE VRAAG E-3546/02

van Michel-Ange Scarbonchi (GUE/NGL) aan de Raad

(11 december 2002)

Betreft: Oprichting van een Europees corps van kustwachters

Na de schipbreuk van de Erika heeft de oliepest, veroorzaakt door de ondergang van de tanker Prestige voor de kust van Galicië (Spanje) op 19 november 2002, opnieuw aangetoond dat het toezicht op zeeschepen chronisch tekortschiet.

Geconfronteerd met dergelijke milieurampen is het de plicht van de Commissie zo spoedig mogelijk te reageren. Het op de Frans-Spaanse top van Malaga genomen besluit om overeenkomstig artikel 56 van het verdrag van de Verenigde Naties over het zeerecht de toegang tot de exclusieve economische zone (EEZ), oftewel 200 zeemijlen (360 kilometer) uit de kust, voor de gevaarlijkste olietankers te beperken, geeft aanleiding tot hoop.

Iedere oliepest betekent voor de betrokken bevolking en de plaatselijke overheden een drama en heeft buitengewoon ernstige gevolgen voor het milieu en voor economische activiteiten als de visserij en het toerisme. Daarom moeten er op Europees niveau nieuwe regels komen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en voor de controle daarop.

Op grond van het voorzorgsprincipe moet derhalve serieus worden nagedacht over de oprichting van een echte Europese zeepolitie. Wanneer zo'n Europees corps van kustwachters er komt, zal het toezicht op de naleving van de maritieme regelgeving beslist doeltreffender worden.

Er zijn talrijke argumenten voor de oprichting van een nieuwe administratieve eenheid, die onder de controle van het Europees Parlement en onder de verantwoordelijkheid van de maritieme autoriteiten van de landen van de Unie zou kunnen worden geplaatst. Daarmee zou, aan de vooravond van de komende uitbreiding van de Europese Unie, een krachtig signaal gegeven worden, een pleidooi voor het Europa van de zee. Hoe denkt de Raad hierover?

Kan de Raad met voorstellen komen die als gemeenschappelijke grondslag kunnen dienen voor een Europees plan voor de veiligheid op zee, waarbij het accent moet worden gelegd op een strikte controle van alle varende schepen?

Antwoord

(4 maart 2003)

De Raad is het eens met het geachte parlementslid dat er duidelijk behoefte is aan een gecoördineerd EU-optreden om te reageren op dergelijke door ongevallen op zee veroorzaakte situaties. De Raad heeft dit standpunt voortdurend herhaald en bevestigd. De Raad wijst er inzonderheid op dat hij op 20 december 2002 eenparig een verordening heeft aangenomen tot instelling van specifieke maatregelen om de schade veroorzaakt door olie uit de Prestige te vergoeden voor de visserijsector, de schelpdierensector en de aquacultuursector in Spanje. De Commissie heeft haar voorstel op 19 december ingediend. Het Europees Parlement heeft nog dezelfde dag advies uitgebracht. Met het voorstel wordt beoogd de schade met een bijdrage van de Gemeenschap te helpen vergoeden. Er is in financiële bijstand voorzien door een herschikking van bepaalde middelen, waarbij ook het Spaanse aandeel (circa 80 miljoen euro) in het Financieringsinstrument voor de Oriëntatie van de Visserij (FIOV) opnieuw werd geprogrammeerd. Voorts zal een deel van de begrotingsmiddelen (circa 30 miljoen euro) voor de omschakeling van de Spaanse vaartuigen die tot in 1999 afhankelijk waren van de visserijovereenkomst met Marokko, worden gebruikt om de huidige schade te herstellen.

2. Tijdens de zitting van 19 december 2002 heeft de Raad onderstaande verklaring aangenomen:

Indachtig het ernstige ongeval met de olietanker Prestige voor de noordwestkust van Spanje, begroet de Raad de stappen die zijn genomen met als doel de spoedige aanneming van het ontwerp-kaderbesluit inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht.

In dit verband neemt de Raad nota van de conclusies van de Europese Raad van 12 en 13 december 2002 betreffende veiligheid op zee/vervuiling van de zee, waarin de Europese Raad zich verheugt over het initiatief van de Commissie om de gevolgen van dat ongeval aan te pakken, en over haar voornemen zich te beraden over de noodzaak van aanvullende specifieke maatregelen, onder meer over vraagstukken in verband met aansprakelijkheid en bijbehorende sancties. Derhalve zou de Raad, in volledige overeenstemming met de maatregelen die moeten worden overwogen in het kader van de bevoegdheden van de Gemeenschap op het gebied van de bescherming van de veiligheid van het vervoer(1) en de bescherming van het milieu(2), aanvullende maatregelen moeten overwegen om de bescherming van het milieu, en met name van de zee, door middel van het strafrecht te versterken.

3. Wat de oprichting van een Europese kustwacht betreft, is het niet aan de Raad zich uit te spreken over bijdragen aan de Conventie over de toekomst van Europa of over in dat kader besproken voorstellen.

(1) Conclusies van de Raad Vervoer (6 december 2002).

(2) Conclusies van de Raad Milieu (10 december 2002).