SCHRIFTELIJKE VRAAG E-3224/02 van Eija-Riitta Korhola (PPE-DE) aan de Raad. Kandidaat-lidstaten en JI-projecten (Kyoto-mechanisme).
Publicatieblad Nr. 155 E van 03/07/2003 blz. 0114 - 0115
SCHRIFTELIJKE VRAAG E-3224/02 van Eija-Riitta Korhola (PPE-DE) aan de Raad (14 november 2002) Betreft: Kandidaat-lidstaten en JI-projecten (Kyoto-mechanisme) Heeft de EU tijdens de toetredingsonderhandelingen afspraken gemaakt op grond waarvan de nieuwe lidstaten de JI-projecten (projecten van gezamenlijke uitvoering) tijdens de beginfase van het EU-schema voor de handel in emissierechten (2005-2007) of tijdens de daaropvolgende fase(s) moeten bevorderen? Heeft de Raad een idee van het aantal projecten per fase van handel in emissierechten (in absolute cijfers en in verhouding tot de hoeveelheid warme lucht)? Heeft de Raad modellen ontwikkeld om na te gaan in welke mate een doeltreffende implementatie van deze JI-projecten de prijs van de emissierechten (en de effectieve emissiereductie in de EU) zou beïnvloeden? Zo ja, waar zijn deze modellen gepubliceerd? Gecombineerd Antwoordop de schritftelijke vragen E-3222/02 en E-3224/02 (3 maart 2003) Er zijn de Raad geen ramingen van het gevraagde type bekend, meer bepaald niet met betrekking tot het aantal projecten die van start kunnen gaan. De EU heeft met de toetredingslanden geen afspraken gemaakt over het bevorderen van JI-projecten. De Raad is evenmin op de hoogte van specifieke modellen met cijfergegevens over het effect van JI-projecten op de toekomstige prijs van emissierechten, en op te merken valt dat in de huidige ontwerp-regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten niets bepaald is omtrent dergelijke gegevens. Verwacht wordt evenwel dat de Commissie in 2003 een voorstel zal indienen over het verband tussen de projectmechanismen van het Protocol van Kyoto (CDM en JI) en de regeling van de EU voor de handel in broeikasgasemissierechten. Het zou dan ook dienstig kunnen zijn deze kwesties aan de Commissie voor te leggen.