SCHRIFTELIJKE VRAAG E-3203/02 van Stavros Xarchakos (PPE-DE) aan de Raad. Mensenrechten en burgerlijke vrijheden in Turkije en Albanië.
Publicatieblad Nr. 155 E van 03/07/2003 blz. 0111 - 0112
SCHRIFTELIJKE VRAAG E-3203/02 van Stavros Xarchakos (PPE-DE) aan de Raad (11 november 2002) Betreft: Mensenrechten en burgerlijke vrijheden in Turkije en Albanië Volgens verklaringen van communautaire officials wil de EU een aanmoedigingsgebaar in de richting van Turkije maken om dit land aan te sporen om zijn banden met Albanië te continueren en nauwer aan te halen. Uit Albanese persberichten blijkt overigens dat er voortdurend inbreuken worden gemaakt op het geheim van de ontvangen en verzonden post van Albanese onderdanen. Het Franse dagblad Le Figaro meldde in een artikel van 22 oktober 2002 dat de heer A. Firat, kandidaat voor de Turkse verkiezingen van 3 november, op 21 oktober 2002 door de Turkse politie werd gearresteerd op de beschuldiging dat hij op een verkiezingsmeeting de Koerdische taal zou hebben gebruikt. Is de Raad op de hoogte van bovengenoemde flagrante schendingen van de mensenrechten en burgerlijke vrijheden in Turkije en Albanië? Waarom duren die schendingen nog steeds voort, hoewel daartegen al jarenlang wordt geprotesteerd door Europarlementariërs, in officiële internationale documenten, door niet-gouvernementele organisaties en andere instanties? Heeft de Raad wel eens duidelijk gesteld dat elke economische of andere band van om het even welk land met de EU afhankelijk is van de voorwaarde dat het betrokken land de mensenrechten nauwgezet respecteert, omdat die een fundamenteel bestanddeel vormen van de Europese cultuur? Waarom is er nog steeds geen uitvoering gegeven aan de enige tijd geleden door Turkije aangekondigde hervormingen met betrekking tot het gebruik van de Koerdische taal in het onderwijs en op radio en televisie? En behoort de afschaffing van de anachronistische kieswet in Turkije, die het aan de kandidaten verbiedt een andere taal dan het Turks te gebruiken, ook tot het pakket van de door de Turkse regering aangekondigde hervorming? Antwoord (3 maart 2003) Het geachte parlementslid wijst terecht op de bestaande tekortkomingen op het gebied van mensenrechten en fundamentele vrijheden in Turkije, met name wat betreft de rechten en vrijheden van de Turkse burgers van Koerdische origine. Deze tekortkomingen, zowel op het gebied van wetgeving als uitvoering, worden door de EU regelmatig aan de orde gesteld in de vergaderingen van de politieke dialoog met Turkije op verschillende niveaus, en meest recentelijk nog tijdens het bezoek van de trojka van de directeuren politieke zaken van de EU op 31 oktober aan Ankara. Het is echter onmiskenbaar dat thans in Turkije een belangrijk proces van politieke hervorming aan de gang is, waardoor het land, zoals door de Europese Raad is erkend, meer aan de politieke criteria voor toetreding tot de EU is gaan voldoen. Het hervormingspakket van 3 augustus 2002, waarmee de EU zich in een verklaring zeer ingenomen heeft getoond, omvat o.a. bepalingen in verband met onderwijs en radio en televisie in het Koerdisch. Onlangs zijn voorschriften uitgevaardigd om de nieuwe bepalingen inzake onderwijs uit te voeren, en de uitvoering van de bepalingen inzake de omroep is momenteel in voorbereiding. In dit opzicht zal Turkije worden aangemoedigd alle nodige maatregelen ter bescherming van de rechten van religieuze, taal- en etnische minderheden te bevorderen en volledig uit te voeren, teneinde het land aan te passen aan de Europese normen inzake bescherming van de mensenrechten. Het recente, in december ingediende wetgevingspakket bevestigt deze tendens, onder meer doordat de beperkingen inzake vrijheid van vereniging, waaronder het gebruik van andere talen dan het Turks, versoepeld worden. De EU heeft een aanvang gemaakt met de bestudering van deze maatregelen, die begin december 2002 zijn ingediend, teneinde na te gaan of alle burgers, ongeacht hun herkomst, hun rechten en vrijheden onder betere omstandigheden kunnen genieten. De EU ziet uit naar een correcte uitvoering van de nieuwe wetgeving. De Europese Raad van Kopenhagen concludeerde dat, indien de Europese Raad in december 2004 op basis van een verslag en een aanbeveling van de Commissie besluit dat Turkije aan de politieke criteria van Kopenhagen voldoet, de Europese Unie zonder verwijl toetredingsonderhandelingen met Turkije zal openen. Wat de Albanese situatie betreft, benadrukt de Raad dat hij nooit commentaar levert op persverklaringen of -berichten en deelt hij het geachte parlementslid mee dat hij niet op de hoogte is van specifieke gevallen van schending van het briefgeheim van Albanese burgers. De eerbiediging van de democratische beginselen en de mensenrechten vormt echter een essentieel onderdeel van het stabilisatie- en associatieproces en wordt regelmatig aan de orde gesteld in de dialoog tussen de EU en Albanië. Dit aspect zal tevens een belangrijke plaats innemen in de stabilisatie- en associatieovereenkomst waarover de Commissie met Albanië zal onderhandelen op grond van de machtiging die de Raad haar op 21 oktober 2002 heeft verleend.