SCHRIFTELIJKE VRAAG E-2892/02 van Erik Meijer (GUE/NGL) aan de Commissie. Het gevaar van breuken in koelwaterleidingen van de Hoge-Flux-Reactor in Petten (NL) en het achterwege laten van maatregelen om dat gevaar te voorkomen.
Publicatieblad Nr. 137 E van 12/06/2003 blz. 0130 - 0132
SCHRIFTELIJKE VRAAG E-2892/02 van Erik Meijer (GUE/NGL) aan de Commissie (14 oktober 2002) Betreft: Het gevaar van breuken in koelwaterleidingen van de Hoge-Flux-Reactor in Petten (NL) en het achterwege laten van maatregelen om dat gevaar te voorkomen 1. Heeft de Commissie kennis genomen van berichten in verschillende Nederlandse media volgens welke de primaire inlaatleidingen van het koelwatersysteem van de Hoge-Flux-Reactor (HFR) in Petten (NL), waarvoor de Commissie licentiehouder is, onder grote spanning staan en zouden kunnen breken, waardoor de reactorkern zou droogvallen en smelten, met radioactieve besmetting van de omgeving als gevolg? 2. Is het de Commissie bekend dat het breukgevaar wordt vergroot door aardgasboringen in de omgeving, die kunnen leiden tot verzakkingen onder het op duinzand gebouwde reactorcomplex? 3. Kan de Commissie bevestigen dat het risico dat optreedt bij een leidingbreuk reeds in 1985 is gesignaleerd, dat dit risico relatief eenvoudig is weg te nemen, dat in 1994 een technische aanpassing is voorgesteld om een eventuele leidingbreuk op te vangen, maar dat dit voorstel nog steeds niet is uitgevoerd op grond van het omstreden argument dat de leidingen aardbevingen waarschijnlijk zouden kunnen doorstaan? 4. Is het de Commissie bekend waarom, in afwijking van de inlaatleidingen, de primaire koelwateruitlaatleidingen wel zijn toegerust met een voorziening die de gevolgen van een eventueel daarin optredende breuk opvangt? 5. Is het de Commissie bekend dat het primaire koelwaterleidingsysteem ooit is ontworpen voor een reactor van 20 megawatt en een koelstroom van 2 750 kubieke meter per uur, maar dat vanaf 1970 de reactor wordt gedraaid op een vermogen van 45 megawatt met een koelstroom van 4 150 kubieke meter per uur? Is het primaire koelwatersysteem qua ontwerpspecificaties wel bestand tegen deze sterk verhoogde koelstroom en de bijbehorende resonanties? 6. Maakt een verkenning van het in de voorgaande vragen bedoelde probleem deel uit van de evaluatie die voortkwam uit het bezoek van 3 tot 8 maart 2002 aan de reactor door de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (IAEA) en de in dat verband opgestelde aanbevelingen tot verbetering van het veiligheidsbeheerssysteem, alsmede van de daarin genoemde grondige herziening van de vergunning? Zijn deze aanbevelingen inmiddels toegepast? 7. Op welke wijze kan de vrees voor ongelukken met het koelwatersysteem duurzaam worden weggenomen en wat is de bijdrage van de Commissie om dat te helpen bewerkstelligen? Antwoord van de heer Busquin namens de Commissie (3 december 2002) 1. De Commissie is op de hoogte van verschillende berichten in de media over ongevalscenario's voor het koelsysteem van de hogefluxreactor (HFR) en de mogelijke gevolgen daarvan. 2. De Commissie is op de hoogte van de verzakking van het reactorbassin. Het gaat hierbij om een hoogteverschil van één centimeter (cm) voor het hele reactorbassin, dat al 30 jaar bekend is en sindsdien niet is toegenomen. Bovendien wordt in het reactorontwerp rekening gehouden met verzakking. 3. De Commissie heeft, profiterend van de lopende tienjaarlijkse veiligheidsevaluatie die in 2001 is gestart, met de veiligheidsinstanties afgesproken dat de veiligheidsanalyse wordt aangevuld met de analyse van een ongevalscenario met een groot verlies van koelwater door een breuk. Deze analyse zal midden 2003 worden afgerond en bij de veiligheidsinstanties worden ingediend. Dergelijke scenario's zijn halverwege de jaren 80 en begin jaren 90 al intern door het personeel van de exploitant van de HFR geëvalueerd en staan bekend als het Veldman-scenario. Deze scenario's worden normaal gesproken beschouwd als een basisontwerp-ongeval voor hogedrukreactors, maar zijn niet opgenomen in het basisontwerp van de HFR die bij veel lagere druk en temperatuur werkt. 4. De momenteel in de HFR geïnstalleerde noodvoorzieningen zijn voor de in- en uitlaatleiding verschillend, omdat daarbij rekening wordt gehouden met de configuratie van het primaire circuit en de locatie van de primaire pomp. 5. Toen het vermogen van de HFR werd opgevoerd van 20 megawatt (MW) tot 45 MW, gebeurde dit met volledige instemming van de veiligheidsinstanties en de exploitatievergunning van de HFR werd daarvoor in 1970 gewijzigd. 6. Het in bovenstaande vragen aangekaarte probleem viel niet onder de evaluatie die de Internationale Organisatie voor atoomenergie (IAEA) van 3 maart 2002 tot en met 8 maart 2002 heeft uitgevoerd en waarbij de veiligheidsprocedures van de reactor en de opleiding van het personeel dienaangaande aan de orde zijn gekomen. In de aanbevelingen van de IAEA wordt niet ingegaan op de verbetering van het veiligheidsysteem zelf. De uitvoering van de IAEA-aanbevelingen verloopt volgens plan en in nauw overleg met de veiligheidsinstanties. De tienjaarlijkse herziening van de vergunning waarin de herevaluatie van de scenario's voor koelwaterlekkage is opgenomen, houdt geen verband met de evaluatie van de IAEA en was al meer dan een jaar vóór de IAEA-evaluatie van start gegaan. 7. De lopende veiligheidsevaluatie zal bij de bevoegde veiligheidsinstanties worden ingediend en er zullen conclusies uit worden getrokken. Daarnaast zal er open overleg met de regionale en lokale instanties worden gevoerd.