SCHRIFTELIJKE VRAAG E-2664/02 van Robert Goebbels (PSE) aan de Commissie. Neutraliteit van het mededingingsbeleid inzake televisierechten op sportevenementen.
Publicatieblad Nr. 155 E van 03/07/2003 blz. 0038 - 0039
SCHRIFTELIJKE VRAAG E-2664/02 van Robert Goebbels (PSE) aan de Commissie (23 september 2002) Betreft: Neutraliteit van het mededingingsbeleid inzake televisierechten op sportevenementen In haar antwoord van 31 juli 2002 op mijn vraag E-1912/02(1) geeft commissaris Monti aan ernaar te streven dat televisierechten op sportevenementen niet op zodanige wijze worden verkocht dat de concurrentie op de mediamarkt wordt belemmerd en dientengevolge de televisiekijker wordt benadeeld, en dat, in toepassing van deze regels de Commissie aan betaalzenders geen voorkeursbehandeling toekent ten opzichte van gratis te ontvangen stations. Deze filosofie van de vos in het kippenhok bevoordeelt duidelijk de betaalzenders, aangezien deze over veel meer middelen beschikken om uitzendrechten te kopen, met het voetbal als duidelijkste voorbeeld. De meeste voetbalclubs die de uitzending van door de UEFA of door de FIFA georganiseerde wedstrijden te gelde maken, spelen in stadions die zijn betaald door landen of steden die hun vaak aanzienlijke subsidies verstrekken. Zou de communautaire regelgeving inzake overheidssubsidies niet eveneens van toepassing moeten zijn op de economische activiteiten van deze clubs? Zo nee, en uitgaande van het principe dat topsport een maatschappelijk fenomeen is dat de aanwending van overheidsgelden rechtvaardigt (al was het alleen maar om de veiligheid bij dergelijke evenementen te waarborgen), zouden de sportbonden dan niet moeten worden verplicht tot openbare dienstverlening inzake uitzendrechten? Is het per slot van rekening aanvaardbaar dat alleen televisiekijkers die bereid zijn tegemoet te komen aan de financiële eisen van betaalde televisiezenders in staat worden gesteld de uitzendingen te bekijken van sportevenementen die met genereuze overheidssteun zijn georganiseerd? (1) PB C 92 E van 17.4.2003, blz. 115. Antwoord van de heer Monti namens de Commissie (12 november 2002) Het geachte parlementslid vraagt zich af of de communautaire mededingingswetgeving niet van toepassing zou moeten zijn op de bedrijfsactiviteiten van voetbalclubs die deelnemen aan door de UEFA (Europese federatie van voetbalbonden) of de FIFA (wereldfederatie van voetbalbonden) georganiseerde toernooien. Elke entiteit die een economische activiteit uitoefent, valt onder de mededingingswetgeving in het algemeen en de regels inzake staatssteun in het bijzonder. Voetbalclubs die dergelijke activiteiten uitoefenen vallen dus onder de regels inzake staatssteun. De financiering van een stadion door plaatselijke autoriteiten vormt echter niet noodzakelijkerwijs staatssteun. Onder bepaalde voorwaarden kan de bouw van een onderkomen voor openbare evenementen voor verschillende categorieën activiteiten worden beschouwd als financiering van algemene infrastructuur, die niet valt onder artikel 87, lid 1, van het EG-Verdrag. Wat het toevertrouwen van een openbaredienstverleningsverplichting aan een onderneming betreft, merkt de Commissie op dat het niet de Gemeenschap, maar de lidstaat is die aan een onderneming een dergelijke verplichting toevertrouwt en de reikwijdte ervan vaststelt. Indien de lidstaat het nodig acht dat voetbal voor een groot publiek toegankelijk is, en niet slechts via betaaltelevisie, kan hij deze taak aan omroeporganisaties toevertrouwen en zo nodig een vergoeding verstrekken voor de uitoefening van deze taken. Voorts bepaalt Richtlijn 97/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 1997 tot wijziging van Richtlijn 89/552/EEG van de Raad betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten(1) dat de lidstaten maatregelen mogen treffen om ervoor te zorgen dat omroeporganisaties evenementen die van aanzienlijk belang voor de samenleving worden geacht, niet zodanig uitzenden dat een belangrijk deel van het publiek dergelijke evenementen niet via de gratis televisie kan volgen. Verschillende lidstaten hebben dergelijke lijsten opgesteld, die in alle gevallen enkele voetbalwedstrijden omvatten (een samenvatting van de genomen maatregelen is in het Publicatieblad gepubliceerd(2)). (1) PB L 202 van 30.7.1997. (2) PB C 189 van 9.8.2002.