92002E2486

SCHRIFTELIJKE VRAAG E-2486/02 van Rosa Miguélez Ramos (PSE) aan de Commissie. Beschermde zalmmarkt.

Publicatieblad Nr. 161 E van 10/07/2003 blz. 0025 - 0026


SCHRIFTELIJKE VRAAG E-2486/02

van Rosa Miguélez Ramos (PSE) aan de Commissie

(6 september 2002)

Betreft: Beschermde zalmmarkt

De handelsbetrekkingen tussen de Europese Gemeenschap en derde landen worden voor wat betreft de zalmhandel gekenmerkt door bescherming van de belangen van een groep communautaire producenten die over een beschermde markt beschikken voor hun producten, ten koste van de communautaire consument, die kunstmatig hoge prijzen moet betalen voor zalm afkomstig uit Noorwegen, de Faeröer-eilanden en Chili. Met laatstgenoemd land heeft de Europese Unie onlangs een associatieovereenkomst gesloten. De communautaire producenten streven naar handhaving van hun bevoorrechte situatie, waarbij zij hun concurrenten van derde landen ongefundeerd beschuldigen van dumpingpraktijken en streven naar invoering van een douanetarief voor zalm uit Chili en de Faeröer-eilanden, teneinde aldus de gevolgen van de geringe acceptatie van hun producten door de communautaire consument te verzachten.

In 1997 heeft de Commissie met Noorwegen een akkoord gesloten, met een geldigheidsduur van vijf jaar en met verstrijkdatum 1 juli jl, inzake minimumprijzen voor de invoer van Noorse zalm. Welke gevolgen heeft dit akkoord gehad voor de zalmmarkt? Kan de Commissie bevestigen dat deze clausule van minimumprijzen niet zal worden verlengd, aangezien deze de communautaire consument benadeelt door het kunstmatig hoog houden van de zalmprijs?

Hoe denkt de Commissie de belangen van de communautaire consument te beschermen door hem vrije toegang te bieden tot zalm uit landen als Chili of de Faeröer-eilanden, hetgeen tevens in het belang zou zijn van de vrije mededinging en de kwaliteit van het product?

Is de Commissie niet van oordeel dat het feit dat de communautaire markt vrijwel uitsluitend is voorbehouden voor de Schotse en Ierse producenten, heeft geleid tot een lage kwaliteit van het communautaire product, terwijl aan zalm uit Chili geen enkel milieubezwaar kleeft?

Antwoord van de heer Lamy namens de Commissie

(30 oktober 2002)

Wat de antidumpingprocedure betreffende de invoer van gekweekte Atlantische zalm uit Chili en de Faeröer-eilanden betreft, wordt erop gewezen dat elke klacht over dumping die bij de Commissie wordt ingediend bewijsmateriaal moet bevatten over dumping, schade voor de EG-producenten en het oorzakelijk verband tussen beide. Voorts moet de Commissie, alvorens een antidumpingprocedure in te leiden, onderzoeken of het bewijsmateriaal juist en toereikend is en het advies vragen van het Raadgevend Comité dat uit vertegenwoordigers van de lidstaten bestaat. Deze maatregelen hebben ten doel ervoor te zorgen dat slechts legitieme klachten tot de opening van een antidumpingprocedure leiden. Voordat genoemde antidumpingprocedure werd ingeleid, was dus aan al deze voorwaarden voldaan. Daarom kan niet worden beweerd dat de klachten van de EG-producenten inzake dumping ongegrond zijn. Opgemerkt wordt dat op de invoer van zalm uit Chili of de Faeröer-eilanden geen maatregelen van toepassing zijn, daar het onderzoek naar dumping eerst in juli 2002 werd geopend.

De enige handelsbeschermingsmaatregelen die momenteel op zalm van toepassing zijn, zijn die welke in 1997 ten aanzien van Noorwegen werden vastgesteld en die bestaan uit antidumpingrechten en compenserende rechten, alsmede uit verbintenissen van individuele Noorse exporteurs, volgens welke zij bij uitvoer naar de Gemeenschap minimumprijzen acht nemen. Naast deze maatregelen werd in

1997 de zogenaamde Zalmovereenkomst tussen de EU en Noorwegen ondertekend waarin, onder meer, is bepaald dat de Noorse overheid een uitvoerrecht van 3 % heft (welk recht kan worden verhoogd indien de uitvoer bepaalde hoeveelheden overschrijdt) en dat partijen regelmatig met elkaar overleg zullen plegen. Benadrukt wordt dat noch de maatregelen (rechten en verbintenissen) noch de Zalmovereenkomst de hoeveelheid Noorse zalm die in de Gemeenschap kan worden ingevoerd, beperken. Daarom is er geen beschermde markt voor EG-producenten. Uit de statistieken blijkt dat het marktaandeel in de Gemeenschap van gekweekte Atlantische zalm uit derde landen in de laatste vijf jaar ongeveer 70 % bedroeg.

In februari 2002, na overleg met de Noorse autoriteiten over de prijsontwikkeling van zalm in de Gemeenschap, heeft de Commissie op eigen initiatief een procedure ingeleid voor een mogelijke herziening van de bestaande maatregelen. De rechten en verbintenissen blijven van kracht zolang het herzieningsonderzoek niet is voltooid, evenals de Zalmovereenkomst die in onderling overleg tussen de Noorse overheid en de Commissie werd verlengd. De definitieve bevindingen zullen naar verwachting volgend jaar bekend zijn.

In het kader van de twee bovengenoemde procedures waarmee de Commissie momenteel bezig is, zal worden onderzocht of er sprake is van oneerlijke handelspraktijken en, indien dit het geval is, of de EG-producenten hierdoor schade hebben geleden. Indien de conclusie van deze procedures is dat handelsbeschermingsmaatregelen gerechtvaardigd zijn, zullen passende voorstellen worden gedaan. Ook de kwestie van de minimuminvoerprijzen voor zalm uit Noorwegen zal opnieuw worden bezien. Op te merken valt dat geen maatregelen kunnen worden genomen indien dit strijdig is met het algemene belang van de Gemeenschap. Of maatregelen strijdig zijn met het algemene belang van de Gemeenschap wordt beoordeeld aan de hand van een onderzoek naar de belangen van de verschillende rechtstreeks betrokken partijen, met inbegrip van de verwerkende bedrijven en de consument. Er wordt echter op gewezen dat in het kader van antidumpingprocedures geen vergelijking wordt gemaakt tussen de kwaliteit van de zalm van verschillende oorsprong en dat geen onderzoek wordt verricht naar milieu-aspecten.