92002E2194

SCHRIFTELIJKE VRAAG E-2194/02 van Daniel Varela Suanzes-Carpegna (PPE-DE) aan de Commissie. Industriële visserij voor de productie van vismeel.

Publicatieblad Nr. 110 E van 08/05/2003 blz. 0036 - 0036


SCHRIFTELIJKE VRAAG E-2194/02

van Daniel Varela Suanzes-Carpegna (PPE-DE) aan de Commissie

(19 juli 2002)

Betreft: Industriële visserij voor de productie van vismeel

Acht de Commissie het, gelet op de vermeende daling van de communautaire visbestanden en de drastische plannen voor het behoud van soorten die de Commissie wil uitvoeren, niet nodig de industriële visserij voor de productie van vismeel voor diervoeder opnieuw te bekijken?

Kunnen de behoeften op de communautaire interne markt niet worden vervuld met invoer uit derde landen en door de Europese ondernemingen die uitsluitend uit subproducten van de visserij meel produceren?

Antwoord van de heer Fischler namens de Commissie

(24 september 2002)

Voor verwerking tot vismeel wordt alleen vis gevangen die niet voor rechtstreekse menselijke consumptie verkocht kan worden. Voor de industriële visserij, zoals voor de overige vormen van visserij, zullen de in het kader van het gemeenschappelijke visserijbeleid ontwikkelde instandhoudings- en beheersmaatregelen gelden, met inbegrip van meerjarige beheersplannen.

De Commissie heeft de ICES onlangs om een evaluatie van het effect van de industriële visserij op de mariene ecosystemen verzocht. De Commissie zal op de handelwijze van de industriële visserij blijven toezien om zodoende te waarborgen dat het effect ervan op voor menselijk verbruik bestemde vissoorten en op andere in zee levende diersoorten beperkt blijft, en zij zal desnoods betere beheersmaatregelen voorstellen.

Wat de vraag betreft of het wenselijk is de productie in de Gemeenschap door invoer te vervangen, verwijs ik het geachte parlementslid naar het antwoord op schriftelijke vraag E-2192/02(1).

Voor het ogenblik ziet het er niet naar uit dat het aandeel van het uit bijproducten bereide vismeel aanzienlijk kan worden verhoogd. De op deze wijze geproduceerde hoeveelheid vismeel bereikte in 2001 naar schatting 170 000 ton. Het aandeel in de totale productie per lidstaat bereikte 26 % in het Verenigd Koninkrijk, 24 % in Spanje, 17 % in Denemarken, 9,5 % in Ierland, 9,5 % in Zweden, 7 % in Frankrijk en 7 % in Duitsland. Er zijn aanwijzingen dat de betrokken sector nog zal krimpen, omdat de aanpassing aan de voorschriften van Richtlijn 2001/102/EG van de Raad(2) stroef verloopt. Aangezien de grondstof van zeer uiteenlopende oorsprong kan zijn en de monsters per partij worden getrokken, kunnen de voor dioxine vastgestelde grenswaarden bewerkstelligen dat een deel van het uitgangsmateriaal voortaan uit diervoeder geweerd wordt.

(1) Zie blz. 35.

(2) Richtlijn 2001/102/EG van de Raad van 27 november 2001 tot wijziging van Richtlijn 1999/29/EG van de Raad inzake ongewenste stoffen en producten in diervoeding (PB L 6 van 10.1.2002).