92002E2055

SCHRIFTELIJKE VRAAG P-2055/02 van Paulo Casaca (PSE) aan de Commissie. Schending van het beginsel van machtenscheiding door de Europese Commissie.

Publicatieblad Nr. 092 E van 17/04/2003 blz. 0129 - 0129


SCHRIFTELIJKE VRAAG P-2055/02

van Paulo Casaca (PSE) aan de Commissie

(5 juli 2002)

Betreft: Schending van het beginsel van machtenscheiding door de Europese Commissie

Aangezien de Europese Commissie niet op mijn schriftelijke vraag P-1536/02(1) heeft geantwoord, ben ik genoodzaakt haar opnieuw te stellen.

Krachtens artikel 234 van het Verdrag behandelt het Hof van Justitie momenteel zaak C-282/00 tegen de Republiek Portugal met als doel te voorkomen dat suiker vanaf de autonome regio van de Azoren naar communautair grondgebied wordt uitgevoerd. Het proces is aangespannen door een suikerraffinaderij die zich op het Europese continent bevindt.

Bevestigt de Commissie tegelijkertijd een inbreukprocedure te hebben ingeleid tegen de Portugese staat over precies hetzelfde onderwerp, maar nu krachtens artikel 226 (zaak nr. 2002/2012) op verzoek van genoemde raffinaderij?

Is de Commissie niet van mening dat zij door op deze wijze te handelen het beginsel van de machtenscheiding schendt en het onaanvaardbare democratisch tekort van Europa benadrukt?

(1) PB C 28 E van 6.2.2003, blz. 116.

Antwoord van de heer Prodi namens de Commissie

(31 juli 2002)

Aangezien het gaat om zaak C-282/00, verwijst de Commissie het geachte parlementslid naar haar antwoord op schriftelijke vraag nr. P-1536/02.

Wat de procedure bij niet-nakoming van de verplichting van een lidstaat uit hoofde van artikel 226 van het EG-Verdrag betreft, bevestigt de Commissie dat zij de Portugese autoriteiten een schriftelijke aanmaning heeft toegestuurd. In dit artikel wordt aan de Commissie uitdrukkelijk de bevoegdheid verleend om deze procedure in te leiden indien zij van oordeel is dat een lidstaat een van de krachtens dit verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.

De lidstaat kan zijn standpunt verdedigen zowel tijdens de precontentieuze fase (schriftelijke aanmaning en met redenen omkleed advies waarbij telkens voor de lidstaat een termijn wordt vastgesteld om respectievelijk te antwoorden en zich aan te passen) als tijdens de contentieuze fase voor het Hof. Zoals bij de prejudiciƫle procedure zal het Hof, op grond van de juridische en feitelijke elementen die tijdens de contradictoire procedure naar voren zullen worden gebracht, een beslissing nemen over de zaak en zal geheel of gedeeltelijk en objectief en onafhankelijk het door de Commissie ingenomen standpunt bevestigen of nietig verklaren.

Wanneer de juridische problemen in twee procedures van soortgelijke aard zijn kan de Commissie enkel dezelfde benadering verdedigen, behalve wanneer rekening moet worden gehouden met nieuwe elementen. Dit betekent dat er absoluut geen sprake is van een schending van het beginsel van de machtenscheiding of van een onaanvaardbaar democratisch tekort.