92002E2029

SCHRIFTELIJKE VRAAG E-2029/02 van Carlos Lage (PSE) aan de Raad. Vrij personenverkeer in het Schengen-gebied.

Publicatieblad Nr. 052 E van 06/03/2003 blz. 0121 - 0121


SCHRIFTELIJKE VRAAG E-2029/02

van Carlos Lage (PSE) aan de Raad

(9 juli 2002)

Betreft: Vrij personenverkeer in het Schengen-gebied

Op 22 juni jl. begaf een groep van 500 Portugese burgers zich naar Spanje om deel te nemen aan een toegestane manifestatie ter gelegenheid van de Europese Raad van Sevilla. De Spaanse politie verbood hen echter onder gebruikmaking van geweld het grondgebied van Spanje te betreden. Dit incident deed zich voor in het grensplaatsje Vila Verde do Ficalho in de Alentejo en ging gepaard met repressief optreden van de Spaanse autoriteiten. Een aantal Portugese burgers (waaronder een lid van het Portugese parlement), die slechts te weten trachtten te komen waarom zij de grens niet overmochten, werden geslagen en gestompt. De Spaanse politie drong zelfs de autobussen binnen waarmee de betrokken groep werd vervoerd en confisqueerde daarbij fototoestellen en foto's. Niets rechtvaardigt een dergelijk optreden dat totaal ontoelaatbaar is in het kader van een Unie die er prat op gaat de fundamentele vrijheden en rechten als haar grondbeginselen te beschouwen. Ook niet eventuele redenen van nationale veiligheid, die de lidstaten op grond van artikel 2 van het Verdrag van Schengen kunnen inroepen en om de controle aan hun interne grenzen te hervatten. Het lijkt mij niet dat de betrokken Portugese burgers een specifiek gevaar opleverden of überhaupt een gevaar vormden voor de Spaanse staat. Niets rechtvaardigde dus deze gewelddadige reactie en het machtsvertoon dat de politieautoriteiten van Spanje tentoonspreidden. Niet in Spanje, niet in Portugal of in welk ander land van de Unie.

Kan de Raad mededelen welke stappen hij bij de Spaanse regering denkt te ondernemen om opheldering over het gebeurde te verkrijgen?

Vindt de Raad het misschien niet noodzakelijk een duidelijke definitie vast te stellen van en overeenstemming te bereiken over de omstandigheden en voorwaarden waaronder de regels van Schengen kunnen worden opgeschort?

Gecombineerd Antwoordop de schritftelijke vragen E-2021/02, E-2028/02 en E-2029/02

(11 november 2002)

De Raad deelt het geachte parlementslid mee dat artikel 2, lid 2, van de Schengenuitvoeringsovereenkomst van 1990(1) de lidstaten de mogelijkheid biedt om gedurende een beperkte periode aan de binnengrenzen nationale grenscontroles uit te oefenen.

Iedere lidstaat moet zelf uitmaken of en in welke mate hij van deze mogelijkheid gebruik dient te maken bij het organiseren van een Europese Raad. In Besluit SCH/Com-Ex (95) 20 Rev. 2(2) zijn de voorschriften vastgelegd betreffende de procedure voor de toepassing van artikel 2, lid 2, van de Schengenuitvoeringsovereenkomst. In artikel 33 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en in artikel 64, lid 1, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap staat dat het nemen van concrete maatregelen inzake handhaving van de openbare orde en de bescherming van de binnenlandse veiligheid tot de bevoegdheid van de lidstaten behoort. De Raad kan dus geen oordeel uitspreken over de vraag of die maatregelen terecht waren.

(1) PB L 239 van 22.9.2000.

(2) PB L 239 van 22.9.2000, blz. 133.