92002E1822

SCHRIFTELIJKE VRAAG E-1822/02 van Alexander de Roo (Verts/ALE) aan de Commissie. Mestbeleid in Nederland voldoet niet aan EU-norm.

Publicatieblad Nr. 028 E van 06/02/2003 blz. 0143 - 0144


SCHRIFTELIJKE VRAAG E-1822/02

van Alexander de Roo (Verts/ALE) aan de Commissie

(27 juni 2002)

Betreft: Mestbeleid in Nederland voldoet niet aan EU-norm

Het Rijksinstituut voor de Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft de Nederlandse regering geadviseerd om in 2003 de normen voor het opbrengen van stikstof op landbouwgronden aan te scherpen en het areaal droge zandgronden met extra scherpe stikstofnormen fors te vergroten. Als Nederland dat niet doet, wordt in 2003 de EU-nitraatrichtlijn (91/676/EEG)(1) overschreden.

Op 31 mei 2002 heeft de demissionaire regering besloten geen besluit te nemen over het mestbeleid in 2003. De nieuwe regering zeer waarschijnlijk bestaande uit CDA, VVD en LPF zal een knoop moeten doorhakken. Het Agrarisch Dagblad van 31 mei meldt dat de nieuwe regeringscoalitie van CDA/VVD/LPF de mestnormen voor 2003 ten opzichte van 2002 niet wil aanscherpen.

De Europese Commissie is tot nu toe heel scherp en duidelijk geweest over de implementatie van de nitraatrichtlijn. Eind mei 2002 heeft milieucommissaris Wallström aan de regering van België laten weten dat zij 200 miljoen euro subsidie voor plattelandsontwikkeling wil inhouden of opschorten als het mestbeleid in Vlaanderen niet voldoet aan de EU-richtlijn.

Is de Europese Commissie bereid om naar analogie van haar opstelling ten opzichte van België subsidiegelden voor de Nederlandse intensieve veehouderij in de reserve te zetten totdat het Nederlandse beleid van de nieuwe regering voor 2003 aan de EU-norm voor het nitraatbeleid voldoet?

(1) PB L 375 van 31.12.1991, blz. 1.

Antwoord van mevrouw Wallström namens de Commissie

(9 september 2002)

De Commissie volgt de uitvoering van de nitraatrichtlijn (91/676/EEG) in Nederland van nabij op. Nederland heeft geen specifieke voor nitraten kwetsbare zones afgebakend maar heeft zich gebaseerd op artikel 3, lid 5, van de richtlijn en een nationaal actieprogramma opgezet. In 1998 werd een inbreukprocedure ingeleid tegen Nederland (1998/2158) omdat dit land in zijn actieprogramma niet alle maatregelen had opgenomen die overeenkomstig artikel 5, leden 4 en 5, en de bijlagen II en III van de nitraatrichtlijn zijn vereist. De zaak werd voor het Hof van Justitie gebracht en bevindt zich momenteel in het laatste stadium aangezien men enkel nog wacht op een uitspraak van het Hof.

Om voldoende samenhang te verzekeren tussen het milieubeleid en het beleid inzake plattelandsontwikkeling van de Gemeenschap werden duidelijke en onherroepelijke verbintenissen opgenomen in alle ontwikkelingsprogramma's die de Gemeenschap medefinancieert. Wat de nitraatrichtlijn aangaat, behelzen de verplichtingen in de Nederlandse programma's voor plattelandsontwikkeling het boeken van voldoende vooruitgang om tegen 31 december 2000 te voldoen aan de nitraatrichtlijn, wat voornamelijk een wijziging en afronding van het Nederlandse mestbeleid met zich meebrengt.

In zijn brief van 25 mei 2000 deelde het Commissielid dat bevoegd is voor Landbouw en Visserij de lidstaten mee dat de Commissie hen formeel op de hoogte zal stellen wanneer zij voornemens is actie te ondernemen in verband met een onjuiste toepassing van de nitraatrichtlijn, in het bijzonder wanneer de lidstaten niet voldoen aan de verplichting om voor nitraten kwetsbare zones af te bakenen. Daarbij kan de Commissie gebruikmaken van artikel 7, lid 4 van Verordening (EG) nr. 1258/1999 van de Raad van 17 mei 1999 over de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid(1).

De brief van 27 mei 2002 van het Commissielid dat bevoegd is voor milieu en waarnaar verwezen wordt in de schriftelijke vraag, was geadresseerd aan Europarlementslid Bart Staes, als antwoord op zijn brief over dit onderwerp. Het schrijven handelde over het nieuwste voorstel inzake de afbakening van voor nitraten kwetsbare zones in Vlaanderen. De brief van het Commissielid verwijst naar de verbintenissen die het Vlaamse Gewest is aangegaan in verband met zijn programma voor plattelandsontwikkeling. Zij maakte geen toespelingen op het inhouden van bepaalde subsidies zoals gesuggereerd wordt in deze vraag.

In Vlaanderen werden gedurende vele jaren erg weinig voor nitraten kwetsbare zones afgebakend (9 % van het territorium). Op 25 juni 2002 heeft de Vlaamse overheid via de Permanente Vertegenwoordiging van België in de Europese Unie formeel een nieuw voorstel bij de Commissie ingediend. Momenteel onderzoekt de Commissie dit nieuwe voorstel. Zoals hierboven reeds is vermeld, heeft Nederland een nationaal actieprogramma opgezet. Daarom is de aanpak voor de afbakening van gevoelige zones erg verschillend in Vlaanderen en Nederland, ondanks een aantal gelijkenissen tussen de Nederlandse landbouw en die in Vlaanderen.

(1) PB L 160 van 26.6.1999.