SCHRIFTELIJKE VRAAG E-1404/02 van Jean-Maurice Dehousse (PSE) aan de Commissie. Aanwezigheid van acrylamide in voedingsstoffen.
Publicatieblad Nr. 277 E van 14/11/2002 blz. 0201 - 0202
SCHRIFTELIJKE VRAAG E-1404/02 van Jean-Maurice Dehousse (PSE) aan de Commissie (16 mei 2002) Betreft: Aanwezigheid van acrylamide in voedingsstoffen Een onderzoeksteam van de Universiteit van Stockholm heeft woensdag 24 april jongstleden de resultaten van een onderzoek bekendgemaakt waaruit blijkt dat acrylamide gevormd wordt wanneer voedingsstoffen die rijk zijn aan zetmeel sterk verhit worden. Het gaat hierbij om elementaire voedingsstoffen als brood of biscuits, maar ook om granen en gebakken aardappelen, die blijkens het onderzoek bijzonder hoge concentraties acrylamide kunnen bevatten. Acrylamide is een stof die in geval van hoge inname het zenuwstelsel kan aantasten en kan leiden tot impotentie, verlamming of kanker. Dit bericht komt na de eerdere bekendmaking, in oktober 2000, van de resultaten van een studie naar de gevolgen van de aanwezigheid van acrylamide in het verwerkingscircuit van afvalwater. Blijkens deze studie, die was verricht in opdracht van het Wetenschappelijk Comité voor toxiciteit, ecotoxiciteit en milieu (CSTEE), is er sprake van een mogelijk neurotoxisch effect bij de mens. De vraagsteller beseft dat het hier niet gaat om een nieuwe bedreiging doch veeleer om de vaststelling van een risico waaraan wij meerdere generaties lang blootgesteld blijken te zijn geweest, maar tegelijkertijd wijst hij erop dat alleen al in Zweden volgens de nationale autoriteiten jaarlijks tussen de 200 en 600 nieuwe gevallen van kanker aan deze stof toegeschreven moeten worden. In het licht van deze gegevens zou de vraagsteller graag willen weten welke maatregelen de Commissie op Europees niveau denkt te nemen of voor te stellen in reactie op de recente ontwikkelingen met betrekking tot deze kwestie. Antwoord van de heer Byrne namens de Commissie (21 juni 2002) De Zweedse overheidsdienst voor levensmiddelen heeft 24 april 2002 nieuwe onderzoeksbevindingen betreffende acrylamide in levensmiddelen bekendgemaakt. In koolhydraatrijk voedsel dat bij hoge temperaturen bereid wordt, met name door middel van frituren en bakken, werden hoge concentraties ervan ontdekt. Acrylamide is een chemische stof die bekendstaat als mogelijk kankerverwekkend, hoewel vóór deze studie nog niet geconstateerd is dat deze stof in levensmiddelen gevormd wordt. Door verbeteringen en nieuwe ontwikkelingen op het terrein van analytische methoden kon nu vastgesteld worden dat bij sommige wijzen van verhitting acrylamide in levensmiddelen ontstaat. Hoe dit gebeurt, is niet duidelijk. Evenals alle nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen dient de Zweedse methode te worden gevalideerd. Niettemin heeft de Britse keuringsdienst van waren (Food Standards Agency) op 17 mei 2002 onderzoeksresultaten gepubliceerd die de Zweedse bevindingen bevestigen. In het kader van beide studies werd een beperkt aantal monsters onderzocht en het is duidelijk dat er op dit gebied uitvoeriger onderzoek moet plaatsvinden. De Commissie heeft de lidstaten en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven verzocht een onderzoek in te stellen naar deze kwestie en informatie te verschaffen. Hiernaast heeft de Commissie stappen ondernomen om het Wetenschappelijk Comité voor de menselijke voeding te raadplegen omtrent de wetenschappelijke aspecten van dit vraagstuk. Voorts werkt de Commissie samen met de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), die eind juni 2002 een bijeenkomst heeft georganiseerd voor overleg over dit vraagstuk met deskundigen uit de gehele wereld. De Commissie gaat op dit ogenblik na hoe de breed opgezette EPIC (European Prospective Investigation of Cancer and nutrition)-cohortstudie, die gedurende meer dan tien jaar door het programma Europa tegen kanker is medegefinancierd, benut zou kunnen worden om antwoord te geven op de vraag van het relatieve kankerrisico van acrylamide in levensmiddelen. EPIC wordt gecoördineerd door het International Agency for Research on Cancer (IARC) van de Wereldgezondheidsorganisatie. De studie omvat ongeveer 500 000 Europese deelnemers uit negen lidstaten en Noorwegen. Vierentwintig verschillende onderzoekscentra volgen de voedingsgewoonten van de deelnemers, voorafgaande aan het latere optreden van kanker. Dit is een ideaal uitgangspunt voor de aanpak van het probleem van een tot dusverre niet gerapporteerd kankerrisico van acrylamide in levensmiddelen. Binnen het lopende kaderprogramma voor onderzoek van de Commissie worden geen Europese samenwerkingsprojecten in verband met acrylamide in levensmiddelen uitgevoerd. Voor zover nodig zou in de oproep tot het indienen van voorstellen voor het nieuwe kaderprogramma voor onderzoek plaats kunnen worden ingeruimd voor thema's op dit gebied. Het is duidelijk dat de beschikbare informatie in dit stadium beperkt is. Aan de hand van een voorlopige evaluatie kan worden beoordeeld welk risico dit onlangs gesignaleerde probleem zou kunnen opleveren.