92002E1132

SCHRIFTELIJKE VRAAG P-1132/02 van Bart Staes (Verts/ALE) aan de Commissie. Transparantie gesprekken STAR 21.

Publicatieblad Nr. 205 E van 29/08/2002 blz. 0255 - 0256


SCHRIFTELIJKE VRAAG P-1132/02

van Bart Staes (Verts/ALE) aan de Commissie

(15 april 2002)

Betreft: Transparantie gesprekken STAR 21

Op 6 juli 2001 kwam de nieuwe Adviesgroep STAR 21 voor het eerst bijeen. Deze moet nagaan of het bestaande politieke en regelgevende kader moet worden aangepast opdat de ruimtevaart- en defensiesector competitief kan blijven. Ze hoopte oorspronkelijk tegen maart 2002 aanbevelingen klaar te hebben. Deeltaken van de adviesgroep zijn onder andere: herziening van het aankoopbeleid en het grensoverschrijdend verkeer van goederen van militaire aard.

In Star 21 zetelen niet minder dan vijf Europese Commissarissen en zeven van de meest vooraanstaande captains of industry van de ruimtevaart- en defensiesector. Daarnaast ook twee Europese parlementsleden (die niet zijn afgevaardigd door het Europees Parlement) en de Hoge Commissaris voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid. Vertegenwoordigers van de civiele sector en NGO's zijn niet vertegenwoordigd. Het zijn nochtans de NGO's die zich in vele gevallen moeten ontfermen over de slachtoffers van wapenexporten door een te lakse wapenexportcontrole. De visie van de defensiesector in deze is immers overduidelijk: zij wil zoveel mogelijk exportbelemmeringen wegwerken. De ruimtevaart- en defensiesector dient immers niet zonder meer het Europees belang, maar moet in de eerste plaats zorgen voor een verhoging van de aandelenkoers.

De uitkomst van de gesprekken in STAR 21 tussen top-defensie-industriƫlen en de Commissieleden is zonder twijfel van invloed op het toekomstige Europese veiligheids- en defensiebeleid. Toch zijn deze gesprekken weinig transparant.

Zal de Commissie het Europees Parlement inzage geven in de verslagen van de STAR 21 adviesgroep?

Kan de Commissie de staat opmaken van de vorderingen van de adviesgroep?

Kan de Commissie meedelen waarom voor zo'n belangrijk beleidsthema geen vertegenwoordigers van het middenveld gevraagd werd om zitting te hebben in de adviesgroep?

Kan de Commisie meedelen hoe zij NGO's om advies zal vragen bij de aanpassing van het politieke en regelgevende kader inzake aankoopbeleid en grensoverschrijdend verkeer van goederen van militaire aard?

Antwoord van de heer Liikanen namens de Commissie

(6 mei 2002)

De Commissie erkent al lang dat een goede concurrentiepositie van de Europese ruimtevaart- en defensiesector van essentieel belang is voor de verwezenlijking van de doeleinden van de Unie.

De Commissie zou het geachte parlementslid in dat verband willen wijzen op haar mededeling De Europese lucht- en ruimtevaartindustrie: Strijd om het behoud van een plaats op de wereldmarkt van 24 september 1997(1) en op haar actieplan Tenuitvoerlegging van de strategie van de Unie inzake de defensie-industrie(2). In deze mededelingen wordt duidelijk gesteld dat de aanpak van overheidsopdrachten en de grensoverschrijdende handel op defensiegebied een prioriteit moet zijn.

Naar aanleiding van een verzoek van de ruimtevaartindustrie aan de voorzitter van de Commissie en met het oog op de veranderingen die de afgelopen jaren in deze sector hebben plaatsgevonden, werd in 2001 aan een adviesgroep, waarvan de leden op persoonlijke titel zitting hebben, opdracht gegeven om het bestaande beleids- en regelgevingskader voor de Europese ruimtevaart te analyseren, de vinger te leggen op eventuele gebreken en aanbevelingen te doen voor verbeteringen.

Wat de samenstelling van de groep betreft, wordt geoordeeld dat de leden in een uitstekende positie verkeren om advies te geven over de belangrijke economische en politieke ontwikkelingen in het EU-beleid die, naar wordt aangenomen, het meest van invloed zijn op de concurrentiepositie van de ruimtevaartindustrie.

De groep, die tot dusver twee keer is bijeengekomen, heeft vijf gebieden besproken waar actie kan worden ondernomen om de toekomst van de ruimtevaartindustrie veilig te stellen en om haar positie in het belang van de gehele Unie te versterken. Deze gebieden zijn concurreren op de wereldmarkt, het praktische kader waarbinnen de ruimtevaart opereert, Europese governance voor de burgerluchtvaart, de Europese defensiemarkt in ontwikkeling en een duurzaam Europees ruimtebeleid.

De groep heeft geen tussentijdse verslagen opgesteld en zal zijn eindverslag naar verwachting in juli 2002 aan de voorzitter van de Commissie voorleggen. Dit verslag, dat zal worden gepubliceerd, zal aan alle instellingen van de EU, dus ook aan het Parlement, worden toegestuurd.

Het staat de vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld, met inbegrip van de niet-gouvernementele organisaties (NGO's), vrij om hun standpunt over punten die in het verslag zijn behandeld, kenbaar te maken. Voorts zij erop gewezen dat de adviesgroep tot taak heeft een analyse uit te voeren en aanbevelingen te doen. Hij heeft geen beslissingsbevoegdheid en zijn beraadslagingen vinden op dezelfde wijze plaats als in vergelijkbare groepen.

Wat defensievraagstukken betreft, zou de Commissie de aandacht van het geachte parlementslid willen vestigen op haar antwoord op mondelinge vraag O-90/01 van de heer Brok tijdens het vragenuur van de vergaderperiode van het Parlement van april 2002(3), waarin zij ingaat op haar plannen voor de toekomst van de defensie-industrie. Voorts juicht de Commissie toe dat het Parlement het initiatief heeft genomen tot een resolutie (2002-0172) over de Europese defensie-industrie.

(1) COM(97) 466 def.

(2) COM(97) 583 def.

(3) Mondeling antwoord van 19.4.2002.