SCHRIFTELIJKE VRAAG E-0962/02 van Gabriele Stauner (PPE-DE) aan de Commissie. Mogelijke gevallen van nepotisme in samenhang met EU-gelden in Schwerin.
Publicatieblad Nr. 229 E van 26/09/2002 blz. 0168 - 0168
SCHRIFTELIJKE VRAAG E-0962/02 van Gabriele Stauner (PPE-DE) aan de Commissie (15 april 2002) Betreft: Mogelijke gevallen van nepotisme in samenhang met EU-gelden in Schwerin In antwoord op mijn schriftelijke vraag E-2806/01(1) heeft de Commissie mij op 3 december 2001 meegedeeld dat zij reeds bij brief van 30 augustus 2001 de deelstaatregering in Schwerin om opheldering heeft gevraagd in verband met de verwijten in het tijdschrift Der Spiegel over vriendjespolitiek en nepotisme bij de gunning van contracten die met EU-gelden gefinancierd zijn. Daarvan zou onder andere ook de vrouw van de vice-minister-president geprofiteerd hebben. Heeft de Commissie inmiddels een antwoord uit Schwerin ontvangen? Zo ja, zou de Commissie mij dan een kopie van haar briefwisseling met de deelstaatregering kunnen doen toekomen? (1) PB C 134 E van 6.6.2002, blz. 110. Antwoord van mevrouw Diamantopoulou namens de Commissie (31 mei 2002) De Commissie heeft de beheersautoriteit van het Europees Sociaal Fonds (ESF) in haar brief van 30 augustus 2001 om informatie verzocht over de sluiting van contracten met BBJ Servis GmbH, Schwerin, in het bijzonder over de naleving van de communautaire wetgeving inzake openbare overheidsopdrachten. Verder heeft de Commissie de beheersautoriteit gevraagd om haar eventuele inspectieverslagen over die contracten toe te sturen. Na verscheidene telefoontjes van de Commissie heeft de beheersautoriteit van het ESF in zijn brief van 4 december 2001 bevestigd dat de zaak in onderzoek is bij het Landesrechnungshof (Rekenkamer) en is beloofd dat zij het eerste niet-bindende ontwerp van het verslag van het Landesrechnungshof zouden toesturen. Dit verslag werd in de tweede helft van december 2001 verwacht. Het Unverbindlicher Entwurf (niet-bindende ontwerpverslag) was eind januari 2002 klaar en is begin februari 2002 aan het ministerie voor werkgelegenheid toegezonden. Dit verslag en een verklaring van het ministerie van werkgelegenheid werden op 26 februari door het ministerie en het Landesrechnungshof besproken. Naar aanleiding hiervan heeft het Landesrechnungshof het verslag ingetrokken. Het Landesrechnungshof verklaarde dat dit gedaan was als gevolg van aanvullende informatie en nieuwe juridische overwegingen die vóór de opstelling en publicatie van het verslag hadden moeten worden bestudeerd. Tot nu toe heeft het Landesrechnungshof zijn definitieve verslag nog niet gepubliceerd.