SCHRIFTELIJKE VRAAG E-0898/02 van Baroness Sarah Ludford (ELDR) aan de Commissie. Uitvoer van levend vee naar derde landen.
Publicatieblad Nr. 277 E van 14/11/2002 blz. 0102 - 0103
SCHRIFTELIJKE VRAAG E-0898/02 van Baroness Sarah Ludford (ELDR) aan de Commissie (4 april 2002) Betreft: Uitvoer van levend vee naar derde landen De EU-landen voeren elk jaar 300 000 stuks levend vee uit naar het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Het is een wrede soort handel, die door de Europese Unie gesubsidieerd wordt met exportrestituties aan de handelaars. De restituties kosten de Europese belastingbetaler 60 à 100 miljoen per jaar. Kan de Europese Commissie laten weten wat ze al ondernomen heeft om een einde te maken aan het systeem, aangezien het Europees Parlement zich al tweemaal (in oktober en november van vorig jaar) uitgesproken heeft voor stopzetting van de subsidiëring? Antwoord van de heer Fischler namens de Commissie (21 mei 2002) De Gemeenschap is traditioneel een exporteur van fokrunderen naar een groot aantal derde landen. Die dieren zijn vooral bestemd voor de verbetering en de instandhouding van de melkproductie in die landen. De klachten die bij de Commissie worden ingediend hebben in hoofdzaak betrekking op de uitvoer van slachtrunderen. In de meeste gevallen gaat het daarbij om de manier waarop de dieren worden behandeld, vooral bij het overladen, bij aankomst in het land van bestemming en bij het slachten. Wat de omstandigheden tijdens het vervoer betreft, streeft de Commissie naar de inachtneming van de hoogst mogelijke normen, teneinde erop toe te zien dat het welzijn van de dieren wordt gegarandeerd en gecontroleerd. In dit verband werkt de Commissie momenteel aan strengere voorwaarden voor het verlenen van uitvoerrestituties. Deze verscherping van de voorwaarden is er vooral op gericht te voorkomen dat onaanvaardbare situaties zoals die in bepaalde gevallen werden gemeld, zich in de toekomst nog kunnen voordoen. De Commissie zal ook een aantal initiatieven nemen in het licht van het advies van het Wetenschappelijk Comité voor de gezondheid en het welzijn van dieren van 11 maart 2002. Dat wetenschappelijk advies betreft een aantal belangrijke punten, zoals de reistijd en de beschikbare ruimte. Het voorstel van de Commissie ter zake heeft ten doel het welzijn van alle vervoerde dieren te verbeteren, met bijzondere aandacht voor het vervoer over lange afstand. De Commissie beschikt evenwel niet over de bevoegdheid om de landen die in de Gemeenschap dieren aankopen, ertoe te dwingen de Europese normen inzake het transport van dieren, de houderijmethoden en het slachten van dieren na te leven. Culturele, religieuze en economische omstandigheden kunnen leiden tot fundamentele verschillen in de manier waarop de vleesproductie in die landen vlees wordt geregeld. Bovendien beschikken een aantal concurrenten in de internationale handel, bijvoorbeeld Australië, over vaartuigen die 25 000 runderen ineens kunnen vervoeren naar elke bestemming. Sedert het bekend worden van gevallen van boviene spongiforme encefalopathie (BSE) in 1996 koopt Egypte zijn slachtrunderen aan in Australië en voert het meer dan 200 000 runderen per jaar in uit dat land. Ondanks de geringe manoeuvreerruimte heeft de Commissie er in het kader van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) steeds naar gestreefd de welzijnsbeginselen ingang te doen vinden in internationaal verband. Ook bij de volgende onderhandelingsronden zal de Commissie dezelfde lijn volgen. Voor de Commissie is het belangrijk dat bij de besluitvorming in dit verband rekening wordt gehouden met alle aspecten, ook met de positie van de veehouders, aangezien velen onder hen afhankelijk van de handel, vooral van de uitvoer. Bij elk besluit moet bijgevolg worden gestreefd naar een juist evenwicht tussen de verschillende aspecten. Eén van de gevolgen van het gevoerde beleid is dat de uitvoerrestituties voor levende slachtrunderen de voorbije jaren aanzienlijk zijn verlaagd (van 78,5 per 100 kg in 1995 tot 41 per 100 kg vandaag, d.i. een verlaging met 48 %). De aanpak van de Commissie met betrekking tot de uitvoer van runderen is erop gericht de subsidiëring te beperken tot het strikt noodzakelijke, aangezien het Parlement heeft gevraagd om zo snel mogelijk een einde te maken aan de betaling van uitvoerrestituties voor slachtrunderen, en te streven naar de vaststelling van bindende internationale richtsnoeren betreffende de behandeling van levende dieren bij vervoer over lange afstand.