SCHRIFTELIJKE VRAAG P-0438/02 van Peter Liese (PPE-DE) aan de Commissie. Onderzoek met embryonale kiemcellen.
Publicatieblad Nr. 172 E van 18/07/2002 blz. 0198 - 0198
SCHRIFTELIJKE VRAAG P-0438/02 van Peter Liese (PPE-DE) aan de Commissie (12 februari 2002) Betreft: Onderzoek met embryonale kiemcellen Het persagentschap AP citeert op 31 januari de voor onderzoek bevoegde Commissaris Busquin, die reageert op de uitslag van de stemming in de Bondsdag over onderzoek met menselijke embryonale kiemcellen, als volgt: Duitse onderzoekers zijn nu in staat volledig mee te werken aan door de EU gefinancierde onderzoeksprojecten waarin het gebruik van embryonale kiemcellen voor de genezing van aandoeningen als Parkinson, Alzheimer en hartafwijkingen worden onderzocht. In het door een meerderheid van de Duitse Bondsdag aangenomen amendement met de titel Geen onderzoek waarbij embryo's worden vernietigd Invoer van menselijke embryonale kiemcellen principieel verbieden slechts onder strenge voorwaarden toestaanstaat dateen wet zal worden vastgesteld waarmee de vernietiging van verdere embryo's voor de winning van menselijke embryonale kiemcellen wordt tegengegaan. De invoer van menselijke embryonale kiemcellen dient te worden beperkt tot bestaande kiemcellijnen die vóór een bepaalde datum zijn gecreëerd. Met deze regeling wordt voorkomen dat er nog verdere embryo's worden gedood voor de winning van menselijke embryonale kiemcellen voor uitvoer naar Duitsland. Met zijn uitspraak werkt Commissaris Busquin het standpunt van de Europese Commissie nader uit. In het gewijzigde voorstel voor het kaderprogramma onderzoek van 22 november 2001 en in haar verklaring bij de Raad van ministers van Onderzoek op 5 december 2001 heeft de Commissie zich slechts op het standpunt gesteld dat de productie van embryo's voor onderzoeksdoeleinden met inbegrip van celkernoverdracht wordt uitgesloten. Ten aanzien van het onderzoek naar embryonale kiemcellen liet zij open of het daarbij om alle embryonale kiemcellijnen gaat of alleen om kiemcellijnen die vóór een bepaalde datum zijn geproduceerd. Welke datum acht de Commissie passend? Hoe denkt de Commissie in de praktijk controle uit te oefenen op een regeling waarin een uiterste datum is vermeld? Antwoord van de heer Busquin namens de Commissie (11 maart 2002) Het citaat van Associated Press waarin het lid van de Commissie dat verantwoordelijk is voor onderzoek zich verheugd toont over de stemming in de Duitse Bundestag, is correct. Zijn woorden doen niets af aan het standpunt van de Commissie over de ethische voorwaarden voor het Zesde Kaderprogramma voor onderzoek en technologische ontwikkeling, zoals vermeld in de verklaring van de Commissie in de notulen van de Raad Onderzoek van 10 december 2001. De vaststelling van een specifieke uiterste datum en andere voorwaarden die door de Duitse Bundestag naar voren zijn gebracht, is een nationale beslissing die onderzoekers in Duitsland zullen moeten respecteren wanneer zij deelnemen aan door de Gemeenschap gefinancierde onderzoekprojecten. In de voorgestelde specifieke programma's voor het Zesde Kaderprogramma voor onderzoek en technologische ontwikkeling (2002-2006) zal de eis worden opgenomen dat plaatselijke ethische commissies toestemming moeten geven voor projecten waarbij ethische aspecten een rol spelen, voordat deze projecten van start kunnen gaan.