92001E3219

SCHRIFTELIJKE VRAAG E-3219/01 van Pere Esteve (ELDR) aan de Commissie. Oprichting van een Europees Civiel Vredeskorps.

Publicatieblad Nr. 229 E van 26/09/2002 blz. 0007 - 0009


SCHRIFTELIJKE VRAAG E-3219/01

van Pere Esteve (ELDR) aan de Commissie

(22 november 2001)

Betreft: Oprichting van een Europees Civiel Vredeskorps

In het licht van de enorme escalatie van geweld waarmee de wereld thans wordt geconfronteerd en rekening houdend met de noodzaak om niet-militaire instrumenten op het gebied van crisisbeheer te bevorderen:

1. Kan de Commissie meedelen waarom zij in haar recente mededeling inzake conflictpreventie(1) van 11 april 2001 geen rekening heeft gehouden met het voorstel van het Europees

Parlement betreffende de oprichting van een Europees Civiel Vredeskorps, dat belast zou worden met de uitvoering van concrete vredestaken? Het Europees Parlement heeft dit voorstel bij verschillende gelegenheden ingediend de eerste keer in een op 17 mei 1995 aangenomen resolutie (Resolutie over de werking van het Verdrag betreffende de Europese Unie in het vooruitzicht van de intergouvernementele conferentie van 1996(2)).

2. Wat is de mening van de Commissie over dit voorstel van het Parlement, dat reeds bij verscheidene gelegenheden werd ingediend? Te weten:

- ontwerpaanbeveling (B4-0791/98) aan de Raad, opgesteld door de heer Spencer en 38 andere leden, over de oprichting van een Europees Civiel Vredeskorps,

- verslag (A4-0047/1999) van 28 januari 1999 van Per Gahrton over een ontwerpaanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad betreffende de oprichting van een Europees Civiel Vredeskorps,

- ontwerpresolutie (B5-0361/1999) van Salvador Garriga over de oprichting van een Europees Civiel Vredeskorps,

- verslag (A5-0339/2000 def.) van 21 november 2000 van Catherine Lalumière over de vaststelling van een gemeenschappelijk Europees veiligheids- en defensiebeleid na Keulen en Helsinki,

- verslag van Joost Lagendijk over de mededeling van de Commissie inzake conflictpreventie(3), dat op 6 november 2001 werd goedgekeurd in de commissie.

3. Heeft de Commissie een onderzoek ingesteld naar de levensvatbaarheid van een dergelijk Europees Civiel Vredeskorps?

4. Is de Commissie voornemens concrete maatregelen in dezen te treffen?

(1) COM(2001) 211 def.

(2) PB C 151 van 19.6.1995, blz. 56.

(3) COM(2001) 211.

Antwoord van de heer Patten namens de Commissie

(18 januari 2002)

Het verbeteren van de personele capaciteit van de Unie om (potentiële) conflictsituaties het hoofd te bieden is een van de belangrijkste uitdagingen voor een geloofwaardig en effectief buitenlands beleid. De Europese Raad van Feira van 19 en 20 juni 2000 besloot dat de Unie haar externe optreden moet versterken door de ontwikkeling van een vermogen voor militaire crisisbeheersing en stelde prioriteiten voor de ontwikkeling van concrete personele doelstellingen bij de civiele aspecten van crisisbeheer. Deze activiteiten moeten worden voortgezet.

De mededeling van de Commissie over conflictpreventie(1) benadrukte de noodzaak de externe activiteiten van de Unie op het gebied van vreedzame conflictoplossing en effectief crisisbeheer te intensiveren. Een belangrijk aspect van deze werkzaamheden is het ontwikkelen van personele capaciteiten en het vermogen civiele deskundigen van de Unie in te zetten bij vredesmissies. De eerste stappen voor het opbouwen van een pool van civiel personeel van de Unie voor vredesmissies zijn gezet en worden zorgvuldig gecoördineerd met de lidstaten en de Raad.

De aanbevelingen van het Parlement over een Europees civiel vredeskorps hebben een aanzienlijk potentieel en zouden in de toekomst verder kunnen worden ontwikkeld. Er blijven echter een aantal problemen bestaan die verband houden met delicate kwesties betreffende de algemene controle en leiding en het toezicht op de roosters en databanken voor het personeel. De lidstaten moeten het recht behouden personeel te benoemen voor vredesmissies. De Commissie heeft dan ook gekozen voor een pragmatische en gedecentraliseerde benadering, in nauwe samenwerking met het secretariaat van de Raad en de lidstaten, bij het opbouwen van een personele capaciteit die de Unie in staat moet stellen effectief haar taken op het gebied van conflictpreventie en crisisbeheer uit te voeren.

De Commissie heeft op dit terrein een grote ervaring. De afgelopen jaren heeft de Commissie een groot aantal individuele deskundigen uitgezonden in het kader van externe bijstandsprogramma's, variërend van algemene technische bijstand tot mensenrechten en waarnemingsmissies bij verkiezingen: van projecten voor democratie en rechtsstaat in Rwanda, voor versterking van het gerechtelijk apparaat in Colombia, opleidingsprogramma's op het gebied van mensenrechten voor de politie in Algerije of Zuid-Afrika, waarbij veel activiteiten worden uitgevoerd door NGO-personeel uit de Unie. De Unie heeft

ook een coherent beleid ontwikkeld op het gebied van waarneming bij verkiezingen, waarbij regelmatig observatieteams van de Unie bij verkiezingen in derde landen worden ingezet, in nauwe samenwerking met de lidstaten.

De Commissie neemt ook nieuwe initiatieven als reactie op de uitdagingen waarvoor de Unie zich gesteld ziet. De Unie moet snel reageren op crisissituaties en passend personeel in voldoende aantallen inzetten.

Daarom werkt de Commissie momenteel aan de verdere ontwikkeling van het snellereactiemechanisme, dat op een snelle, efficiënte en flexibele wijze moet inspelen op (opkomende) urgente of crisissituaties. Dit mechanisme biedt de Commissie de mogelijkheid kaderovereenkomsten te sluiten met de relevante overheidsinstanties, internationale organisaties en NGO's, om snel te kunnen optreden in crisissituaties. De Commissie werkt nu aan een inventarisatie van personeelscategorieën en aan de eerste kaderovereenkomsten voor het leveren van nationale deskundigen voor de civiele aspecten van crisisbeheer, die met de lidstaten zullen worden gesloten. Een breed scala aan personeelscategorieën, zoals beoordelingsteams, toezichthoudende taken (algemeen/politiek/veiligheid/mensenrechten/verkiezingen), deskundigen op het gebied van veiligheid voor de bevolking (traumabegeleiding, demobilisatie, ontwapening en reïntegratie, ontmijning, milieu, voedselveiligheid), wederopbouw, onderwijs, rechtsstaat, civiel bestuur, ontwikkeling van de civiele maatschappij. De eerste activiteiten in dit kader zijn reeds genomen voor de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (FYROM) en Centraal-Afrika.

Om deze reden heeft de Commissie een project gelanceerd voor de opbouw van een personele en opleidingscapaciteit in de Unie, die beide categorieën van ambtenaren en NGO-personeel bestrijkt en bijzondere nadruk legt op terreinen van rechtsstaat en civiel bestuur. Een netwerk van nationale organen dat verantwoordelijk is voor de opleiding van civiel personeel wordt opgezet, met als doel het bevorderen van samenwerking op het gebied van opleiding en het ontwikkelen van voorstellen voor gezamenlijke opleidingsmodules voor de Unie en toekomstig beheer van pilot-cursussen. Een kern van geïnteresseerde opleidingsinstellingen kwam op 20 november 2001 in Brussel bijeen om het startschot te geven voor het project en een tijdschema op te stellen voor de eerste voorstellen die medio 2002 moeten worden ingediend.

(1) COM(2001) 211 def.