SCHRIFTELIJKE VRAAG E-3072/01 van Hiltrud Breyer (Verts/ALE) aan de Commissie. Salmonellazieken door ondeskundig vervoer van dieren en grootschalige dierenhouderij.
Publicatieblad Nr. 134 E van 06/06/2002 blz. 0191 - 0192
SCHRIFTELIJKE VRAAG E-3072/01 van Hiltrud Breyer (Verts/ALE) aan de Commissie (8 november 2001) Betreft: Salmonellazieken door ondeskundig vervoer van dieren en grootschalige dierenhouderij Alleen al in Duitsland worden elk jaar meer dan 150 000 mensen ziek door Salmonellabesmetting. Meer dan 200 mensen sterven zelfs aan de ziekte. Het aantal niet-officieel geregistreerde gevallen ligt nog veel hoger. De oorzaak daarvan is ondeskundig vervoer van dieren en grootschalige dierenhouderij. 1. Wat denkt de Commissie tegen de vele Salmonellabesmettingen te doen? 2. Welke middelen stelt de Commissie voor de extensieve kippenhouderij beschikbaar? Antwoord van de heer Byrne namens de Commissie (21 december 2001) Er is de Commissie niets bekend van officiële cijfers volgens welke in Duitsland elk jaar meer dan 150 000 personen een salmonella-infectie oplopen. Volgens de aan het communautair systeem voor de bewaking van zoönoses(1) verstrekte gegevens werden in 1999 in de lidstaten in totaal 165 659 gevallen gemeld (laatste bekende definitieve cijfers), waarvan 85 146 in Duitsland. Salmonellabacteriën kunnen in een hele reeks levensmiddelen voorkomen, zoals rauwe eieren, kippen-, varkens- en rundvlees, andere vleesproducten en zuivelproducten. Ramingen van sommige lidstaten lijken erop te wijzen dat vooral eieren, meer nog dan kippenvlees, de voornaamste bron van door voedsel overgedragen salmonellose vormen. Krachtens Richtlijn 92/117/EEG worden vermeerderingskoppels al een aantal jaren gecontroleerd. Maar hoewel het aantal salmonella-infecties bij de mens zich lijkt te stabiliseren en in sommige lidstaten zelfs lijkt af te nemen, is dit nog veel te hoog en moet het worden teruggebracht. De Europese Commissie heeft op 1 augustus 2001 een verslag en twee aan het Parlement en de Raad voorgelegde voorstellen goedgekeurd die erop gericht zijn de preventie en de bestrijding van zoönoses, en met name de bestrijding van salmonella's in de voedselketen te verbeteren(2). Bij deze verordening zullen communautaire doelstellingen inzake het terugdringen van de prevalentie van salmonella in specifieke dierpopulaties en zo nodig in andere stadia van de voedselketen worden vastgesteld. Na een overgangsperiode zal een aantal beperkingen op de handel in eieren en kippenvlees van kracht worden. De extensieve kippenhouderij biedt tal van voordelen uit het oogpunt van de bescherming en het welzijn van de dieren. Zo heeft de Raad Richtlijn 1999/74/EG van de Raad van 19 juli 1999 goedgekeurd tot vaststelling van minimumnormen voor de bescherming van legkippen(3), die het gebruik van traditionele kooien voor legkippen geleidelijk aan verbiedt. In dezelfde geest bestudeert de Commissie de mogelijkheid om in 2002 bijzondere bepalingen in te voeren ter bescherming van vleeskippen. Uit het oogpunt van de salmonellapreventie beschikt de Commissie echter niet over wetenschappelijke gegevens aan de hand waarvan een duidelijk verband kan worden gelegd tussen salmonellabesmetting en een bepaald houderijsysteem. Weliswaar kan de geringere dierdichtheid en de uitloop van de dieren de intensiteit van bepaalde besmettingen verminderen, maar door de uitloop neemt de kans op besmetting door in het wild levende dieren ook toe. Communautaire bijstand voor de extensivering van de veeteelt is mogelijk in het kader van programma's van de lidstaten en de regio's voor plattelandsontwikkeling uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1257/1999. Zo kunnen bijvoorbeeld milieumaatregelen in de landbouw in het kader van deze programma's extensiveringsmaatregelen omvatten ter vermindering van de veebezetting, maar dergelijke maatregelen zijn gewoonlijk gericht op grazende dieren. Ook kan steun worden verleend voor investeringsprojecten ter verbetering van de hygiëne en het dierenwelzijn in het kader van de maatregel investering in landbouwbedrijven. Onder bepaalde voorwaarden kunnen hier investeringen onder vallen voor de omschakeling van batterijsystemen op alternatieve systemen. Conform de gedecentraliseerde benadering van de programmering van plattelandsontwikkelingsmaatregelen is het aan de lidstaten en/of regio's om uit te maken of zij in hun plattelandsontwikkelingsprogramma's deze mogelijkheden wensen te bieden. (1) Richtlijn 92/117/EEG van de Raad van 17 december 1992 inzake maatregelen voor de bescherming tegen bepaalde zoönoses en bepaalde zoönoseverwekkers bij dieren en in producten van dierlijke oorsprong ten einde door voedsel overgedragen infecties en vergiftigingen te voorkomen PB L 62 van 15.3.1993. Gewijzigd bij Richtlijn 1999/72/EG van het Parlement en de Raad van 29 juli 1999 PB L 210 van 10.8.1999. (2) PB C 304 E van 30.10.2001. (3) PB L 203 van 3.8.1999.