SCHRIFTELIJKE VRAAG E-2068/01 van Stefano Zappalà (PPE-DE) aan de Commissie. Niet-EG-schepen in de Italiaanse wateren.
Publicatieblad Nr. 134 E van 06/06/2002 blz. 0010 - 0011
SCHRIFTELIJKE VRAAG E-2068/01 van Stefano Zappalà (PPE-DE) aan de Commissie (13 juli 2001) Betreft: Niet-EG-schepen in de Italiaanse wateren De eigenaren van boten die niet in de Europese Unie woonachtig zijn, mogen zich niet langer dan zes maanden in de Italiaanse wateren ophouden; daarna moeten zij de territoriale wateren verlaten op straffe van een aanklacht wegens contrabande (wanneer zij het vaartuig niet omdopen en de Italiaanse nationaliteit verlenen). Deze tijdelijke import wordt bestraft voor diegenen die de gehele winter in Italië willen doorbrengen, niet alleen de bewoner van het schip, maar ook diegenen die als enthousiastelingen van de zeevaart heen en weer reizen tussen hun land van herkomst en de haven waar zij het schip hebben achtergelaten. Al enige tijd ligt bij de EG het voorstel om deze vergunning te verlengen tot twee jaar wanneer men tenminste één dag per jaar buiten de territoriale wateren verblijft. Sommige EU-landen en landen die niet aan de Middellandse Zee liggen, passen deze nieuwe regel in de praktijk reeds toe. Kan de Commissie meedelen in hoeverre dit met de praktijk overeenkomt en welke maatregelen zij op korte termijn denkt te treffen? Antwoord van de heer Bolkestein namens de Commissie (4 september 2001) Niet in de Gemeenschap geregistreerde, voor wederuitvoer bestemde vaartuigen mogen met vrijstelling van invoerrechten en belasting over de toegevoegde waarde (BTW) in het douanegebied van de Gemeenschap worden gebruikt op voorwaarde dat zij onder de regeling tijdelijke invoer worden geplaatst. Deze douaneregeling moet binnen een bepaalde termijn worden aangezuiverd. De wederuitvoer van de goederen uit het douanegebied van de Gemeenschap is de normale wijze van aanzuivering van een tijdelijke invoerprocedure. De aanzuiveringstermijn voor particuliere vaartuigen voor vervoer over zee en over de binnenwateren bedraagt 18 maanden (artikel 562 (e) van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993, gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 993/2001 van de Commissie van 4 mei 2001 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2454/93 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek(1)). Dank zij de herziening van de economische douaneregelingen is de juridische situatie voor personen die met hun vaartuig meer dan zes maanden in de Europese Unie wensen te verblijven thans beter dan voordien. De langere termijn van 18 maanden wordt op 1 juli 2001 van kracht. (1) PB L 141 van 28.5.2001.